Het langzame leven in het Nijenhuis

Het gemêleerde publiek en welwillende commentaar wekken de indruk dat het Nijenhuis bij Heino een museale allemansvriend is. Door de combinatie van natuur, cultuur-historie en kunst heeft het landgoed in elk geval iets voor ieders gading....

door Philip van de Poel

Het Nijenhuis aanduiden als een verborgen schatkamer klinkt grotesk, maar de gemeente Heino maakt het ernaar. Op de plattegrond voor het treinstation is geen enkele verwijzing naar het museum annex kasteel te vinden, terwijl het landgoed toch deels op Heino's grondgebied ligt. Een miniscuul bordje bij de spoorwegovergang wijst de weg.

De route richting buurgemeente Wijhe voert over een door eiken omzoomde kasseienstrook. De bestrating wekt de indruk dat een bezoek aan het Nijenhuis terugvoert in de tijd. Die illusie duurt tot de entree van het landgoed. Aan de poort verdringt zich een groep Duitse bleekneusjes, gasten van het nabij gelegen kinderoord De Schaarshoek. Niet gehinderd door het gekakel van de scholieren doen rond de slotgracht bruidsfotografen hun werk. Met de camera strak gefocust op suikerzoete bruidsikonen springen de fotografen selectief om met het kunstbezit van het Nijenhuis. Al te weerbarstige sculpturen in de beeldentuin blijven buiten beeld. De pastelkleurige keramiek van de Spaanse kunstenares Dora Dolz is daarentegen geknipt voor bruidsreportages. Tegen de roomtorentjes van Las Meninas (De Hofdames) lijken de poserende stellen onderdeel van een tot leven gewekte bruidstaart.

In een van de bijgebouwen die plaats bieden aan de collectie moderne kunst van het Nijenhuis, hebben zich rond het koffieapparaat enkele senioren verzameld. De zestigplussers mopperen op de machine, die nog ondoorgrondelijker is dan de hen omringende twintigste-eeuwse kunst. Het gros van de bezoekers is echter uitermate gecharmeerd van het Nijenhuis, leert het gastenboek. 'Une decouverte', vat Brusselaar Luc Bruel zijn mening over het museum samen. 'A very lovely museum', vindt Ernstine Geller uit Los Angeles.

Het gemêleerde publiek en welwillende commentaar wekken de indruk dat het Nijenhuis een museale allemansvriend is. Door de combinatie van natuur, cultuur-historie en kunst heeft het landgoed in elk geval iets voor ieders gading. 'Je treft hier niet de snelle, jonge museumbezoeker', zegt directrice Agnes Grondman. 'De exposities sluiten aan bij de entourage en zijn overwegend contemplatief, soms bijna sacraal.'

Weg van de Duitse bleekneusjes en bruidsparen krijgen Grondmans woorden reliëf. De tuinen rond het slot tellen legio verstilde hoekjes. De strakke, haast mathematische indeling 'waarin invloeden van de zeventiende-eeuwse Franse tuinarchitect André la Notre zijn terug te zien', ademt bedachtzaamheid uit. Zelfs de sierkarpers in de slotgracht lijken de kunst van het langzame leven te beoefenen. In slow motion ploegen de vuistdikke vissen door het water.

De periferie van het 42 hectare tellende landgoed is aangelegd in de landschapsstijl van de vroege romantiek. De waterpartijen, bossages en kunstmatige ophogingen vormden een ideaal decor voor jachtpartijen. Tot voor de oorlog werd er in het jachtseizoen lustig op los geknald. 'Honderdenvijftig konijnen was niks', herinnert de zoon van jachtopziener Smeenk zich. 'Driehonderd fazanten en konijnen begon ergens op te lijken.'

Met de komst van oud-museumdirecteur en collectioneur Dirk Hannema (1895-1984) werden de geweren het zwijgen opgelegd. In het Nijenhuis vond Hannema 'een waardig decor' voor zijn omvangrijke kunstcollectie - tot de dag van vandaag de kern van het museumbezit.

