Het laatste palingmaal komt eraan

IJsselmeervissers vangen nog maar een fractie van de hoeveelheid paling die ze vroeger binnenhaalden. Elders in Europa is het met de palingstand niet veel beter....

Wie rampen voorspelt die niet meteen uitkomen, wordt gemakkelijk genegeerd. Visserijbioloog Willem Dekker is eraan gewend geraakt. De palingexpert van onderzoekinstituut RIVO in IJmuiden en hoofd van de palingwerkgroep van de Internationale Raad voor Zeeonderzoek ICES, waarschuwt al jaren dat het t afgelopen kan zijn met de Europese paling. Maar het helpt niet.

Zolang de meeste Europeanen nog gewoon een broodje paling kunnen bestellen, is het moeilijk te vatten dat de vis wel degelijk wordt bedreigd. De vissers weten beter. Hun vangst loopt al jaren sterk terug. In het IJsselmeer wordt nog maar tien procent van de paling gevangen van de hoeveelheid in de jaren vijftig.

Palingkwekerijen kost het steeds meer moeite om nieuwe, jonge glasaal te bemachtigen om grote vissen van te produceren. Die aaltjes worden ook steeds duurder en doen dit seizoen al zeshonderd euro per kilo meer dan zwarte truffels.

Paling, legt de bioloog nog maar eens uit, plant zich niet in gevangenschap voort. Dat gebeurt in het wild in de Sargassozee op de Atlantische Oceaan, in een paaiproces dat nog nooit door mensen is waargenomen. Maar omdat we zoveel paling vangen en opeten, en door een handvol bijkomende problemen waaronder vervuiling, klimaatverandering, dijken en afgedamde rivieren, komt een steeds kleinere fractie van de volwassen (tien jaar oude) paling toe aan het produceren van nageslacht.

De intrek van die jonge glasaal in Europa is nu nog maar procent van de oorspronkelijke situatie. Ook het aantal dieren dat volwassen wordt, is dramatisch afgenomen. Om een gezonde populatie te behouden zou dat minstens dertig procent moeten zijn.

De vis die we nu eten, is vermoedelijk het laatste palingmaal. Absoluut zeker is het niet, maar het wordt steeds waarschijnlijker dat de huidige productie van palingkwekers drijft op een van de laatste generatie vissen die haar natuurlijke voortplantingscyclus heeft voltooid. Als die door onze kelen zijn verdwenen, komt er niets voor terug.

Dat er onder deze omstandigheden nog op paling mag worden gejaagd, is voor deskundigen onbegrijpelijk. Het dier staat op de rode lijst van bedreigde diersoorten; de lijst die volgens de Flora-en Faunawet de dieren erop een haast onaantastbare status bezorgt. Zo niet de paling. 'Als het een modderkruiper of korenwolf was geweest, zou het land al lang op zijn kop hebben gestaan', zegt Dekker laconiek.

Al aan het eind van de jaren zestig signaleerden biologen dat het fout ging met de volwassen Europese palingstand. Medio jaren tachtig werd dat beeld bevestigd toen de aanvoer van jonge glasaal dramatisch kelderde. Tien jaar dna constateerden de wetenschappers dat het probleem nog erger was geworden. En vijf jaar geleden was de maat dan eindelijk vol. De Europese visserijbiologen van de ICES, om raad gevraagd door de Europese Commissie, adviseerden de vangst voorlopig stil te leggen.

Maar er gebeurde niets. In Europa verdienen ongeveer 25 duizend vissers en parttime vissers een hele of halve boterham aan paling. Het is volksvoedsel. Geen enkele lidstaat loopt graag voorop in de kruistocht tegen deze traditionele vorm van binnenvisserij. Pas vorig jaar ging de Europese Commissie door de bocht. Er zou t iets gedaan moeten worden voordat het te laat is, erkende Brussel.

Maar nog steeds gebeurde er niets, tot aan de dag van vandaag. Ook bij natuurbeschermingsorganisaties en in de Nederlandse politiek leeft het probleem nauwelijks, constateert de RIVO-bioloog. Voor dit najaar, tijdens het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie, is door Nederland wel een extra bestuurlijke inspanning in het vooruitzicht gesteld. Eigenlijk alweer te laat.

