Het Journaal

e Journaal-presentatoren - Philip Freriks uitgezonderd en dat zullen we af en toe weten ook - lezen gewoonlijk andermans tekst voor....

Het is niet Gijs die het zegt, het zijn anderen. Hij geeft het alleen maar door. Als je je dat eenmaal realiseert, is er niets meer aan de hand. Het idee

van belangenverstrengeling kan van tafel.

Ooit was het zo dat nieuwslezers (radio, televisie) althans wat hun uitspraak van de Nederlandse taal van onbesproken gedrag moesten zijn. Ze spraken Algemeen Beschaafd Nederlands en de luisteraar kon niet horen dat ze geboortig waren uit Schin op Geul of Stadskanaal. Een vreemdeling die onze taal wilde leren, kon voor de correcte uitspraak de nieuwslezer als voorbeeld nemen.

Maandagavond werd in het RTL Nieuws opgemerkt dat het hebben van een accent in zijn algemeenheid in Nederland niet langer als een handicap wordt beschouwd. Althans woorden van gelijke strekking. Het accent begint geaccepteerd te raken. Ter illustratie gleden de Limburgse klanken van Camiel Eurlings en Maria van der Hoeven voorbij.

Ook andere landstreken kwamen aan bod en aan het eind sloeg Peter Timofeeff een brug door op te merken dat hij het weer van morgen nu eigenlijk in plat Haags zou moeten bespreken. Maar hij bleef zijn ook niet geringe daagse Haags trouw.

Vooruitlopend op de nu kennelijk actuele acceptatie van het accent deden veel Journaal-medewerkers toch al met regelmaat denken aan dat oude mopje van Sam die nieuwslezer wilde worden. Hij vertelt Moos van zijn plannen en Moos zegt verbaasd: 'Maar je stottert toch?' Sam: 'Ik g-g-g-a het tt-och ppproberen.' Een paar dagen later komt Moos Sam weer tegen: 'En, hoe is het gegaan?' Sam: 'A--n-tti-ssemieten.'

Van de door velen betreurde Hennie Stoel kon je als nieuwkomer bij de inburgeringscursus goed Nederlands leren spreken. Haar uitspraak was vlekkeloos. Het lijkt nu wat lastig een opvolger voor haar te vinden. Noraly Beyer was natuurlijk al jaren aan het pionieren met de emancipatie van het accent ('ondersoeken', 'sjoernalisten'), gevolgd door Annet van Trigt ('het kinet'; 'jeugsjenaal'; 'symfenie-orkest'; 'sollidariteitsbeginsel'; 'jannewari') en Iwris Kelly. Gijs Wanders en vooral verslaggever Gerri Eickhof doen aan aspirant-nieuwslezer Sam denken, Gerard Arninkhof praat

zijn mond vol (het is schitterend hem de passage 'permanente trajectcontroles op de snelwegen' te horen voordragen, met daarbij die enigszins verbaasde intonatie, wat tot een combinatie leidt die doet denken aan iemand die net een gulzige hap heeft genomen van iets dat bij nader inzien erg smerig blijkt, maar uitspugen kan niet voor de kijker.

'Hrd moljoen', klinkt pas echt als een astronomisch bedrag als Arninkhof het eerst even in zijn mond heeft gehad.

Verslaggever Ron Fresen horen we liever ook niet geteerd worden door een inburgerende Turk: voor de 'hogesnewheidslijn' moet een 'tunnoow' gebouwd worden. Wel zou presentatrice Sacha de Boer in aanmerking kunnen komen - zij het dat ze nog even naar haar polder-o moet laten kijken, die de neiging heeft de richting van het Gooi in te slaan - maar misschien nog eerder de op de achtergrond gehouden maar plezierig klinkende Hans Smit. Philip Freriks klinkt iets te francofiel en Astrid Kersseboom is een grensgeval. Het lijkt of ze accentloos spreekt, maar wie goed luistert, hoort toch het ondefinieerbare in haar stem dat hoort bij de hedendaagse jonge vrouw.

Bestaat er eigenlijk een taal van het gesproken nieuws? Nogal wat schrijvende journalisten zien geen been in clichen stoplappen, maar de presentatietekstschrijvers van het Journaal kunnen niet zonder. Ze grossieren erin. Er worden bij de vleet groene lichten gegeven, spanningen laaien op, er gloren sprankjes hoop, tipjes van de sluier worden opgelicht die krap twee uur later topjes van de ijsberg blijken, overleg staat op een laag pitje. 'Rokers kunnen opgelucht ademhalen', De VVD 'likt zijn wonden', 'het gijzelingsdrama' wisselt 'het gijzeldrama' af. De hele dag is 'koortsachtig overlegd', in Beslan heeft men 'een bange nacht achter de rug', bij het tennissen 'kregen de toppers het niet cadeau', en het werk van een fotograaf 'gooit hoge ogen'.

Dat de Olympische sporters in het zonnetje worden gezet, zul je in de krant niet gauw meer lezen. Maar bij het Journaal kun je het nog horen. Daar hebben ze dan ook twee verslaggevers die nog klinken zoals nieuws vroeger op de radio klonk als het van ver kwam, uit een gebied waar de spanningen hoog waren opgelopen. Het zijn Eddo Rosenthal en Peter d'Hamecourt.

Vooral de laatste is een gaaf exemplaar van het type journalist dat in vervlogen jaren jaren zijn bericht via een slechte telefoonlijn doorbelde naar de dictafoonafdeling van de krant, of die verslag deed voor de radio via een zeer beroerde verbinding en die om te voorkomen dat woorden verloren zouden gaan een heel speciale intonatie ontwikkelde.

Het gaat ongeveer zo (met dichtgeknepen neus en een wonderlijke, zangerige, enigszins Zweeds aandoende intonatie): 'De. Vf. Het balkVm hotamer. Is zeer onoverztelijk. Van e kanten. Ren ts. In de rting. Vhet centrale. Pl!' Na elke zin is de reporter weer blij dat hij het einde heeft gehaald. Hij haalt adem en begint aan de volgende.

Bij d'Hamecourt klinkt het aldus: 'Uit de schse informe zijn e maken. Dkeren. Ap. Vde gegelde onderwers. Worden vgehouden. (...) E¿is gek. Aonderhandelaars. De toristen willen men. Van een h Polit niv zien.'

'D'Hamecourt moet ofwel denken dat de verbindingen met Hilversum sinds 1955 niet sterk zijn verbeterd, ofwel dat nieuws zo hoort te klinken. Er zit iets in. Je herkent wat hij zegt in elk geval direct als nieuws.

Maar er is nog iets interessants. Zodra D'Hamecourt in een tweegesprek raakt met de presentator, of als hij in beeld staat met de microfoon en ons op de hoogte stelt van de gebeurtenissen, praat hij weer gewoon. Vermoedelijk leest hij dus als hij onzichtbaar commentaar levert bij beelden zijn zelf geschreven verslag voor. En hij vindt kennelijk dat daar de dramatiek bij hoort die de oorlogsverslaggever tientallen jaren geleden onbedoeld in zijn verslag legde om goed verstaanbaar te zijn.

Meer over