'Het is toch van de zotte dat het onderwijs deels op hobbyisme neerkomt?'

Docenten in het voortgezet onderwijs zouden maximaal 20 lesuren voor de klas moeten staan, basisschoolleraren maximaal acht dagdelen. Dat vindt een meerderheid van de Tweede Kamer. Voormalig leraar van het jaar Jasper Rijpma (32) van het Hyperion Lyceum in Amsterdam kan niet wachten tot het zover is.

Rik Kuiper
Jasper Rijpma. Beeld
Jasper Rijpma.Beeld

Straks staat u nog maar 20 uur voor de klas. Het vak van docent wordt dus echt een luizenbaantje?

'Ja, dat beeld leeft. Mensen hebben het altijd al over die lange vakanties en straks hoeven we ook nog maar een paar uur per dag les te geven. Toch denk ik niet dat docenten minder hard gaan werken als het aantal lesuren daalt. We gaan de vrijgekomen tijd besteden aan het verbeteren van het onderwijs, we kunnen dan eindelijk in gesprek met elkaar hoe we onze lessen beter, uitdagender en spannender kunnen maken voor onze leerlingen. Want daar is nu veel te weinig tijd voor.'

Waar gaat die tijd dan in zitten?

'Nu werk ik parttime, maar ik had tot vorig jaar een fulltimebaan. Dat betekende dat ik 26 of 27 lessen per week gaf, vijf of zes lessen per dag. Maar daarmee ben je er niet. Daarnaast had ik mentorleerlingen, ik moest surveilleren, vergaderen, de administratie bijhouden en contact hebben met ouders. Al die dingen maken het werk van een docent heel bevredigend, maar ook overladen. De werkdruk is hoog. Ik zit regelmatig 's avonds nog met collega's te overleggen. Het is toch van de zotte dat het onderwijs deels op hobbyisme neerkomt?'

Dat deze motie is aangenomen wil niet zeggen dat het plan ook doorgaat. Op Twitter schreef docent en onderwijsvernieuwer Jelmer Evers daarom: 'Eerst zien, dan geloven'. Wat zijn uw verwachtingen?

'Ik ben ook een beetje sceptisch. Het is deels verkiezingsretoriek. Paul van Meenen van D66 neemt het al heel lang op voor de leraar. Hij diende de motie voor minder onderwijstijd al drie keer eerder in. De PvdA stemde altijd tegen, maar kwam onlangs met een eigen plan, waarin ook stond dat leerkrachten minder les moesten geven. Beide partijen willen zich nu graag profileren als onderwijspartij. Na de verkiezingen zullen we zien wat er van deze voornemens overblijft. Maar ik ben in ieder geval blij dat er nu een momentum ontstaat voor dit idee.'

Paul van Meenen. Beeld anp
Paul van Meenen.Beeld anp

Wat is het grootste struikelblok?

'Geld. Een volgend kabinet moet hier de portemonnee voor trekken. Overigens concludeerde de OESO onlangs nog dat wij met relatief weinig geld goed onderwijs bieden in Nederland. Er kan dus best nog wat bij als we het onderwijs nog beter willen maken.'

Als docenten minder gaan werken, valt er een gat. Moeten er docenten bij of krijgen kinderen minder les?

'Het kan allebei. In Finland zie je dat leerlingen minder les krijgen, zonder dat de prestaties eronder lijden. Leerlingen doen er meer aan zelfstudie en werken vaker aan projecten. Daar voel ik ook wel wat voor.'

Ondertussen ligt er ook een voorstel om het onderwijscurriculum op de schop te nemen. De reactie uit het veld was: Ons Onderwijs2032 kan alleen slagen als leraren meer tijd krijgen.

'Dat klopt. Leraren zijn het over veel onderdelen van Ons Onderwijs2032 niet met elkaar eens, maar over één ding wel: als we straks een uitdagend, toekomstgericht curriculum willen hebben, dan spelen leraren daarin een belangrijke rol. Ze moeten meer autonomie krijgen, ze moeten zelf hun onderwijs gaan ontwerpen, ze moeten ingenieurs van het onderwijs zijn, zoals een collega dat zegt. Maar daar hebben ze wel tijd voor nodig. Dat is cruciaal. Anders kiest de leraar weer gewoon voor een lesmethode, dan blijft hij een uitvoerder - of een methodeslaaf, zoals sommigen dat noemen.'

Dit is aflevering 727 van de Nieuwsbreak, het nieuwsinterview van de Volkskrant, elke dag om 16.00 uur online.

Meer over