Het is mooi geweest

Modellenbureaus zoeken niet langer naar perfectie. De consument heeft de buik vol van glamourtypes die op Ken en Barbie lijken en eist meer menselijkheid....

SOPHIE Dahl is de kleindochter van schrijver Roald Dahl en weegt ruim 70 kilo. Ze is bovendien klein van stuk, zodat haar silhouet meer doet denken aan een Orangina-flesje dan aan een pijpje Coca Cola. Desondanks verraste zij afgelopen zomer de internationale modewereld door pontificaal te poseren in trendy bladen als i-D en Face. Daarna volgden de catwalks in Londen en verscheen Dahl in gevestigde bladen als Vogue en Elle. De boodschap: weg met het gladde fotomodel dat meer lijkt op Ken of Barbie dan op een echt mens.

Lezers van buitenlandse bladen kan het niet zijn ontgaan. De Britse Elle publiceerde vorige maand een modereportage met zes modellen. Allen mooi om te zien, maar volgens de heersende normen waren er twee te klein, twee te dik en twee met een neus die zichtbaar uit het lood stond. Ook in bladen als Dutch, Vogue en 20 Ans, of in het semi-vakblad Topmodel, worden blonde meisjes met porseleinen gezichten steeds vaker vervangen door rossige modellen met sproeten en verwaarloosbare wenkbrauwen. Of door vrouwen die door hun inktzwarte huid en kogelronde kont in niets doen denken aan het donkere supermodel Naomi Campbell.

Ook de Nederlandse Elle bleef niet achter en zette afgelopen jaar het Amerikaanse model Georgina op de cover: blond en mooi, maar met een fietsenrek als gebit. Het werd relatief het slechtst verkochte nummer van 1997, wat hoofdredacteur José Rozenbroek in het vakblad Adformatie deed verzuchten dat 'minder standaardmooi' in de hele wereld een trend is, behalve in Nederland.

Daar lijkt nu verandering in te komen.

'Het glamourmodel als onbereikbare ster wordt niet meer geaccepteerd', zegt Elle-modechef Cara Schiffelers. Volgens haar vertegenwoordigen gevestigde supermodellen als Claudia Schiffer, Cindy Crawford, Karen Mulder en Naomi Campbell een afgesloten tijdperk, en zijn zij nauwelijks nog te zien in de Parijse modeshows. 'Elle-lezers willen zich nog steeds spiegelen aan mooie vrouwen, maar dat moeten nu mensen zijn waarmee zij zich kunnen identificeren. Met een bereikbare schoonheid voor de gewone Nederlander.'

Daar hoort volgens Schiffelers de kleindochter van Roald Dahl niet bij. Dat was een stunt, zegt zij. 'Een reactie op de anorexiamodellen van vorig seizoen. Wij promoten ook een soort vrouw dat de kleding van het laatste moment combineert met een laagje vet. Maar dat wil niet zeggen dat dik zijn mode wordt.' Volgens Schiffelers kan dat ook niet, omdat de monstercollecties waarmee wordt gewerkt, gemaakt zijn van een vaste, kleine confectiemaat.

De leeftijd van het model is daarentegen geen belemmering. Schiffelers overweegt dit jaar dan ook een reportage te publiceren met ex-modellen die boven de 40 zijn. 'We laten de lezer gewonere mensen zien. Gekleed in de juiste stijl, maar geloofwaardiger.'

Daar past volgens haar ook een jong model bij die toevallig een spleet tussen haar voortanden heeft. 'Georgina is niet perfect, maar ziet er toch heel goed uit.'

De afkeer van uiterlijke perfectie en glamour past in de heersende trend van 'minder is meer' en 'terug naar echt'. In een reactie op het materialisme van de jaren tachtig, zo redeneren veel hoofdredacteuren en reclame-creatieven, wendt de Nederlander zich af van carrière en consumptie. Hij is op zoek naar waarden. Nog steeds adverteert een enkele computerfabrikant of frisdrankproducent met shiny, happy people, maar de meeste campagnes bieden tegenwoordig spirituele bevrediging. De kwaliteit van het leven schuilt niet langer in het sportschoollichaam of in het vernieuwde logo van Louis Vuitton, maar in familie- en vriendschapsbanden of in het loslaten van carrièredrang en hebzucht.