Vóór de Tweede Wereldoorlog was Hannema een sleutelfiguur in de Nederlandse kunstwereld. Onder zijn leiding werd het Rotterdamse Museum Boymans tot een toonaangevende instelling opgestuwd. Hannema's verdiensten als museumdirecteur werden naderhand overschaduwd door zijn welwillende houding tegenover de Duitse bezetter. De zuiveringsprocesssen brachten Hannema ook op een andere wijze in diskrediet. Terwijl hij al in de cel zat, werd eind mei 1945 Han van Meegeren (1889-1947) in de kraag gevat. De kunstenaar werd ervan beschuldigd een schilderij van de zeventiende-eeuwse meester Johannes Vermeer aan nazi-kopstuk Hermann Göring te hebben verkocht. Van Meegeren bekende, maar wel met de mededeling dat het om een vervalsing ging. In de loop van de verhoren werd duidelijk dat Van Meegeren een hele serie Vermeers had gefabriceerd. Nederlandse musea, 'veelal op aangeven van ''Vermeer''-kenner Hannema', spendeerden meer dan zes miljoen gulden aan valse Vermeers.

Hannema was zeker niet de eerste opmerkelijke bewoner van het Nijenhuis. Graaf Robert van Ittersum (1538-1589) was een van de eerste Overijsselse edelen die zich tegen de Spaanse koning Filips II keerde. De stap koste hem in 1581 bijna het leven, toen Spaansgezinde troepen een aanslag op hem pleegden. Charles Bentinck (1708-1779) verruilde in 1754 een politieke carrière voor een teruggetrokken bestaan als botanicus en natuurvorser. Zijn liefde voor het buitenleven beleed Bentinck op charmante wijze. 'Mijn vrouw tjesparelhoen is ongelukkigerwijs doodgegaan', schreef Bentinck in 1758 aan zijn broer. 'Dus is de haan weduwnaar geworden en wel een zeer eigenaardige weduwnaar, want hij rent luid kakelend de hele omgeving af om zijn geliefde overledene te zoeken.' Bentinck besluit met het verzoek om een nieuw hoentje, daar hij de haan een 'hoenderberoerte' wil besparen.

In een recent gedenkboek staat te lezen dat de eigenaren door hun talrijke beslommeringen geen tijd hadden om het buiten 'met verbouwingen te maltraiteren'. Het commentaar doet geen recht aan de hybride bouwgeschiedenis van het Nijenhuis. Slot en landgoed zijn vele malen grondig onder handen genomen. Kon in vroeger tijden de eigenaar naar eigen goeddunken aan zijn landgoed sleutelen, tegenwoordig worden bouwplannen met argusogen gevolgd door monumentenbeschermers. Recente plannen voor een ondergronds paviljoen op het landgoed deden hen van kleur verschieten. 'Aard en wezen van het Gesamtkunst werk het Nijenhuis gaan verloren', stelt J. van der Haagen, directeur van de Stichting Heemschut. 'Zo'n enorme ondergrondse betonnen bak is kunstmatig en onecht.'

'Het Nijenhuis is geen historische buitenplaats', luidt het verweer van Grondman. 'Kastelen waar je in een authentieke setting met kerst kunt dineren, zijn er al genoeg.' Recente verwikkelingen rond het voormalige Museum voor Naïeve Kunst in Zwolle hebben voorlopig de angel uit het conflict gehaald. Na jaren van magere bezoekersaantallen en dito inkomsten deed het museum voor outsider-kunst zichzelf in 1999 definitief de das om door opzichtig te frauderen met museumjaarkaarten. Door het failliet van het outsider-museum heeft het Nijenhuis zicht op een nevenvestiging in Zwolle.

Het moet een 'collectioneursmuseum' worden met telkens wisselende exposities rond het vaste Nijenhuis-bezit. Van deze opzet is in het Nijenhuis een aardig voorbeeld te zien in de vorm van 'Voermans paarden'. Het leeuwendeel van de bruiklenen is afkomstig van acteur en Voerman-verzamelaar Henk van Ulsen. De expositie toont tezelfdertijd de tol die het Nijenhuis voor zijn arcadische ligging moet betalen. Daags voor de expositie werd het hele gebied afgegrendeld vanwege de MKZ-uitbraak in Wijhe. De paarden die het museum voor de opening had gehuurd bleven weg. De bezoekers eveneens.

Meer informatie over Kasteel Het Nijenhuis is te vinden op www.museumhsf.nl. De expositie 'Voermans paarden' is nog te zien t/m zondag 10 juni. Rond het landgoed is door de NS een wandelroute uitgezet.

Meer over