Het is een bende in de keuken en dat geeft stress

Vloeren vegen, dozen vullen, kratten stapelen, borden wassen: voor wie niet al te kritisch is, heeft het uitzendbureau zeker in de zomer altijd wel wat te doen....

Het moest er natuurlijk van komen. Ik had ook nooit de illusie dat een man die alle banen aanneemt, kan ontkomen aan afwassen. Het is de ultieme klus onderaan de ladder. Nu het bijna zover is, neem ik me voor er het beste van te maken.

De dagen voor de vaatwas denk ik wat na over het begrip 'etensresten', en concludeer dat die niet per se vies hoeven te zijn. Het is gewoon eten, maar dan niet gegeten.

De afkeer van afwassen schijnt wijdverbreid te zijn. In menige spoelkeuken staat te weinig personeel en de uitzendbureaus kunnen zelden genoeg afwassers leveren.

Mijn komst bij het restaurant van het grote bankkantoor wordt dan ook blij verwacht door cateringmanager De Vries, verzekert het uitzendbureau. Ik mag de vaat doen voor vijfhonderd lunchende en brunchende bankmedewerkers. Maar mijn entree bij de bank is een beetje pijnlijk. Ik moet mij melden bij de receptie, waar ook alle belangrijke heren en dames zich melden. Al ben ik keurig gekleed in zwarte pantalon en wit T-shirt, ik val een beetje uit de toon. Ik draag dé outfit voor een afwasser.

Ik kopieer het gedrag van de man die voor mij door het receptieluikje sprak en noem mijn naam, en die van mijnheer De Vries. Men kijkt mij al wat vreemd aan, en na lang heen en weer gepraat achter het luikje, komt na tien minuten een De Vries mij ophalen. Hij schudt me vriendelijk de hand, en vraagt waaraan hij mijn visite te danken heeft. Als ik hem zeg dat ik niet mijn aandelenpakket wil bespreken maar kom afwassen, bevriest zijn glimlach.

Er is hier sprake van een misverstand, zegt hij. Ik moet naar de andere mijnheer De Vries, die van de keuken. Ik schaam me.

Gelukkig mag ik mijn dienende rol als afwasser geheel achter de schermen vervullen. De bevuilde borden, glazen, bekers en schaaltjes worden door mijn mede-afwasser aangenomen van de lunchers, ontdaan van etenswaar, en in kratten via een lopende band door de vaatwasmachine gestuurd.

Het is aan mij de schone vaat te sorteren, te stapelen en wat nog vuil is opnieuw door de machine te laten gaan. Ook moet ik de pannen uit de keuken inweken en soppen. Omdat ik in de keuken sta, zie ik niet wiens bordjes ik was. Dat anonieme afwassen bevalt wel. Ik heb medelijden met mijn collega die de hele dag, gekleed in plastic schort, oog in oog staat met keurige bankmedewerkers, en moet verwerken wat ze niet meer lusten.

Op het drukste moment van de dag wordt het paniekerig aan mijn lopende band. Regelmatig klettert een krat van de rolbaan. Dat geeft een bende, en een bende in de keuken geeft stress. Gelukkig schijnt het normaal te zijn dat er wat sneuvelt. Na een paar keer gekletter komt een meisje uit het restaurant mij helpen. Ze kijkt me niet eens beschuldigend aan. Samen gaat het beter. Nu heb ik eindelijk tijd om het bestek te sorteren.

Als de laatste eter uit het restaurant is verdwenen, zit het werk er voor de afwasser nog niet op. De laatste klus betreft het schoonmaken van de vaatwasmachine en de wasbak voor de vette pannen. Een monsterklus, vermoed ik, en ik ga dan ook rap aan de slag met schuurspons en schoonmaakmiddel.

Ik boen mijn handen stuk. 'Nee, nee', roept mijn collega. 'Niet zo, maar één twee hop.' Hij doet het voor, en gaat met slechts een natte doek van één twee hop, even vluchtig over de apparaten heen. Ze blijken na één handbeweging inderdaad blinkend schoon.

Als je elke dag één twee hop doet, zo leer ik dus, heeft dat hetzelfde effect als één keer in drie weken schuren en boenen op een dikke laag vuil. Ik neem me voor de les thuis in de praktijk te brengen, maar ik ben hem gelukkig op de fiets alweer vergeten.

Meer over