'Men laat extra onderzoek doen naar het effect van de noodmaatregel die noodzakelijk is, namelijk het voorlopig stil leggen van de palingvangst. Onzeker is of dat dit jaar al maatregelen oplevert. Terwijl je de vangst eigenlijk al in augustus zou moeten stoppen.'

Het punt, zegt Dekker, is dat achteruitgang van de vis geleidelijk gaat. 'Steeds weer een stapje terug zonder dramatische momenten. Misschien dringt de boodschap daarom zo slecht door. In Europa speelt ook mee dat men st een ander visserijprobleem wil oplossen: dat van de kabeljauw. Met die vis gaat het inderdaad slecht. Maar met de paling nog veel slechter.'

Hoe slecht precies? Een precies antwoord daarop is moeilijk, ontdekte de RIVO-bioloog die dit najaar op de palingproblematiek hoopt te promoveren. Tot aan de jaren tachtig is weinig Europees onderzoek gedaan, onder meer omdat het lastig is harde wetenschappelijke gegevens te verzamelen over een sector die wijdverspreid en kleinschalig is.Over de Nederlandse situatie, althans die in het IJsselmeer, weet men vrij veel. De situatie is er nog dramatischer dan in Europa als geheel: slechts 0,1 procent van de IJsselmeerpaling weet als volwassen dier te ontsnappen naar de Atlantiche Oceaan. Dat is allesbehalve duurzaam, en mijlenver beneden het niveau waarbij de populatie zichzelf in stand kan houden.

Bij de sluizen van IJmuiden is door het RIVO meer dan een halve eeuw de intrek van jonge glasaal gemeten. Het laatste jaar is geen enkel glasaaltje meer gevangen. 'Dat betekent overigens niet dat ze helemaal niet meer binnenkomen, maar wdat onze traditionele methode van bemonstering, met een eenvoudig kruisnet, bij de huidige geringe hoeveelheden niet meer voldoet.'

In 1995 werd de intrek van glasaal in het IJsselmeer nog geschat op tien ton. Daar mocht voor de binnenvissers maximaal vijf procent van gevangen worden, maar zelfs die vijfhonderd kilo kreeg men niet bij elkaar. Over heel Europa wordt de vangst van glasaal geschat op vijfhonderd ton, voornamelijk in Frankrijk en Spanje. Bijna de helft van die jonge visjes wordt doorverkocht aan China waar de palingkwekerij sterk in opkomst is. Bijna een kwart wordt direct opgegeten. In Spanje is glasaal een delicatesse die potentieverhogend heet te zijn.

De rest van de jonge paling gaat naar Europese kwekerijen of wordt 'in het wild' uitgezet. Dat klinkt beter dan het is, want meestal zal ook deze paling geen nageslacht produceren, bijvoorbeeld doordat dijken of dammen de terugkeer naar de oceaan verhinderen of omdat het dier in een vreemde omgeving de weg kwijtraakt. Franse glasaal weet in Zweden de uitgang naar de zee niet te vinden. 'We denken dat het te maken heeft met genetische aanleg, maar hard bewijs is er niet.'

Voor Dekker is het duidelijk: als we zo doorgaan sterft de paling uit. 'Niet voor honderd procent, maar ongeveer zoals de zalm indertijd in de Rijn. Nog of twee per jaar. Eigenlijk is hij dan weg.'

Het alternatief is snelle actie: sluiting van de visserij. Dan in samenspraak met de vissers een plan opstellen over hoe het wmoet. 'Dan kan per regio of per ecosysteem, en het meest praktisch door bijvoorbeeld de gemiddelde lengte van paling te gaan meten. Zijn ze gemiddeld te kort en dus te jong, dan moet er minder gevist worden.'

Maar dat heeft hij dus vaker gezegd, zonder resultaat. En vraag Dekker niet waarom visserijministers zo slecht luisteren. Dat is politiek. 'Het zit ergens tussen laisser faire en schuldig makende nalatigheid in. Men laat het gewoon gebeuren.

'Terwijl de visserij m geholpen zou zijn met maatregelen, want dan is er nog kans dat de sector overleeft. Natuurlijk heb ook ik mijn hart verpand aan de kleinschalige visserij. Zonder die zou de paling alsnog ten gronde gaan door stroperij; die hou je toch niet tegen.'

Meer over