reportage

Het kán, Joden en moslims die samen praten en rouwen om Israël en Palestina

Fatima Akchar, Yasir Sued, Hanneke Gelderblom-Lankhout, Mostafa Hilali en Mattitjahu Kranendonk van Yalla! zijn een minuut stil om de slachtoffers in Israël-Palestina te herdenken. 
 Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
Fatima Akchar, Yasir Sued, Hanneke Gelderblom-Lankhout, Mostafa Hilali en Mattitjahu Kranendonk van Yalla! zijn een minuut stil om de slachtoffers in Israël-Palestina te herdenken.Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

De pas opgerichte Joods-islamitische groep Yalla! is huiverig om het conflict in het Midden-Oosten hierheen te importeren. Maar ze kunnen niet heen om ‘de olifant in de kamer’: het oplaaiend geweld tussen Israëli's en Palestijnen.

Wat woensdagmiddag in een zaaltje in Den Haag gebeurt, kan gerust uniek worden genoemd. Drie Joodse en drie islamitische Hagenaren zijn een minuut stil voor de slachtoffers van het geweld in Israël-Palestina. Daarna haalt een van de moslims de profeet Mohammed aan: ‘Je bent pas een ware gelovige als je voor je broeder hetzelfde wenst als voor jezelf.’ Hij zingt mee als twee anderen een Hebreeuws lied aanheffen: ‘Zie hoe goed en aan­genaam het is als broeders samen te wonen.’

In tijden van bommen op Gaza en Israël is de reactie bij veel Nederlanders: een rood waas voor de ogen. Het Holocaustmonument in het Brabantse dorpje Cuijk is beklad, in familie- of vriendenkring worden heftige debatten gevoerd, op sociale media gaat het er ruig aan toe. In dat Haagse zaaltje zit een club die het anders wil doen: moslims en Joden gaan het hebben over hét conflict en beginnen met een korte herdenking.

Ze zijn met elkaar in contact gekomen via Yalla!, een pas opgerichte landelijke Joods-islamitische beweging. De bedoeling is elkaar beter te leren kennen, maar ook om een signaal af te geven als daar aanleiding toe is. Onlangs is namens Yalla! een brandbrief naar de Tweede Kamer gegaan over de dreigementen die Nederlandse moskeeën ontvingen.

Géén hommeles

De Haagse tak van Yalla! ontmoet ­elkaar intussen via Zoom en Whatsapp. Ze praten over alles, behalve één ding: Israël-Palestina. Ze hebben geen zin het conflict uit die contreien te ‘importeren’, zoals dat heet in Joods-islamitische gezelschappen. Want ‘importeren’ betekent hommeles, precies zoals dáár, wat natuurlijk niet de bedoeling is.

En dan begint de veenbrand in Israël-Palestina opnieuw uit te slaan en wordt het conflict ‘de olifant in de kamer’, zegt Mostafa Hilali, luitenant-kolonel bij de Koninklijke Landmacht en een van de Haagse Yalla!-leden. Ze merken hoe de spanningen in hun om­geving oplopen en vragen zich af: wat hebben de inwoners van Israël-Palestina eraan dat wij elkaar hier de hersens inslaan? ‘Helemaal niks’, zegt ­Hilali. ‘We maken alleen maar onze relaties kapot.’

Dat willen ze voorkomen en dus besluiten ze het onderwerp dan toch maar te bespreken, in levenden lijve zelfs. Ze komen bij elkaar in een zaaltje van het oude ministerie van Sociale ­Zaken. De onderwerpen liggen niet vast, alleen al het feit dat ze bij elkaar zijn, vinden ze belangrijk. Er is ook een journalist uitgenodigd, om de buitenwereld te laten zien dat het kán, dat moslims en Joden het kunnen hebben over de zaak die hen vaak verdeelt.

Het kan inderdaad. Geen moment verheft zich een stem. Ze vinden elkaar vrijwel meteen in wat hen bindt: de pijn om dit conflict. Ze merken om hen heen dat zowel Joden als moslims rouwen om wat beide partijen wordt aangedaan. ‘Hier hebben we het nooit over, het gaat altijd over: wie heeft gelijk?’, zegt Itai Cohn, die zichzelf een ‘maatschappelijk betrokken Hagenaar’ noemt. ‘Die pijn die we allemaal voelen, is de sleutel tot verandering’, zegt hij. ‘Hier pak je mij’, antwoordt Fatima Akchar, een ijveraar voor de interreligieuze dialoog. ‘We moeten helen.’

Maar hoe doe je dat? Het erover hebben, dat is voor iedereen in het zaaltje duidelijk. Cohn: ‘Het is in het Midden-Oosten in politiek opzicht een enorme klerezooi, want sluwe leiders misbruiken de pijn en schieten maar weer een raketje af zodat ze geen compromissen hoeven te sluiten. Maar ik ben ervan overtuigd dat bewoners van beide kanten het van mens tot mens prima met elkaar kunnen vinden.’

Er moet ook worden benoemd wat aan die pijn ten grondslag ligt, vindt Hilali, en vaak is dat angst. ‘Als Joden tegen mij zeggen dat ze kritiek op Israël moeilijk vinden omdat het hun enige veilige haven is, begrijp ik dat. Als moslim in Nederland zou ik me ook niet meer veilig voelen als radicaal-rechtse partijen aan de macht komen. Die angst delen we.’

Er is veel meer in dit conflict dat niet gemakkelijk kan worden besproken, maar nu wel ter tafel komt: de ongelijke verhouding in Israël-Palestina. ‘Er wordt altijd gedaan alsof er symmetrie is, daar moeten we vanaf’, zegt Hilali. ‘De Palestijnen worden gemarginaliseerd, ze hebben geen staat en mogen geen staat uitroepen, dat is pervers.’ Akchar: ‘Er staat in dit conflict een grote vent tegen een klein kind te trappen.’

‘Not in my name’

Wil er ooit iets veranderen, daar is iedereen het over eens, dan zullen er geen taboes meer moeten zijn. Zo vindt Cohn dat de Joodse gemeenschap zich te weinig uitspreekt over zaken die écht niet kunnen, zoals een man die in Israël door Joodse nationalisten uit een auto werd gesleept en voor dood werd achtergelaten. ‘Not in my name’, zegt hij. ‘Dit zijn net zo goed terroristen als wanneer Palestijnen dit bij een Jood zouden doen.’ Anderzijds vindt Hilali dat moslims zich vaker moeten uitspreken tegen antisemitisme. Akchar knikt.

Nog een lastige zaak: hoe Mattitjahu Kranendonk, lid van de orthodox-joodse gemeente in Den Haag, min of meer alleen is komen te staan doordat hij in de synagoge weigerde te bidden voor Israël en het leger. Ooit was hij ­zeer zionistisch. ‘Palestijnen zag ik niet staan’, zegt hij. Tot hij jaren geleden via een geheime onlinegroep in contact kwam met Palestijnen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever. Sindsdien ­begrijpt hij hun positie, zelfs hun woede.

Als het gaat om concrete acties die de Haagse Yalla!-club kan ondernemen, dan weet Hilali het wel: hij biedt aan om eens met Kranendonk af te spreken en wellicht met hem naar zijn orthodoxe gemeente te gaan om begrip voor hem te kweken. Natuurlijk zijn er meer zaken te verzinnen die kunnen bijdragen aan een oplossing, maar het belangrijkste is dit: praten. Cohn: ‘We kunnen allemaal impact hebben als burgers. We moeten ons alleen echt durven uit te spreken.

Meer over