Het is vrij schieten op Tony Blair

Van Bambi tot opgejaagd wild: zelfs zijn beste vrienden in de media en de politiek laten de eens zo succesvolle Britse premier Blair vallen. De krant The Guardian verklaart hem zelfs giftig.

VAN ONZE CORRESPONDENT PATRICK VAN IJZENDOORN

LONDEN - Hij dacht een gezellig etentje te kunnen hebben met zijn familie, toen Tony Blair op een januariavond van dit jaar aan tafel ging bij het Tramshed-steakhouse in de hippe Londense wijk Shoreditch. Het liep anders. In plaats van een bestelling op te nemen probeerde ober Twiggy Garcia over te gaan tot een 'burgerarrestatie' van de ex-premier wegens 'oorlogsmisdaden'.

Blair zette zijn charmes in en probeerde de discussie aan te gaan. Deze tactiek faalde jammerlijk, waarna zijn zoon de lijfwachten riep en Garcia in allerijl de burelen verliet. Ondanks de interventie verklaarde Blair 'een geweldige avond' te hebben gehad.

Origineel was de daad van Garcia niet. Er waren al vier soortgelijke pogingen geweest en er is zelfs een website met de naam Arrestblair.org. Bovendien had Channel 4, een progressieve zender, ruim twee jaar geleden The hunt for Tony Blair uitgezonden. In deze film-noirachtige televisiekomedie werd Blair op de hielen gezeten door inspecteur Hutton, een verwijzing naar de omstreden rechter Hutton die het regime-Blair had vrijgepleit van de dood van wapeninspecteur David Kelly. De opgejaagde Blair heeft geen vrienden meer bij wie hij kan onderduiken, maar wordt uiteindelijk gered door de kluizenares Margaret Thatcher.

Garcia zou worden ontslagen, maar hij kreeg de publiciteit waar hij op uit was. The Guardian gaf de activist ruimte om uit te leggen wat hem had bezield. Het was het zoveelste anti-Blair stuk in de progressieve krant die in mei 1997, na de verkiezing van Blair tot premier, voorop liep bij de polonaise der aanbidders. Voorlopig hoogtepunt in de sport Blair-beating was donderdag een lang omslagartikel in The Guardian met de kop Toxic (Giftig), waarin Andy Beckett vier pagina's lang tekeer gaat over de geldzucht, het liefdesleven, de verkeerde vrienden en de politieke nalatenschap (lees: Irak) van de man die ooit bekend stond als Teflon Tony. Uit vierde hand wist deze guardianista te melden dat Blair diepongelukkig is.

In The New Statesman, een links opinieweekblad, had de voormalige blairite Stephen Bush een week eerder ook zo'n aanklacht geschreven. Hoe kan het dat Blair de held van Kosovo was, maar nu de dictator van Kazachstan steunt? Dat Blair als sociaal-democraat zijn stagiairs bij zijn eigen Tony Blair Foundation niet betaalt? Dat hij democratie bepleit, maar de 'militaire junta' in Egypte steunt? En zo ging het nog even door. 'Ik kan hem simpelweg niet meer verdedigen', schreef de ontgoochelde Bush, eraan toevoegend dat Blair, de overtuigende winnaar van drie parlementaire verkiezingen, zelf zijn grootste vijand is gebleken.

Volksvijand nr. 1

In linkse kringen is Blair bijkans volksvijand nummer 1 geworden, zeker na het heengaan van Margaret Thatcher. Op Labour-congressen klinkt boegeroep wanneer zijn naam valt, Labour-leider Ed Miliband heeft alle blairites (inclusief zijn eigen broer) politiek de nek omgedraaid en Blair zelf kan niet meer zorgeloos tafelen.

Bij Londense woning aan Connaught Square, om de hoek bij de 'Arabische' straat Edgware Road, staan dag en nacht twee agenten met mitrailleurs voor de deur. Het is geen wonder dat hij driekwart van het jaar in het buitenland doorbrengt, waar hij nog populair is. De Italiaanse premier Matteo Renzi modelleert zich zelfs naar Blair.

De woede binnen progressief Engeland komt voort uit een gevoel van verraad. Na achttien jaar conservatisme waren de verwachtingen in 1997 belachelijk hoog gespannen. Er werd honend gereageerd op de omslag, in die dolle jubelweek, van het satirische blad Private Eye waarop te zien was dat John Major zijn rivaal Blair feliciteert met de woorden 'Ik zei je toch dat de Tories gingen winnen'.

Zeventien jaar later geeft links-Engeland verbitterd toe dat Blair inderdaad een crypto-conservatief blijkt te zijn geweest, een indruk die alleen maar werd versterkt nadat hij het verbod op de vossenjacht noemde als besluit waar hij achteraf gezien wel spijt van heeft.

'Irak' is daarbij uitgegroeid tot het symbool van deze desillusie en blijft Blair achtervolgen. En niet alleen hem. Onlangs kreeg Alastair Campbell, een van zijn schaarse loyale vrienden, de volle laag tijdens een 'Being a Man'-festival. Nadat ex-spindoctor had beweerd dat open- en eerlijkheid helpen bij het oplossen van persoonlijke sores, vroeg een aanwezige of dat ook voor hem en Blair geldt met betrekking tot 'Irak'. Luid applaus.

Wat Tony Blair zelf betreft helpt het niet dat hij allerlei dubieuze machthebbers is gaan adviseren en zich laat fêteren door de superrijken, in plaats van, zoals wapenbroeder George W. Bush, lekker te gaan houthakken en schilderen.

undefined

Meer over