Het is werk van de lange adem

Als er één ding is dat Boris Dittrich (55) tijdens zijn vele bezoeken aan homovijandige landen niet doet, is het: gelijke rechten eisen voor homo's en lesbiennes.


De reden is eigenlijk simpel. Volslagen gelijkheid is een brug te ver in landen waar homo's worden mishandeld door hun buren en gemarteld in politiecellen, waar het praktiseren van homoseksualiteit strafbaar is of zelfs kan leiden tot de doodstraf.


Een radicaal-progressieve aanpak is contraproductief en schrikt potentiële bondgenoten af. Beter is het, stukje bij beetje de discriminatie van mensen op grond van hun seksuele geaardheid tegen te gaan, zegt de directeur homorechten van Human Rights Watch (HRW), in zijn bescheiden werkkamer op de 34ste verdieping van het Empire State Building in New York.


'Het woord 'gay' is echt iets westers. In Afrika heb ik gesprekken gehad met diplomaten die zeiden: 'Natuurlijk hebben wij seks met mannen, maar wij zijn niet homo.' Homo's, dat zien ze als iets uit het Westen. En dan hebben ze, helaas moet ik zeggen, het visioen van de grachtenparade in Amsterdam, met halfnaakte mannen met veren, dansend op een boot. Dát zijn homo's.'


'Dat helpt in die landen helemáál niet, nee nee nee. Ik was in Litouwen uitgenodigd om de Baltic Pride te openen, de eerste homodemonstratie in Litouwen. Het parlement was er op tegen. Er werd een verbod afgekondigd. Op de dag vóór de Baltic Pride stelde het Hooggerechtshof dat een verbod in strijd was met het Europees Verdrag voor Rechten van de Mens. Dus het ging toch door.


'Ik sprak met christelijke parlementariërs. Ze zeiden: 'We kunnen niet hebben dat mensen naakt op straat dansen in Vilnius.' En dan komen ze met wat ze op tv hebben gezien uit Amsterdam. Daartegen willen ze hun kinderen beschermen.


'Ik had expres een pak met stropdas aangetrokken. Dan zien mensen dat niet elke homo een boa met veren draagt. Het zag er allemaal heel keurig uit. Er waren gezinnen met kinderen gekomen, er waren ballonnen, er werd gezongen, er waren saaie toespraken. Daartegenover stonden een paar duizend man met hakenkruizen en kaalgeschoren hoofden. Ze gooiden stenen en rookbommen, er brak een vechtpartij uit.


'Op de televisie zag je 's avonds die lieflijke homodemonstratie, en dan die nare, gewelddadige sfeer van de tegenbetoging. Voor het eerst zag het gewone publiek dat allemaal, en men vroeg zich af: wat raar eigenlijk, waarom zijn wij hier zo op tegen?'


Dat is vaak de eerste kilometerpaal op de lange weg van de mensenrechtenactivist: het besef dat mensen het recht hebben niet in elkaar geslagen te worden. Dittrich hanteert daarom een 'rechtenaanpak', in plaats van een 'identiteitaanpak'. Niet de homoseksuele identiteit wordt benadrukt, maar de staalkaart van concrete, wereldwijd erkende mensenrechten, die stuk voor stuk verzilverd moeten worden.


'Identiteit, dat is westers: ik ben homo en daarom heb ik bepaalde rechten. Dat is de geschiedenis van de homo-emancipatie in het Westen. Westerse organisaties willen al snel de straat op met spandoeken: we eisen dit en dat. Maar als je in het Zuiden zegt dat je opkomt voor de homo's, heb je het pleit meteen al verloren. We moeten het daar over specifieke rechten hebben.


'Het recht op privacy in je huis bijvoorbeeld geldt niet specifiek voor lesbiennes of homo's, maar óók voor hen. Vanuit een andere invalshoek kom je dan uiteindelijk op hetzelfde uit. Als de wet zegt dat je niet zonder huiszoekingsbevel een huis mag binnenvallen, geldt dat net zo goed als daar twee mannen of twee vrouwen zitten.


'Het is totaal niet belangrijk om in een land als Senegal of Kameroen over het homohuwelijk te gaan praten. Belachelijk. Mensen willen in de eerste plaats niet ontslagen worden, niet uit hun huis gezet, niet gearresteerd.'


Liever dan over 'homo's' heeft Dittrich het trouwens over LGBT, de Engelse afkorting van 'lesbian, gay, bisexual and transgender', de volledige benaming van zijn portefeuille in New York.


De rechtenaanpak komt ook voort uit het feit dat in het internationaal recht niets is geregeld speciaal voor homo's en lesbiennes. Nergens in mensenrechtenverdragen wordt seksuele oriëntatie expliciet genoemd.


Daarom werden in 2006 de 'beginselen van Yogyakarta' opgesteld, genoemd naar de Indonesische plaats waar homo- en mensenrechtenactivisten bijeenkwamen. Zij vlooiden de bestaande mensenrechtenverdragen uit, op zoek naar clausules die relevant kunnen zijn in de strijd tegen de discriminatie van homo's en lesbiennes. Dat waren er nogal wat: een heel handboek was het resultaat.


Het presenteren van de Yogyakarta-beginselen aan de Verenigde Naties was een van de eerste activiteiten van Dittrich - oud-rechter en oud-Kamerlid voor D66 - nadat hij in 2007 was aangetreden bij Human Rights Watch. Het was voor het eerst dat er in VN-verband over gesproken werd. 'Heel bijzonder', zegt hij.


