Het kajuitbootje

Caspar Janssen drinkt een glas rosé mee op een vriendinnenboot.

Door Caspar Janssen

‘We liggen dwars!’

‘Ik trek al.’

‘De motor loopt nog hoor.’

‘Pas op, we raken de andere boten.’

‘Hahaha.’

‘Oh, dat was de wal.’

Ria Spanjaard (56) staat op de wal, trekt aan het touw en probeert de slappe lach te onderdrukken.

‘Zo goed? Ik snap er niks van.’

‘We liggen. Blijf maar trekken.’

Ellen van den Bor (57) zet de motor af. ‘Goed dat dit een polyester bootje is. Daar kan weinig aan stuk gaan. Dat is makkelijk varen. Haha.’

Charlotte van Gool (57): ‘Nou, kom maar aan boord. Een glaasje rosé? Een toastje met kaas? Gezellig zo’n sluisje.’

Ria: ‘We zijn met ons drieën vandaag.’

Charlotte: ‘Maar we zijn eigenlijk een vriendinnenclub van acht dames. Al jaren.’

Ellen: ‘Ik woon in Zuid-Afrika. Als ik over ben, gaan we het liefst samen varen. Dit bootje is van mijn ouders geweest. Een bootje zonder naam. Wel met een mooie Zuid-Afrikaanse vlag, zie je?’

Ellen: ‘We hebben vandaag lekker bijgekletst. Over de kinderen, over de mannen, over alles.’

Ria: ‘En ik heb gezwommen.’

Ellen: ‘We zijn langs het sluisje gevaren waar Jeroen Pauw woont. En over de Vecht. We zagen Aad van den Heuvel op zijn boot. Toen nog die trekvaart ...’

Charlotte, tegen een tegemoetkomend bootje: ‘Hoho, niet doen! Geen geflikflooi! Zagen jullie dat? En zo jong al, hè.’

Ria: ‘Hahaha.’

Ellen: ‘... en nu weer naar de Loosdrechtse Plassen.’

Charlotte: ‘Hoe we elkaar kennen? Ellen en Ria kennen elkaar van Martinair.’

Ria: ‘Daar werk ik nog steeds. Als grondstewardess.’

Ellen: ‘Ik ben pensionado, haha.’

Charlotte: ‘Ik werk in een damesmodewinkel.’

Ria: ‘Charlotte heeft bij de ex van Ellen gewerkt. Wij kennen elkaar ook via de kinderen. Toch?’

Charlotte: ‘En we zaten allemaal samen op Spaanse les.’

Ria: ‘Ja, voordat we begonnen dronken we koffie en daarna rosé. Heel gezellig. Maar Spaans hebben we nooit geleerd.’

Charlotte: ‘We gingen altijd wel met zes vriendinnen naar Spanje.’

Ria: ‘We zijn daar nog eens ons appartement uitgezet. Vanwege een verkeerde boeking. Charlotte en ik hadden samen een appartement. We hadden alles uitgepakt, de fotolijstjes neergezet en we waren naar het strand gegaan. Toen we terugkwamen, ’s avonds laat, stonden er spullen van andere mensen. Met onze dronken koppen hebben we alles weer omgeruild. Dolle pret, vonden wij. Maar toen kwam de politie.’

Ellen: ‘De volgende dag hoorde ik dat ze zes potten uit hun appartement hadden gezet, haha.’

Charlotte: ‘Hé, kijk nou, dat is Jeroen Pauw.’

Daar staat Jeroen Pauw, op een tegemoetkomende boot. ‘Wat is dat voor een vlag’, roept hij.

In koor: ‘Zuid-Afrikaans!’

Charlotte, even later: ‘Gezellig zo, op het water.’

Ria: ‘Wij hebben ook altijd meteen contact. Ook weer met jullie.’

Charlotte: ‘Gelukkig hebben wij mannen die er tegen kunnen dat wij met elkaar op stap gaan.’

Ria: ‘Stel je voor, zo’n stel met allebei dezelfde regenjas aan. Dat wil je niet worden.’

Ellen: ‘Haha.’

Charlotte: ‘Ik ben al 38 jaar met mijn man. Dat gaat alleen goed als je elkaar de ruimte geeft.’

Ellen: ‘Bij mijn tweede huwelijk waren Ria en Charlotte verkleed als bruid.’

Ria: ‘Die jurk hadden we nog liggen. Ik ben twee keer getrouwd geweest. Nu ben ik heel blij met mijn vriend.’

Charlotte: ‘Hoe zit dat eigenlijk met jullie? We kennen nog een leuke meid die een man zoekt.’

Ria: ‘Zullen we aan de wal nog een rosé drinken met z’n allen?’ Ellen: ‘Hier kunnen we aanleggen, toch? Ria, heb je het touw?’

Drie grappen en grollende dames met hun bootje bij de Loosdrechtse plassen. (Jean-Pierre Jans) Beeld
Drie grappen en grollende dames met hun bootje bij de Loosdrechtse plassen. (Jean-Pierre Jans)
Meer over