Het landgoed Tara heeft nooit echt bestaan

GEEN ENKEL historisch onderwerp houdt de Amerikanen zo bezig als de Burgeroorlog die tussen 1861 en 1865 de Verenigde Staten verscheurde....

De enorme interesse voor de Burgeroorlog is niet moeilijk te verklaren. Oorlogen trekken altijd de aandacht vanwege de spanning, het drama en de heroïek. De Amerikaanse Burgeroorlog was bovendien een van de eerste totale oorlogen in de geschiedenis, waarin grote legermassa's werden ingezet. De oorlog eiste een ongekend aantal levens. Tijdens de voor de meeste Nederlanders waarschijnlijk totaal onbekende slag bij Antietam sneuvelden vier keer zoveel Amerikaanse soldaten als op de stranden van Normandië in juni 1944. De Burgeroorlog kostte aan meer Amerikaanse soldaten het leven dan alle andere oorlogen te zamen waarbij de Verenigde Staten betrokken zijn geweest, de Eerste en de Tweede Wereldoorlog inbegrepen.

In de stortvloed van literatuur over de Burgeroorlog worden vooral de gebeurtenissen op de slagvelden beschreven. Aan het thuisfront en met name aan de rol van vrouwen is betrekkelijk weinig aandacht besteed. Daar zijn natuurlijk uitzonderingen op. De meest opmerkelijke uitzondering is de roman Gone with the Wind van Margaret Mitchell die direct na de publikatie in 1937 een kassucces werd en nog steeds regelmatig voorkomt op de lijst van best verkochte boeken.

De verfilming, waarop overigens binnenkort een vervolg komt in de vorm van een miniserie, dateert uit 1939. De hoofdpersoon Scarlett O'Hara, vertolkt door Vivian Leigh, is de verwende en vinnige dochter van een rijke slavenhouder, die aanvankelijk een zorgeloos leventje leidt, maar na de verwoesting van de plantage tijdens de Burgeroorlog niet bij de pakken neerzit en energiek een nieuw bestaan opbouwt.

Gone with the Wind was een hoogtepunt in de romantisering van de slavernij en het leven op de plantage. De plantages worden voorgesteld als exotische oorden, waar zorgeloze zuidelijke Belles, zoals de dochters van rijke slavenhouders vaak werden genoemd, in de schaduw van bloeiende magnolia's verliefd over hun minnaars zaten te mijmeren. Deze Bouquet-reeks romantiek strekte zich ook uit tot de slaven en met name tot de figuur van de Mammy. De Mammy, in Gone with the Wind gespeeld door Hatty McDaniel die hiervoor een Academy Award ontving, was een slavin die voor de kinderen van de slavenhouder zorgde en die meestal werd afgebeeld als een trouwe dienaar, die, als het erop aankwam, een ontroerende aanhankelijkheid toonde. Gone with the Wind was onderdeel van een campagne om het verleden van het Zuiden wat meer fleur te geven. De idyllische plantage was ook in de geschiedschrijving een bekend genre.

De uit het Zuiden stammende historicus U.B. Phillips publiceerde in 1918 American Negro Slavery, waarin hij weliswaar niet ontkende dat de meesters bij tijd en wijle streng optraden tegen de slaven, maar waarin hij wel beweerde dat de slaven als regel vriendelijk werden behandeld. Zwarte critici, zoals de publicist W.E.B. DuBois konden zich in deze tijd nog zo opwinden over de charade van zuidelijk paternalisme, maar de visie van Phillips bleef tot de jaren vijftig dominant in de Amerikaanse geschiedschrijving.

In Tara Revisited trekt de historica Catherine Clinton ten strijde tegen het stereotype van de idyllische plantage. Dat het geromantiseerde beeld van het Zuiden nog steeds leeft, weet ze op amusante wijze duidelijk te maken. Het schijnt dat nog jaarlijks honderden toeristen de staat Georgia bezoeken met één brandende vraag op de lippen: 'Waar ligt Tara?' Kennelijk verkeren ze in de veronderstelling dat Tara, de naam van het door Scarlett O'Hara na de Burgeroorlog opgebouwde landgoed, werkelijk heeft bestaan.

Het Zuiden wordt nog altijd geïdealiseerd. De in 1894 gestichte United Daughters of the Confederacy floreert nog steeds en probeert door publiciteit en door de bouw van monumenten de legende van het harmonische Zuiden levend te houden. Het merkwaardige aan Tara Revisited is dat nauwelijks melding wordt gemaakt van de golf van kritiek op deze legende, die in de jaren vijftig en zestig ontstond.

Clinton negeert bijvoorbeeld de in 1976 verschenen roman Roots van Alex Haley, waarin het romantische beeld van de slavernij tot op de grond wordt afgebroken. Clinton past daarmee een vaak gebruikte tactiek toe: andere critici volledig buiten beschouwing laten om de eigen studie als werkelijk vernieuwend te kunnen presenteren.

Tara Revisited is desondanks een interessant boek. Het is een bijdrage aan zowel de vrouwengeschiedenis als de geschiedenis van de oorlog. Centraal staan de vrouwen in het Zuiden tijdens de Burgeroorlog. Clinton maakt duidelijk dat vrouwen van vermogende planters niet slechts als versiering dienden en een zorgeloos en luxueus leven leidden, maar een keur van taken moesten verrichten. Ze zorgden niet alleen voor het huishouden, maar waren tevens verantwoordelijk voor het onderhoud van de moestuin, moesten spinnen en weven en hadden de supervisie als er vee geslacht werd.

De Burgeroorlog was niet alleen een mannenzaak. Blanke vrouwen waren vaak even geestdriftig over de onafhankelijkheidsverklaring van de zuidelijke staten als de mannen. Het was de taak van de vrouwen de mannen de middelen te verschaffen om te kunnen vechten. De vrouwen moesten dan ook aan het thuisfront de schoorsteen rokend houden.

Sommige vrouwen dienden bovendien als saboteurs en spionnen. De beroemdste was de uit Virginia stammende Belle Boyd die in legerhospitalen in het Noorden werkte en de daar verkregen informatie doorspeelde aan zuidelijke generaals. Ze werd gearresteerd door een legerofficier, die verliefd op haar werd, haar liet ontsnappen en later in Engeland met haar in het huwelijk trad. Haar romantische en avontuurlijke carrière was echter een uitzondering. Voor de meeste vrouwen in het Zuiden bracht de Burgeroorlog slechts ontberingen.

De rol van slavinnen is volgens Clinton lastig te beschrijven. Wat ervan bekend is, komt uit interviews met duizenden voormalige slaven in de jaren dertig van de twintigste eeuw en uit enkele autobiografieën. Volgens de in het Zuiden geschapen mythe zouden de slaven uit vrije wil de oorlogsinspanning hebben gesteund.

Clinton weet echter op grond van een ruime belezenheid in het bronnenmateriaal aan te tonen dat vrouwelijke en mannelijke slaven op dezelfde wijze reageerden op de Burgeroorlog: als ze de kans kregen, pleegden ze sabotage en liepen ze weg. Vijftien procent van de slaven is tijdens de Burgeroorlog ontvlucht. De enorme risico's die ze daarbij namen - ontdekking betekende vrijwel zeker de dood - zijn nog het meest schrijnende commentaar op de legende van het harmonische Zuiden.

Jos van der Linden

Catherine Clinton: Tara Revisited - Women, War, & the Plantation Legend.

Abbeville Press, import Nilsson & Lamm; ¿ 54,20.

ISBN 1 55859 491 4.

Meer over