ReportageHet laatste dorp in Istanbul

Het laatste dorp in megastad Istanbul ziet de hoogbouw naderen

Jongens voetballen op straat in Küçük Armutlu.Beeld Zolin Nicola

Küçük Armutlu, een dorpse wijk in Istanbul met een hechte gemeenschap, verzet zich tegen plannen voor villa’s en hoogbouw. En met succes. Maar voor hoelang nog? Aan alle kanten nadert de ‘global city’ die president Erdogan van Istanbul maakte. 

Héél Istanbul? Nee, een kleine nederzetting bleef moedig weerstand bieden en maakte het leven van de bestuurders van de metropool bepaald niet makkelijk.

Zo zou, vrij naar Asterix, de rol van Küçük Armutlu omschreven kunnen worden in de onstuimige groei van de grootste stad van Europa. Omringd door de oprukkende wereldstad staan de bewoners van deze wijk pal voor wat ze ooit met eigen handen hebben opgebouwd. Dat doen ze met onderlinge solidariteit, juridisch geluk en een vleug linkse kadaverdiscipline.

Vanuit de wijk Küçük Armutlu zijn naar het zuiden de wolkenkrabbers van het financiële district Levent te zien.Beeld Zolin Nicola

Het uitzicht is er fabelachtig. Plateaugewijs kijk je uit op lager gelegen stadsdelen, tot aan de majestueuze Bosporus, met daarachter de contouren van het Aziatische deel van Istanbul. Dit zou een toplocatie zijn voor villa’s en luxeappartementen, de grond moet goud waard zijn.

Dat is ook af te zien aan de omgeving. Naar het zuiden, voorbij ringweg O6, de wolkenkrabbers van Levent, het financiële district. Naar het westen en noorden de hoogbouw van chique woonwijken. Naar het oosten de Fatih Sultanbrug over de Bosporus.

Panorama

Het panorama illustreert ook wat er met Istanbul is gebeurd, de afgelopen twintig jaar. Onder president Recep Tayyip Erdogan werd een ‘global city’ uit de grond gestampt. De bouwlobby kreeg ruim baan, hoogbouw ging het silhouet van de stad domineren. Er kwamen snelwegen, bruggen, metrolijnen, kantoren, winkelcentra, universiteiten, ziekenhuizen. Vorig jaar werd een van de grootste luchthavens ter wereld geopend en binnen vijf jaar wil Erdogan de kroon op zijn reeks megaprojecten zetten: een kanaal tussen de Zwarte Zee en de Zee van Marmara.

Istanbul wordt opgenomen in de vaart der volkeren, vooral economisch, maar volgens critici tegen een prijs. Groene longen en waterbronnen worden opgeofferd. Het kapitaal bepaalt de gang van zaken. Rijk en arm worden uiteengetrokken. Hechte gemeenschappen zijn verdampt.

‘Alles zelf opgebouwd’

Precies dat laatste is de vrees van de Turkse Galliërs van Küçük Armutlu. ‘De mensen hebben alles zelf opgebouwd’, zegt mukhtar (wijkvoorzitter) Ali Haydar Aslan. ‘Zelfs elektra hebben ze aangelegd. Er heerst een hoge mate van solidariteit. Die vriendschap vind je nergens anders.’

‘Veertig jaar geleden waren we afgelegen gebied’, zegt Ali Birer, hoofd van het alevitisch gebedshuis annex wijkcentrum. ‘Door de groei van de stad kwamen we centraal te liggen. Nu aast iedereen op de grond.’

Van de buurt zal niets overblijven als het stadsvernieuwingsplan voor het district wordt uitgevoerd. Het plan is van het ministerie van Urbanisatie. Ankara voert de regie van de stadsontwikkeling in de Turkse steden, zeker in pronkjuweel Istanbul. De mukhtar toont een artist impression: villa’s en flats van 20-hoog rond een wolkenkrabber van 70 verdiepingen.

De bewonersorganisatie stapte naar de rechter. Met succes: vorig jaar ging het plan van tafel. ‘De eerste keer in Turkije dat bewoners zo’n plan hebben tegengehouden’, zegt Aslan. Toch was het niet het eerste succes van de burgers. Ook acht jaar geleden kregen ze gelijk van de rechter, toen de overheid hun wijk tot aardbevingsrisicogebied had verklaard – en dus rijp voor afbraak. Door hen uitgenodigde Japanse experts bevestigden: van enig risico is geen sprake.

Bestuurlijke breekijzers

De aardbevingswet is een van de bestuurlijke breekijzers van de autoriteiten om de ontwikkeling van de Turkse steden te sturen. De wet volgde op de grote aardbeving in 1999 bij Istanbul, toen veel woningen niet bestand bleken tegen aardschokken. Ingrijpen was nodig, maar volgens kritische architecten is de wet vaak misbruikt om sloop door te drukken.

