Het kindje had niets in de gaten

Het was zo'n gouden septemberdag, warm en zonnig, maar toch al met een vermoeden van aansluipend najaar in de lucht. Een spin had een web geweven tussen mijn fiets en een boom; even overwoog ik dan maar te gaan lopen, maar er zijn grenzen aan mijn weekhartigheid. Bovendien was het een slordig spek-en-bonenwebje, een zes met een héél lange min, dus dat moest hij maar eens netjes overdoen, aan iemand anders' fiets.

Bloemenhandelaar op de markt. Beeld anp
Bloemenhandelaar op de markt.Beeld anp

Op de markt was alles in orde. Er hingen zware geuren van gebakken vis, zwetende kaas en overrijp fruit, en de bloemenverkoper verklaarde de afwezigheid van zijn collega als volgt: 'Ja, hij was op zijn gebit gaan staan, met zijn maat 48. En het eet niet zo lekker zonder tanden, dus hij is nu effe een nieuw gebit halen.'

Op de koop toe was er een man met een draaiorgel, zo'n klein draaiorgeltje dat hem voor de borst hing. Het orgeltje speelde zachtjes Op een mooie Pinksterdag. De orgeldraaier zong mee. Hij had een niet onaardige tenor. 'Als het even kon... liep ik met m'n dochter in het parkie te kuieren in de zon...'

Daar hield inderdaad een jonge vader met een 3-jarig, blond dochtertje stil voor de orgeldraaier. 'Vader was een mooie held... vader was de baas... vader was een duidelijke mengeling van Onze Lieve Heer en Sinterklaas...' De vader luisterde geamuseerd. Hoorde hij deze gietijzeren evergreen voor het eerst?

Naast me hadden een dikke vrouw en haar kennelijke dochter het over zuurkool en dat het daar toch eigenlijk nog geen weer voor was. 'Als het kindje groter wordt... roossie in de knop...', vervolgde de orgeldraaier. De vader keek ontroerd naar zijn dochtertje, dat stond te luisteren naar dat vriendelijk murmelende orgeltje. De vrouwen bij de groentekraam besloten eensgezind voor prei.

'Morgen kan ze zwanger zijn... 't kan ook nog vandaag... 't kan van een behanger zijn, of van een Franse zanger zijn, of iemand uit Den Haag...' Nog steeds een onweerstaanbaar geestige tekst, maar de glimlach van die jonge vader zakte opeens in als een lampion en hij knipperde weerloos met zijn ogen. 'Die meloenen hebben de waterpokken. Heb je die ergens opgedregd of zo', mopperde de dikke vrouw.

'Op een mooie Pinksterdag... laat ze je alleen.' De jonge vader hapte naar adem alsof hij in zijn maag gestompt was en droogde met zijn T-shirt zijn ogen af. Het kindje had niets in de gaten. Ze gaf een muntje aan de orgeldraaier, die lachend knikte. 'Bedankt, hè...' riep de jonge vader schor, over haar blonde hoofdje heen.

Hij meende het.

s.witteman@volkskrant.nl

Meer over