Column

'Het kwaad bestaat en zetelt in Mosul'

Helaas laat het kwaad zich niet wegpraten, schrijft Paul Brill. 'Het staart ons ineens in alle grimmigheid aan vanuit Mosul.'

Strijders van ISIS trekken steeds verder Irak binnen. Beeld ap
Strijders van ISIS trekken steeds verder Irak binnen.Beeld ap

We leven in een rijk gevuld terugblikjaar, want er is met name een kwart eeuw geleden veel gebeurd waarvan de gevolgen zich nog volop doen gelden. Van de opstand op het Plein van de Hemelse Vrede tot de val van de Berlijnse Muur en van de lancering van de eerste GPS-satelliet tot die van The Simpsons.

Ook op het intellectuele vlak is sprake van een saillante mijlpaal. In het voorjaar van 1989 publiceerde het tijdschrift The National Interest een artikel dat wereldwijd zou resoneren. Titel: The End of History? Auteur: de Amerikaanse filosoof/politicoloog Francis Fukuyama.

Ruwe samenvatting van de boodschap (die hij later zou uitwerken in een boek): anders dan marxistische denkers hadden voorspeld, was niet het communisme het onafwendbare eindstation van de economische en politieke vooruitgang, maar de markteconomie en de liberale democratie; met het verval van het Sovjet-imperium was er, ideologisch gesproken, geen serieus alternatief meer voor het westerse politieke en economische stelsel. Er zouden zich ongetwijfeld nog de nodige drama's afspelen op het wereldtoneel, maar qua evolutie van het politieke denken had de geschiedenis haar culminatiepunt bereikt.

Je kunt moeilijk volhouden dat de wereld van 2014 vergaand beantwoordt aan het beeld dat Fukuyama in 1989 schetste. De vrijemarkteconomie in ons deel van de wereld heeft de afgelopen zes jaar ernstige tekortkomingen geëtaleerd. Vooral in Europa sputtert de groeimotor.

Niet meer zo fris
Ook politiek gesproken oogt het Westen bepaald niet meer zo fris als in de jaren negentig. Amerika noch Europa is een toonbeeld van slagkracht. Besluitvorming heeft veel weg van een tantaluskwelling. Met alle gevolgen voor het aanzien van de democratie als zodanig. Hoewel deze de afgelopen decennia duidelijk terrein heeft gewonnen in de wereld, is ze de laatste tijd weer op haar retour in een aantal belangrijke landen - zie Turkije en Thailand. In Rusland zijn de oude vormen en gedachten helemaal terug van (even) weggeweest.

Chinese model
Hoe abject het moslim-fundamentalisme in onze ogen ook moge zijn, het heeft wortel geschoten in een deel van de islamitische wereld. Door de spectaculaire opkomst van China heeft het 'Chinese model' ingang gevonden, dat voor tal van opkomende landen met een autocratisch bestuur aantrekkelijke kanten heeft: een markteconomie die ruim baan geeft voor groei terwijl de heersende elite is verzekerd van de macht (en bijbehorende rijkdom).

Is Fukuyama zelf door dit alles van gedachten veranderd? In een mini-essay in de Wall Street Journal van een week geleden erkent hij dat hij zich destijds in de toonzetting te veel heeft laten leiden door de situatie van het moment, door het schijnbare succes van wat Samuel Huntington de 'derde democratiseringsgolf' noemde. Een golf die haar oorsprong vond in de val van enkele autocratische regimes in Zuid-Europa en Latijns-Amerika, vervolgens over Oost-Europa spoelde en ten slotte zelfs delen van Azië en Afrika bereikte. Na die vloed is een periode van eb aangebroken. Anno 2014 kan moeilijk worden gesproken van een zegetocht van de democratie.

Hoogdravende hegeliaanse noties
Niettemin meent Fukuyama dat hij au fond nog steeds het gelijk aan zijn zijde heeft. En als je die ontdoet van de hoogdravende hegeliaanse noties over het historisch proces en je louter kijkt naar de ideeënstrijd in de wereld, is daar ook veel voor te zeggen. De opmars van de ISIS-jihadisten in Irak is natuurlijk buitengewoon zorgwekkend, maar hoeveel moslims in de wereld dromen werkelijk van de vestiging van een kalifaat? Dat is toch echt een kleine minderheid, die is behept met een onbedwingbare lust tot sektarische twisten en niet-moslims al helemaal niets heeft te bieden.

Dan vormt het Chinese model beslist een geduchtere uitdaging. Maar dat mist ten enen male de ideologische 'verleiding' die het communisme nog wel had. Het kan zich in China zelf alleen handhaven bij een aanhoudend hoog groeitempo. Zwakt dat tempo beduidend af - en dat kan haast niet uitblijven - dan zullen de leiders grote moeite krijgen met de legitimering van een systeem dat burgers veroordeelt tot onmondigheid. Alleen ingrijpende politieke hervormingen kunnen dan nog uitkomst bieden, maar er zijn weinig China-kenners die denken dat de partij bereid is om een weg op te gaan die onherroepelijk leidt tot haar eigen aftakeling. Veeleer zal de nationalistische kaart worden gespeeld. Met het spierballenvertoon in de Oost- en de Zuid-Chinese Zee lijkt Peking daarop een voorschot te nemen.

Daarmee verlaten we het veld van de ideeënstrijd en betreden we het terrein van de machtsstrijd. Maar juist daar ligt een wereld van verschil tussen 1989 en 2014. Machtsuitoefening geeft vuile handen en kost geld. Daarvoor bestaat in het Westen steeds minder animo. Maar helaas laat het kwaad zich niet wegpraten en staart het ons ineens in alle grimmigheid aan vanuit Mosul.

Paul Brill is buitenlandcommentator van de Volkskrant
Reageren? p.brill@volkskrant.nl

Meer over