Aan dat lot is Küçük Armutlu ontsnapt. Het buurtschap met zo’n drieduizend inwoners oogt bijna dorps. De bebouwing is rommelig. Een rafelrandsfeer. Geen pand telt meer dan drie verdiepingen. Veel oude huizen met latere aanbouwen. Tuintjes, veel groen. Hier en daar scharrelen kippen, een paar geiten.

Zo moet een groot deel van Istanbul er eind vorige eeuw hebben uitgezien. Küçük Armutlu is immers een typische ‘gecekondu’, een begrip dat met ‘sloppenwijk’ geen recht wordt gedaan – het is allemaal net iets beter. ‘In één nacht neergezet’, is de letterlijke vertaling.

Zo ging het precies, in alle grote Turkse steden, vooral die in het westen. Migranten van het platteland bezetten ’s nachts een braakliggend stuk grond aan de rand van de stad. Ze improviseerden een huisje en zetten wat meubels neer – flinke jongen die ze nog weg kreeg. Geleidelijk werd er dan een echte woning van gemaakt.

Miljoenen Turken trokken zo vanaf de jaren vijftig naar de stad. Van een agrarische natie veranderde Turkije in een verstedelijkt land. Overal – het grootschaligst in Istanbul – schoten gecekondu uit de grond, woonoorden van de zojuist ontstane arbeidersklasse.

Wortels 

De gecekondu vormen een belangrijk hoofdstuk in het verhaal van het naoorlogse Turkije. Erdogans AK-partij vond er een reservoir aan kiezers. Maar ook vormden ze een tussenstation op de weg van geleidelijke modernisering van de Turkse samenleving. Hier werd de traditionele dorpeling klaargestoomd tot wereldwijze stadsbewoner.

Na verloop van tijd werden de meeste zelfbouwwijken weer opgeruimd. Waarom? Omdat de uitdijende stad ze opslokte, omdat de arbeiders betere huizen wilden, omdat de bestuurders grootse plannen hadden, omdat de bouwsector zijn lucratieve gang wilde gaan. Dat begon al vóór de AKP ging regeren, maar onder Erdogan werd het proces versneld. De ‘bouwboom’ vormt de basis van zijn economisch succes.

Daartoe werd een bestuurlijk instrumentarium opgetuigd: gecekonduwet, aardbevingswet, erfgoedwet. De brave dienst voor volkshuisvesting, Toki, werd omgetoverd tot een bouwimperium. ‘Alle bureaucratische en wettelijke obstakels voor stadsvernieuwing werden een voor een opgeruimd’, aldus Tuna Kuyucu, stedenbouwkundige van de Bosporus Universiteit.

Linkse leuzen

De gecekondu zijn zo goed als verdwenen. Daarom lopen we hier, op de heuvel met het fenomenale uitzicht, eigenlijk rond in een openluchtmuseum: Küçük Armutlu is de laatste ongeschonden gecekondu van Turkije.

De verklaring: de strijdbaarheid van de buurt. Vanaf de jaren zeventig kreeg de organisatie Revolutionair Links (Devsol) er voet aan de grond. Nog altijd is het bewonerscomité in handen van het linkse Volksfront. Buurtoudsten die we spreken ontkennen banden met de vanwege bomaanslagen verboden DHKP/C (de huidige naam van Devsol), maar die schijnen er wel degelijk te zijn.

De politieke oriëntatie is af te lezen aan linkse leuzen en symbolen op de muren, voor zover niet overgeschilderd door de politie. Küçük Armutlu is ook waar twee leden van de linkse folkband Grup Yorum in hongerstaking waren, totdat zij onlangs overleden.

De meeste wijkbewoners zijn alevieten – van oudsher links en seculier. Mede daarom wijkt Küçük Armutlu af van de verdwenen gecekondu, waar de AKP veelal een sterke positie had. Het wantrouwen tussen bewoners en overheid is groot. Op een heuvel midden in de buurt staat, als een militair fort, de politiepost. Hekken, pantserwagens en mannen in gevechtstenue maken duidelijk dat Bromsnor hier node wordt gemist.

Op voet van oorlog

Zeker dertig jaar leven bewoners en staat op voet van oorlog. Al begin jaren negentig waren er botsingen met de politie omdat de autoriteiten probeerden de buurt af te breken. Op muren prijken de namen van ‘martelaren’ die bij zulke rellen omkwamen.

Dergelijk geweld kenden de meeste andere gecekondu niet. Daar waren de mensen bereid hun oude woningen op te geven door een mix van eigenbelang, staatsdwang en commerciële behendigheid. Cruciaal daarin was het besluit van de regering in 1984 om de ‘krakers’ hun grond in eigendom te geven.

‘Zo werd de eerste generatie gecekondubewoners opeens huizenbezitter’, zegt hoogleraar Murat Güvenç van de Kadir Has Universiteit. ‘Van het ene moment op het andere werden ze rijk. Dat werd een machine voor het creëren van een nieuwe middenklasse, het fundament van de AKP. De mensen wérden conservatief. Tot dan stemden ze sociaal-democratisch.’

