'Het land dat in ons woont' ontkomt ook zelf niet aan romantische clichés over het lot van de landverhuizer Schoonheid verduistert alledaagsheid van de migrant

MAMMA. De zwarte grafsteen is een meter lang. Zodat je eerst denkt: mamma? Die past daar nooit onder, hoe je haar ook wendt of keert....

Van onze verslaggever

Michel Maas

ROTTERDAM

Naast het monumentje hangt een tekst: 'Ze was al gewend aan het Hollandse sfeertje en leek volledig aangepast. Iets wat haar ouders nooit was gelukt. . . Maar heimwee, het gevoel van een onvoltooid verleden dat diep in haar soms de kop opstak, het gevoel toch van een ander deeg te zijn, dat kende ze al te goed.'

Het graf is een reflectie op deze woorden (van de Tsjechisch-Nederlandse Jana Beranova), en is gemaakt door de Israëlische kunstenaar Michal Shabtay. Je struikelt bijna over de zerk als je de kleine tentoonstelling: Het land dat in mij woont in het Museum voor Volkenkunde in Rotterdam binnengaat. Een expositie over migratie - een verzamelwoord waarachter gevoelens schuilgaan, die bij de ingang nogal rauw worden verwoord: 'Het gevoel dat je niet bent waar je wilt zijn, niet wilt zijn waar je terechtkomt, terwijl de plaats waar je vandaan komt niet meer bestaat dan in je herinnering.'

De poëtische teksten die daarna volgen - van de 'migranten' Beranova, van Duo Duo, Ana Sebastián, Vera Illès, Mustafa Stitou, Cándani en Nasim Khaksar - geven een wat subtielere stem aan de verwarrende gevoelens van landverhuizers. Soms in raadselachtige, melancholieke, maar prachtige regels, zoals bij Duo Duo: Ik zag iemand hierheen komen lopen, die mij na zou kijken, wist dat ik over de weg zou marcheren, dat ik mogelijk een bestemming had maar niet meer zou aankomen. Alleen omdat ik allang niet meer zou aankomen bleef ik voortgaan, maar door voort te gaan zou ik niet meer aankomen.

Zeven beeldend kunstenaars voegen aan de regels van de dichters hun eigen raadsels toe. Duo Duo heeft gezelschap van de Egyptenaar Achnaton Nassar, die een kamerscherm beschilderde met een struikelende Delftsblauwe optocht van blinden, met de beeltenis van Mao aan het eind, en met een multicultureel molenlandschap met kameel op de achterkant.

De Vietnamees Vinh Phuong, bijvoorbeeld, plaatst vijf aluminium koffers, gevuld met ongenaakbaarheid - scherpe metalen punten, een blok ijs, zand (of koffie) - bij Vera Illès' regels: 'Het was of zij ergens onderweg van land tot land de eigenschap was kwijtgeraakt om zich werkelijk met mensen te kunnen verbinden'.

Tom Zandwijken hangt vier jeugdfoto's op van zijn vader, zijn moeder, zijn broer en zichzelf, bedekt door vitrages waardoorheen de gezichten maar moeizaam zichtbaar worden - wat overeenkomt met de tekst van Nasim Khaksar: 'En dan langzaam, heel langzaam, begint het. Je ziet jezelf.(. . .) Herinnering na herinnering komt boven.'

En Shabtay bouwde zijn grafmonument bij Beranova's regels.

Daar ligt bij nader inzien natuurlijk helemaal geen kind. Het is de moeder, rechtopstaand begraven op de grens van water en land. Ze was niet in staat de oversteek te maken. Het kleine meisje wèl. Dat is uit haar schoenen zo de zee in gestapt. Maar haar schoenen en dat graf zijn er nog, als bronnen van heimwee.

Maar wisten we dat niet allemaal allang? Kenden we ze al niet: 'de ontwortelde reiziger, de tragische balling, de verstotene, de verlatene, het aan heimwee ten onder gaande en ontroostbare slachtoffer van het multiculturele leven'? De personages van de migrantencultuur. Anil Ramdas waarschuwt in een begeleidend essay voor de karikatuur die zelfs de mooiste teksten kunnen maken van 'de' migrant: 'Het zijn prachtige poëtische zinnen, en als ze niet waar zijn dan hadden ze het daarom alleen al moeten zijn, vanwege (. . .) de heerlijke melancholie, de hartverscheurende romantiek; maar beseffen we dat ook, zijn we er alert op dat het om de romantiek gaat, om het verzinsel, (. . .) om de creatie van een aardig personage, een romanfiguur?'

De tentoonstelling in Rotterdam roept deze vraag niet op. Daar is men kennelijk nog niet zover als Ramdas, voor wie de 'migrantenervaring' ineengeschrompeld is tot iets alledaags.

Voor zijn grootvader was het nog een hele daad geweest om vanuit midden-India naar Suriname te trekken - hij was de èchte migrant. Voor Anil was het migrantenschap een literair spel. Hij koesterde het, gaf het vorm, totdat hij ten slotte de romantische 'migrant' werd waarover hij schreef. Waardoor het zicht op de complexe, meerduidige, alledaagse werkelijkheid werd vertroebeld.

De alledaagsheid van de ontbreekt in Rotterdam. Daar wordt voortgeborduurd op het beeld van 'de' migrant.

Behalve misschien in één klein fragment van Mustafa Stitou: '(. . .) vóór elk biertje roep ik/ gewoontegetrouw gewichtslooslauw/ binnensmonds bismillah/ ik ben de jonge Marokkaan/ en zijn anderstalige gedachten.'

Museum voor Volkenkunde, Rotterdam: Het land dat in mij woont. Tot en met 24 september. Dinsdag t/m zaterdag: 10 tot 17 uur; zon- en feestdagen: 11 tot 17 uur.

Meer over