Een jaar later stelde Dittrich een verklaring op waarin wordt opgeroepen een eind te maken aan de strafbaarheid en de vervolging van homoseksuelen. De tekst is al door 68 landen ondertekend.


Daar tegenover staan de 85 landen waar homoseksualiteit strafbaar is. Dit zijn de landen waarheen de meeste van Dittrichs dienstreizen gaan.


Een arsenaal aan anekdotes heeft hij inmiddels. Sommige hoopgevend, andere huiveringwekkend. Zoals die over de 'corrigerende verkrachtingen' in Zuid-Afrika. 'Bendes jonge mannen in de townships zoeken lesbische vrouwen uit en voelen zich gelegitimeerd hen te verkrachten. Een lesbische vrouw heeft een beurt nodig, denken ze: dan komt ze er wel achter dat het heerlijk is hetero te zijn. Helaas wordt die vrouwen soms ook de strot doorgesneden.'


'Ja, in die zin dat ik belangrijke mensen te spreken krijg, ministers, Kamerleden, hoge ambtenaren. Ik neem altijd mensen van lokale homo-organisaties mee naar zo'n gesprek, zodat ze niet tegen mij kunnen zeggen: u bent een ouwe witte meneer uit New York die ons komt vertellen wat we moeten doen.


'Maar echte resultaten, dat is moeilijker. In zulke landen is de meerderheid van de bevolking homofoob. Een politicus zal niet gauw zijn nek uitsteken. Het is werk van de lange adem. Buitenlandse druk kan helpen.'


'Dat probeer ik er altijd in te betrekken. Neem Oeganda. Homoseksueel gedrag is daar strafbaar. Activisten kunnen worden opgepakt. Dus is het belangrijk dat andere mensenrechtengroepen hen steunen. Er is daar een vereniging die zich inzet tegen willekeurige detentie. Die zeggen tegen de regering: je kunt mensen niet zomaar van straat plukken en opsluiten, en dat geldt ook voor mensen met een andere seksuele oriëntatie.


'Helaas is er ontzettend veel homofobie, ook bij mensenrechtenorganisaties, ook bij vrouwenorganisaties. Soms durven advocaten geen homo's te verdedigen omdat ze bang zijn dat mensen gaan denken dat ze zelf homo zijn.


'Ik kom regelmatig in Albanië. Daar was tot voor kort helemaal niks, zelfs geen homobeweging. Niemand durfde uit de kast te komen. Ik heb mensenrechtengroepen rond de tafel gekregen en ze gevraagd wat ze nodig hadden. Ze zeiden: een wet tegen discriminatie op grond van leeftijd, geslacht, seksuele oriëntatie, huidskleur en religie.


'Ze hadden nog nooit met iemand uit de politiek gepraat. Via de Nederlandse ambassadeur kreeg ik wél toegang, ik heb met de premier, ministers en fractievoorzitters gesproken. En vorig jaar is er een antidiscriminatiewet aangenomen, het concept heb ik nog kunnen bijschaven. Er is een ombudsman voor discriminatiezaken aangesteld, een vrouw. Dan zie je dat zo'n land, om toegelaten te worden tot de Europese Unie, op allerlei fronten zijn beleid en wetgeving aan het aanpassen is.


'Onlangs is de Pink Embassy geopend in Tirana, een bundeling van mensenrechtengroepen in een roze jasje. Als je dat met drie jaar geleden vergelijkt is het zó'n enorme vooruitgang.


'Een van de deelnemers aan het Albanese Big Brother heeft in het huis, op televisie, zijn coming-out gedaan. Hij is niet eens weggestemd, hij eindigde bij de laatste drie.


'Ze mochten in Big Brother gasten uitnodigen, om het een beetje interessant te houden. De Nederlandse en de Amerikaanse ambassadeur kwamen. Zij hebben voor het oog van de natie, in het populairste tv-programma van Albanië, tegen die jongen gezegd: wat goed dat je uit de kast bent gekomen, we nodigen je uit voor een receptie op ambassade. Dat was voorheen natuurlijk ondenkbaar.'


'Klopt. Zichtbaarheid roept tegenkrachten op. Die zichtbaarheid hebben we met name te danken aan het internet. Ook in een land waar je vreselijk onderdrukt wordt, kun je afspraken maken. De LGBT-rechten zijn enorm tot ontwikkeling gekomen.'


'De islamitische wereld is moeilijk. Maar Latijns-Amerika is heel bijzonder. De mensen daar hebben zich bevrijd van militaire dictaturen. Ze hebben mensenrechten scherp op het vizier staan. Ook heterokringen snappen dat de mensenrechten voor iedereen gelden, niet alleen voor je eigen groepje. In landen als Brazilië en Argentinië snappen ze het echt, ze zijn vaak al verder dan Europese regeringen, met name als het over transgenders gaat. In Mexico-stad en Argentinië is het homohuwelijk sinds kort toegestaan.


'De kerk staat natuurlijk op de rem en oefent druk uit op politici. Het interessante is dat die politici zich daar niets van aantrekken. Toen het erom spande hield Cristina Kirchner, de Argentijnse president, een toespraak tegen de invloed van de kerk, voor acceptatie van homo's, voor het homohuwelijk. Heel moedig.'


'Het hangt er helemaal vanaf waar ik ben en met wie ik praat. Als ik in Afrika met parlementsleden spreek, ga ik niet zeggen: hier staat een Nederlandse homo uit New York. Dat helpt totaal niet. Ik wil impact hebben.'


Meer over