Doordat een deel van de bewoners meerdere woningen bezat, ontstond in de volkswijken een nieuwe tweedeling: tussen huurders en huizenbezitters. De huurders stonden zwak, met hen kon eenvoudig gesold worden, door overheid zowel als huisbazen. De laatsten konden hun bezit te gelde maken en elders een mooie woning kopen.

‘We werden gebruikt’

Goedwillende activisten werd het soms zwaar te moede. ‘De buurten zijn niet eensgezind’, zegt Imre Azem, lid van de beweging Istanbul Urban Defense en maker van Ekumenopolis, een documentaire over de stedelijke ontwikkeling van Istanbul. ‘Wij hielpen bewoners zich te verzetten tegen sloop. Maar met onze steun konden ze een betere prijs voor zichzelf uitonderhandelen. We werden gebruikt. Terwijl ons doel was een betere buurt te maken.’

Ook projectontwikkelaars grossieren in ‘vuile trucs’, volgens Güvenç. ‘Huurders omkopen, mensen tegen elkaar opzetten, water en stroom afsnijden, ’s nachts stiekem beginnen met sloop. Alles om het verzet te breken.’

‘Veel mensen zijn tegen dit soort stadsvernieuwing, maar iedereen doet eraan mee’, zegt socioloog Levent Soysal, ook van Kadir Has Universiteit. ‘Waarom jezelf in de vingers snijden als je je grond voor goed geld kunt verkopen? Ook mensen die op de oppositie stemmen, lopen in de pas met de overheid.’

Toch is niet alles te wijten aan de regering, benadrukt Soysal. ‘De projectontwikkelaars jagen de boel op. En een nieuwe eigen woning is ieders ideaal in Istanbul. Bovendien waren veel huizen echt slecht, er móést wel iets gebeuren. Alleen niet op deze manier.’

Veelzeggende scène uit Ekumenopolis. Treurig struinen families door wat bulldozers overlieten van hun woningen in de wijk Sulukule. Op rechterlijk bevel moesten ze vertrekken. Hier en daar rapen ze nog wat spulletjes op.

Daarna zien we bouwmagnaat Ali Agaoglu in een tv-spot over zijn project – luxeappartementen met zwembad en privéparking. ‘Iedereen verdient het om een eigen zwembad te hebben’, zegt hij. ‘Ik heb daar altijd van gedroomd. En nu komt die droom uit!’

Cafetaria in Küçük Armutlu. De commercie wordt in de wijk geweerd.Beeld Zolin Nicola

Voor Küçük Armutlu is dit juist de nachtmerrie.Daarom hebben de bewoners zich niet uit elkaar laten spelen. Die ‘solidariteit’ is óók door het Volksfront afgedwongen discipline. Het bewonerscomité houdt de lijntjes strak. Onderhuur buiten de familie wordt niet toegestaan, een derde verdieping op je huis zetten mag alleen als het echt nodig is. Uit ideologische motieven wordt de commercie uit de wijk geweerd. Winkels zijn er niet, op twee coöperatieve kruideniers (‘volksmarkten’) na. Nergens zijn pinautomaten.

Vrijstaat Küçük Armutlu lijkt de klok van de vooruitgang te willen stilzetten, een klok die aan alle kanten onstuitbaar verder tikt. ‘Istanbul groeit in steeds grotere cirkels’, zegt hoogleraar Soysal. ‘Het is niet te vergelijken met Parijs. Eerder Peking. De metropool herbergt al 20 procent van de bevolking van het land. Dat kan oplopen tot 50 procent. Istanbul zal Turkije worden.’

Zo moet het moedige buurtschap het opnemen tegen krachten die elk volksverzet mogelijk te boven gaan. Dorp tegen global city. Daartoe helpt uiteindelijk zelfs geen toverdrank.

‘Gecekondu'; ‘’s nachts neergezette’ wijken

De grote groei van Istanbul, een metropool met 16 miljoen inwoners, vond plaats vanaf 1950, toen de stad nog 1 miljoen inwoners telde. Op het Turkse platteland bestond een arbeidsoverschot, in de steden vond snelle industrialisatie plaats. Dáár waren handen nodig. Omdat de staat geen geld had voor huisvesting van de arbeiders, deed ze een oogje toe en liet ieder op eigen houtje een huis bouwen. ‘Gecekondu’, werden deze wijken genoemd, letterlijk: ’s nachts neergezet. Dat drukte ook de lonen, de arbeiders hadden immers geen woonlasten. Een gedeeld belang van de staat en alle klassen. Vijftien jaar geleden woonde nog de helft van de bevolking van Istanbul in gecekondu. Het woord is meervoud en enkelvoud.

Geen Brooklyn Dream in Fikirtepe

Het stadsvernieuwingsplan voor de wijk Fikirtepe werd voor de bewoners een drama. Waar het huis van Engin Akguzel stond, ligt nu een blubberpoel. Het had project Brooklyn Dream moeten zijn.

Erdogans krankzinnige kanaal

President Erdogan speelt hoog spel met zijn ‘krankzinnige’ megaproject: een kanaal dat de Zwarte Zee moet verbinden met de Zee van Marmara.

Meer over