Het is mooi geweest met de dienstplicht 

Een dienstplicht berust op de valse veronderstelling dat de overheid dwangarbeid mag organiseren.

STAN MEUWESE BEREIDT EEN PROEFSCHRIFT VOOR OVER DIENSTPLICHT EN DIENSTWEIGEREN.

De dag nadat hij al zijn militaire functies en rangen had ingeleverd zweert de nieuwe koning Willem-Alexander dat hij 'de onafhankelijkheid en het grondgebied van het Koninkrijk met al (zijn) vermogen zal verdedigen en bewaren'. Ten behoeve van de verdediging en ter bescherming van de belangen van het koninkrijk is er volgens artikel 97 van de Grondwet een krijgsmacht. Deze krijgsmacht is er ook - volgens hetzelfde artikel 97 - voor de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde. Dat hij daaraan gaat meewerken, dat zweert de nieuwe koning niet.

De regering doet in 1979 een eerste poging de krijgsmacht uit de Grondwet te schrappen, omdat het een gewone rijksdienst is zoals rijkswaterstaat, belastingdienst en brandweer. Het was tenminste merkwaardig, dat de dienstplicht wel in de Grondwet bleef staan en het orgaan waaraan men verplicht zou moeten medewerken niet. De voorstellen sneuvelden in de Eerste Kamer. Een tweede poging om de krijgsmacht dan maar te handhaven en dan ook een grondwettelijke rol te geven in de internationale vredesoperaties sneuvelt in 1987.

Uiteindelijk werd bij de grondwetswijziging in 2000 het bijdragen aan het handhaven van de internationale rechtsorde (bedoeld wordt meewerken aan vredesoperaties) formeel een taak van de krijgsmacht. De tekst van de inhuldigingseed van de koning uit 1992 is daaraan niet aangepast.

Maar die formele verbreding van het takkenpakket van de krijgsmacht was eigenlijk alleen praktisch mogelijk, omdat de kaderdienstplichtkrijgsmacht in 1996 volledig vervangen was door een kadervrijwilligerskrijgsmacht: beroeps(onder)officieren met een levenlange carrière in de krijgsmacht en manschappen met een kortlopend contract.

Van oudsher zijn dienstplichtigen steeds bedoeld geweest voor de verdediging van eigen huis en haard. Zo zag ook Rousseau het, die de Franse Revolutie de legitimatie voor de conscriptie verschafte. De dienstplicht is er voor de verdediging van het vaderland en niet voor offensieve veldtochten over de grens of voor de koloniën. Dus ook niet voor internationale vredesoperaties. Voor de uitzending van 95.000 dienstplichtigen naar Indonesië moest in 1946 halsoverkop de Grondwet worden gewijzigd. In 1979 zijn alleen in het allereerste detachement voor Libanon dienstplichtigen (ook tegen hun wil) opgenomen; daarna zijn dienstplichtigen alleen op basis van eigen keus uitgezonden.

Dienstplichtigen in de moderne zin zijn in Europa twee eeuwen actief geweest, vanaf de Franse Revolutie tot aan de val van de Berlijnse Muur. De militaire behoefte aan de grote aantallen én de eenvoudige uitvoering van het soldatenbedrijf (vooral door simpel te hanteren vuurwapens) maakten het noodzakelijk én mogelijk om de rekruten direct vanuit de bevolking in te lijven. De veldslagen van Napoleon en Bismarck, de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog en de massale landingen in de Tweede Wereldoorlog, dat alles staat op het conto van de dienstplichtige militair.

De gewapende man werd vervangen door het bemande wapen. Door die technologische vernieuwing waren er tactisch-strategisch bezien geen ongemotiveerde dienstplichtigen, die maar een jaartje bleven, meer nodig, wel professionele militairen.

Twee eeuwen militaire dienstplicht, het is mooi geweest. Geforceerde pogingen om een militaire dienstplicht te verbreden tot een sociale dienstplicht zijn gestoeld op de valse juridische veronderstelling dat een overheid gerechtigd is dwangarbeid te organiseren voor leden van bepaalde jaarklassen. Een reeks internationale mensenrechtenverdragen staat alleen een uitzondering op het verbod op dwangarbeid toe met het oog op de militaire dienst.

Nostalgische overwegingen met verwijzingen naar burgerzin, groepsgevoel en contact tussen culturen gaan geheel voorbij aan de onrechtmatige verdeling van de dienstplichtlast. Uiteindelijk moest slecht één op zes van alle jongens en meisjes van een leeftijdsklasse in dienst. Over solidariteit gesproken.

De afschaffing van de dienstplicht in 1996 is formeel op halfzachte wijze geschied. De dienstplicht is opgeschort en kan bij koninklijk besluit, mits ruim te voren aan de Tweede Kamer gezonden, weer geactiveerd worden. We leven nu bijna twintig jaar na het besluit de dienstplicht op te schorten. Er is dus een generatie van twintig keer honderdduizend jongens (de meisjes nog steeds niet) die ooit bericht gekregen hebben dat zij in het dienstplichtregister staan.

Een verplichting te doden en gedood te worden raakt de essentie van het bestaan van de burger. Militaire dienstplicht is volgens Thorbecke de zwaarste verplichting die een overheid haar burgers kan opleggen. Het is een staatsrechtelijk wangedrocht om een in feite loze verplichting met een willekeurige pennenstreek tot realiteit te maken. De (grond)wetgever komt er niet meer aan te pas.

De koning zweert het grondgebied van het vaderland te verdedigen, zoals de dienstplichtige dat in de praktijk bracht in de hoogtijdagen van de dienstplicht. Zo'n eed is daarom net zo uit de tijd als de dienstplicht zelf.

undefined

Meer over