Vandaar de jongeman die in de bierreclame gsm en Filofax-agenda op de pier achterlaat en wegdobbert in een bootje. Vandaar ook de campagnes van Calvin Klein en Estée Lauder waarin tevreden mannen een gat in de dag slapen met hun zoontje op de borst. Waarschijnlijk ingedommeld tijdens het lezen van Amerikaanse bestsellers als Simplify and Enrich your Life of A Guide to Scaling down and Enjoying More. Deze zogeheten downshifters zijn al een paar jaar dominant in de reclame, maar tot nu toe bleef het uiterlijk van het model ongewijzigd.

'Je raakt toch alleen maar ontmoedigd door al die perfecte mannen en vrouwen', vindt directeur Sarah Keller van het jonge modellenbureau Paparazzi. De 30-jarige Amerikaanse veroverde binnen twee jaar een plek op de overvolle markt door consequent naar modellen te zoeken die afwijken van het schoonheidsideaal.

'Ik zoek modellen met karakter. Claudia Schiffer heeft mooie ogen, een mooie neus, mooie borsten en mooi alles, maar ze heeft geen karakter.' Volgens Keller doen de meeste van haar modellen niemand omkijken op straat, maar zijn ze wel geloofwaardiger. 'Cindy Crawford krijgt dat wel voor elkaar, maar van haar perfectie krijgt de consument eerder een depressie. Of anorexia.'

De eigenschap die veel modellenscouts sinds kort op straat en in disco's zoeken, noemt Keller de 'X-factor'. 'Die kan zitten in grote ogen en lippen, of in een karakteristieke neus. De juiste lengte, of het juiste gewicht is dan niet zo belangrijk meer.' Volgens Keller is de X-factor de derde reactie op de glamour van de jaren tachtig, na de grunge (1992) en de heroine chique (1996). Ditmaal gaat het volgens haar om een minder extreme reactie die acceptabel blijkt voor een gematigder publiek.

0I N het buitenland heeft Keller, zegt ze, meer succes dan thuis, maar zij signaleert dat de Nederlandse bladen langzaam hun afwachtende houding laten varen. Daarna volgen volgens haar de reclamemakers die traditioneel de minste risico's nemen. Ook andere modellenbureaus wijzen op de opkomst van modellen die gebrek aan schoonheid compenseren met de X-factor. 'We don't live in Schifferville anymore', zei onlangs de directeur van een toonaangevend Amerikaans modellenbureau.

De veranderingen gaan echter traag. Gewezen wordt op speelgoedfabrikant Mattel, die het afgelopen jaar besloot Barbie dikker te maken, terwijl haar borsten minder volumineus moesten lijken. Maar de pop die nu in de winkel ligt, doet nog steeds sterk denken aan Pamela Anderson.

'Als Nederland al achter loopt, dan komt Wehkamp daar weer achteraan', voorspelt productiemanager Wouter Bierenbroodspot van het postorderbedrijf. Hij is in Nederland grootafnemer van modellen in alle leeftijdscategorieën, maar is het conservatiefst in de modelkeuze. Volgens Bierenbroodspot tornen trendsettende bladen aan de definitie van 'standaardmooi', maar wil de gemiddelde Wehkampklant niets weten van een model met een fietsenrek in de mond. In de komende zomercatalogus presenteert het bedrijf juist de winnares van de eerste Wehkamp badmode-modellenwedstrijd. Onze eigen Claudia Schiffer uit Groningen heet Bianca.

'We hebben onderzoek gedaan en het blijkt dat we meer bikini's verkopen met een blond model, dan als we een meisje met bruin of zwart haar fotograferen.' Volgens Bierenbroodspot is bij Wehkamp ook geëxperimenteerd met dikkere modellen na klachten van lezers. Die stoorden zich aan de dunne middels van de modellen die kleding voor grote maten aanprijzen. 'Uit tests blijkt dat er aanmerkelijk minder wordt verkocht als wij dikkere modellen die kleren laten dragen. Het is pijnlijk, maar wij zijn er voor de gemiddelde Nederlander. En die koopt eerder als er een slanke blondine bij staat.'

Meer over