Het is onnozel de islam zonder nuance te bezien

Een jaar geleden, op 23 januari 2007, stierf de vermaarde Poolse journalist en schrijver Ryszard Kapuscinski. Zijn vertaalster Ewa van den Bergen-Makala trekt lessen uit de manier waarop hij over de islam schreef: nieuwsgierig en onbevangen....

‘De revolutie van de media heeft ons nogmaals voor het oeroude probleem gesteld: hoe moeten we de wereld begrijpen?’ merkte de Poolse schrijver Ryszard Kapuscinski op in zijn veel geprezen boek Lapidarium. Observaties van een wereldreiziger 1980-2000. Kapuscinski wijst erop dat we nog maar zelden toegang hebben tot oorspronkelijke historische bronnen. De enige versie die tot ons komt, en die vaak misleidend en willekeurig is, is die welke de televisie ons rechtstreeks brengt. Dat is de kern van het probleem.

Van de historicus Kapuscinski, die zichzelf ‘vertaler van culturen’ noemde, mag je wel verwachten dat hij zich in de islam grondig heeft verdiept. Zijn allereerste reis leidde hem niet alleen naar India (deze reis beschreef hij in zijn laatste boek Reizen met Herodotos), maar ook naar Afghanistan en Pakistan. Dat was in 1956 en sindsdien kwam hij regelmatig met de islam in aanraking, overigens niet alleen in de moslimlanden.

Zoals blijkt uit zijn boeken en uit de talrijke interviews die hij in de loop der jaren gaf, beschouwde hij de Koran als een poëtisch oeuvre. Over de interpretatie ervan wordt al veertienhonderd jaar getwist binnen de islam zelf. Van oudsher is er strijd tussen islamitische denkscholen. Het bestaan van fundamentalistische groepen binnen de islam is dan ook een oud verschijnsel.

De islam is in Kapuscinski’s ogen in principe een milde godsdienst: een religie van deemoed, gebed, aalmoes, fatalisme. Dat een bepaalde interpretatie van een verhaal of een mythe als onderbouwing wordt gebruikt om iemands hoofd af te hakken, betekent nog niet dat de godsdienst zelf misdadig is.

Kapuscinski’s insteek is duidelijk: we moeten in onze analyse de juiste verhoudingen niet uit het oog verliezen. Niet iedere moslim vindt dat een vrouw die vreemd is gegaan, gedood dient te worden. We moeten niet vergeten dat de wereld een miljard driehonderd miljoen moslims telt.

De schrijver waarschuwde: ‘We moeten niet vergeten dat onze houding jegens moslims door de grote televisienetwerken wordt gevormd. Over het algemeen hebben we dus geen eigen opvatting, onze eigen kennis is nihil en we maken gebruik van deze informatiekanalen die als intermediair fungeren. Omdat deze netwerken de opdracht hebben het wantrouwen jegens de moslimwereld te creëren, wordt ons standpunt gekenmerkt door partijdigheid. We voeren discussies op grond van de gemanipuleerde informatie die ons wordt voorgeschoteld met als doel erin te geloven.’

Complexe beschaving

We gedragen ons vaak ronduit onnozel door de zaken te simplificeren, te vulgariseren, door de rijke, complexe en door interne conflicten verscheurde islamitische beschaving op een ongenuanceerde wijze te benaderen.

Kapuscinski legt uit dat naast de indeling in de twee belangrijkste stromingen binnen de islam, die van de sjiieten en de soennieten, er nog een andere opgeld doet. In Reizen met Herodotos maakt de schrijver ons attent op twee soorten islam: ‘De ene wordt de islam van de woestijn genoemd, de andere de islam van de rivier (of van de zee). De eerste islam wordt beleden door strijdlustige nomadenvolken die een overlevingsstrijd voeren in de meest mensvijandige omgeving, de Sahara; de tweede islam is een geloof van koopmannen, rondreizende handelaren, mensen van trekroutes en de bazaar, voor wie openheid, schikking en uitwisseling niet alleen van belang zijn vanuit het oogpunt van handelsprofijt, maar voor wie ze de bestaansvoorwaarde vormen.’

Kapuscinski wijst erop, dat het wezen van de islam nauw verbonden is met de menselijke ervaring van leven in extreem zware omstandigheden. Daarom speelde de gemeenschap zo’n belangrijke rol binnen deze godsdienst, in je eentje betekende je immers helemaal niets. De Europeaan schijnt dat niet te begrijpen. De westerse beschaving legt grote nadruk op het individualisme. In de traditie van de islam geldt het tegenovergestelde: alleen opereren betekent voor een moslim simpelweg omkomen.

Hiermee roeren we een onderwerp aan dat westerlingen zo belangrijk vinden: het respecteren van de mensenrechten. Kapuscinski was voorzichtig inzake deze materie. Hij vroeg zich af of in geval van de niet-Europese culturen het niet beter zou zijn deze rechten veeleer aan een groep toe te kennen dan aan een individu. Want het verschil tussen onze en de niet-Europese beschaving manifesteert zich al op het niveau van het gezin: ‘In die culturen telt een familie altijd tientallen of zelfs enkele honderden leden en gaat vervolgens over in een clanstructuur. Een groep clans vormt uiteindelijk een stam. Een Nigeriaan of een Afghaan functioneert binnen een volstrekt ander netwerk van relaties en verhoudingen dan een Pool of een Nederlander. Het toekennen van individuele mensenrechten aan de eerstgenoemden berooft hen van de context van het leven binnen de gemeenschap, het plaatst hen tegenover de gemeenschap wat voor hen dodelijk is.’

Overigens moet men niet de indruk krijgen dat Kapuscinski de islamitische beschaving ideaal vond. ‘Het heeft geen zin om de islam te idealiseren. Sommige kenmerken ervan zijn voor ons onaanvaardbaar’, aldus de schrijver. Hij doelde daarmee op de vanuit ons standpunt onaanvaardbare straffen die door moslims worden toegepast. Over deze kwestie zullen we het wellicht nooit met elkaar eens worden. Maar in navolging van zijn grote voorbeeld, de beroemde Poolse antropoloog Bronislaw Malinowski, vond hij dat er geen hogere of lagere culturen bestonden. Ze waren gewoon anders.

De genese en de ontwikkeling van het christendom en de islam zijn volstrekt anders. Het christendom ondergaat een voortdurende transformatie (de Reformatie, de Verlichting, de oecumene), terwijl de zeven eeuwen jongere islam zich een zeer stabiele godsdienst toont en blijft steunen op de traditie van een staatsstructuur die geen onderscheid maakt tussen de seculiere en de religieuze sfeer. Dit alles maakt dat beide culturen niet op elkaar aansluiten.

In zijn boek De Sjah aller Sjahs (1982), dat gewijd is aan de Iraanse revolutie die hij zelf in 1979 meemaakte, wees Kapuscinski ook al op deze kwestie: ‘Azië zal elk Europees transplantaat verstoten als zijnde een vreemd lichaam. De Europeanen kunnen daar verontwaardigd over zijn, maar dat zal weinig doen veranderen. In Europa wisselen de tijdperken elkaar af, het nieuwe tijdperk verdringt het oude, om de zoveel tijd ontdoet de grond zich van zijn verleden en iemand die in deze eeuw geboren is heeft moeite zijn voorouders te begrijpen. Hier [in Iran] is het anders, hier is het verleden even levendig als het heden. Het onberekenbare en wrede stenen tijdperk bestaat er naast de koele, berekenende eeuw van de elektronica. Ze leven voort in dezelfde mens die in gelijke mate de nakomeling van Djengis Khan als de leerling van Edison is, vooropgesteld dat hij al ooit met Edisons wereld in aanraking is gekomen.’

Dit alles neemt niet weg dat er bepaalde kwesties zijn die het Westen met de islamitische wereld wel kan bespreken.

Oorlog of dialoog?

Of we het willen of niet: we leven in een multiculturele wereld waarvan de gevarieerdheid alleen nog maar verder zal toenemen. Het aangaan en doorzetten van een dialoog tussen de westerse en de islamitische wereld blijft, volgens Kapuscinski, de enige mogelijke optie. In zijn voordracht Oorlog of dialoog? (2002) onderstreepte hij het ontbreken van een alternatief: ‘Op deze met massavernietigingswapens overladen planeet zou een oorlog tot het uitroeien van de menselijke soort leiden. Daarom klinken de stemmen (gelukkig niet zo talrijk) die tot vernietiging van de islam oproepen zo hopeloos zielig. De islam betekent een miljard driehonderd miljoen mensen. Uitroeien zo veel zielen? Hoe?’

Hoe we ons tegenover onze gesprekspartner moeten opstellen, welke houding we jegens de ander moeten aannemen, vatte de schrijver samen in enkele voordrachten die hij in de afgelopen jaren had verzorgd. Een jaar voor zijn overlijden werden ze gebundeld onder de titel De Ander, dat in maart in Nederlandse vertaling verschijnt. Dit is tevens het laatste boek van Kapuscinski, wiens hele oeuvre in het teken staat van de ontmoeting. Een ontmoeting waarbij een vriendelijk gebaar en een glimlach op het gezicht nooit mocht ontbreken.

En er is hoop, want ook moslims maken zich zorgen over de twist tussen het christendom en de islam. Via een open brief richtten 138 moslimgeleerden, die een brede waaier van islamitische stromingen vertegenwoordigden, zich in oktober vorig jaar tot alle christelijke leiders en riepen op tot vrede en tot een betere verstandhouding tussen christenen en moslims. Een historisch moment. Een ontmoeting tussen katholieke kerkleiders en een delegatie van de islamitische geleerden staat voor deze lente in Rome gepland.

Het zou Kapuscinski tevreden hebben doen glimlachen.

Meer over