'Het is die angst voor zomaar een leven'

Haar debuutroman Slaap!, over slapeloosheid, werd lovend ontvangen en bezorgde haar een plek op de longlist van de Libris Literatuurprijs 2004....

'Het kwam allemaal in tien dagen tijd, en dat was eigenlijk helemaal niet zo goed voor mijn brein', zegt Annelies Verbeke terwijl ze de kat voor de derde keer van tafel tilt. De in Gent wonende schrijfster en scenariste geldt sinds het verschijnen van haar debuutroman Slaap! als een van de meest belovende literaire talenten. Ze stond als enige Belgische en als enige debutante op de longlist van de Libris Literatuurprijs, haalde net niet de shortlist, maar is volgens de jury wel degelijk een 'aanrader'.

Direct na het verschijnen van de eerste, jubelende recensie van Elsbeth Etty in NRC Handelsblad ('het meest indrukwekkende debuut sinds Arnon Grunberg'), stroomden de aanbiedingen binnen: 'HUMO vroeg mij om reportages te schrijven, het nieuwe tijdschrift DENG belde voor een interview, en daarna vroegen ze om een column, uitgeverij Prometheus belde mij voor een verhalenbundel, en De Gids vroeg om een kort verhaal. Daarnaast wilde Het Toneel Speelt dat ik een theatertekst zou schrijven, het liefst voor juni van dit jaar, maar ik heb hun gezegd dat dat onmogelijk is, ik ben geen orakel!'

Een achtste druk van Slaap! is inmiddels in voorbereiding, vijftienduizend exemplaren zijn verkocht. Het succes van de schrijfster die voordien alleen filmscenario's schreef, verbaast haar zelf ook: 'Ik was laatst voor een lezing in een jazzcafn Terneuzen. Het publiek was grotendeels boven de zestig, maar het was wild enthousiast, en er waren mensen die met vier exemplaren tegelijk naar mij toe kwamen om ze te laten signeren. Ik vond dat eigenlijk op het bevreemdende af. Als er ooit een fanclub voor mij wordt gesticht, dan is dat in Terneuzen.'

Slaap! is een roman over de gevolgen van slapeloosheid. De twee hoofdpersonen zijn de 27-jarige Maya en de bijna twee keer zo oude Benoit. Beiden brengen hun nachten wakend door - om uiteenlopende redenen. Verbeke laat hen om en om, in aparte hoofdstukken, aan het woord, waardoor er een voortdurende perspectiefwisseling ontstaat en de lezer het gevoel krijgt naar een wedstrijd te kijken. Die komt pas tot een einde als beide partijen volledig zijn uitgeput.

Maya is voor Verbeke zeer herkenbaar: 'Zij staat voor mijn generatie die geparalyseerd is door de angst om niet groots en meeslepend te leven. Daarnaast heeft Maya een persoonlijkheid die haar veel doet tobben over de wereld. Deze twee eigenschappen veroorzaken de slapeloosheid, die haar uiteindelijk gek maakt en steeds verder de afgrond induwt.

'Maya is een rusteloze persoon, en dat ben ik zelf ook. Ik denk dat ik een of andere onderdrukte woede in me heb, want uit alles wat ik schrijf spreekt een zekere kwaadheid. Of misschien geen woede, maar een afgunst ten opzichte van mensen die rustig zijn, die zich kunnen schikken in hun lot. Innerlijke rust is toch waar iedereen naar op zoek is, en voor sommigen blijkt dat meer haalbaar dan voor anderen. Daar valt uiteindelijk weinig aan te doen, vrees ik.'

Maya's tegenspeler Benoit is begin vijftig en heeft als puber de klok stopgezet op de dag dat zijn moeder, de prostituee Lea, dodelijk werd geraakt door een 'rijkswachtcombi'. Zijn eerste hoofdstuk eindigt hij met de regels: 'Dat was de laatste dag die ertoe deed. De rest was zomaar een leven.' Zeventien jaar zat hij vervolgens als 'opzichter' aan de rand van een zwembad, lezend in de Franse existentialisten: 'Tot er eentje verdronk. Toen werd ik ontslagen.'

Over Benoit zegt Verbeke: 'Hij is iemand die altijd maar vlucht, omdat hij zich heeft voorgenomen dat zijn leven gedaan is op het moment dat zijn moeder is gestorven. Hij leeft tussen droom en werkelijkheid, en sluit zich af voor iedere vorm van verantwoordelijkheid. Hij wacht op zijn eigen dood, in plaats van er iets van te maken. Zulke mensen bestaan echt, ik ben daarvan overtuigd. Mensen die geen enkele intentie hebben om nog iets te ondernemen wat de moeite waard is.'

Wat slapeloosheid is, weet de schrijfster ook uit eigen ervaring, zij het in mindere mate dan haar twee hoofdpersonen: 'Van kinds af aan heb ik door spanningen of stress of door een leuke manier van opgewonden zijn niet goed kunnen slapen. Ik lag maar naar mijn wekker te kijken, tot het vier uur was. Nog altijd heb ik zulke periodes.' Lachend: 'Bijvoorbeeld toen ik aan het wachten was op de eerste recensie.'

Wat het eerst komt, slapeloosheid of gekte, kan Verbeke moeilijk zeggen: 'Door die slapeloosheid worden er geen plannen meer gemaakt. Het is bijna overleven, van dag tot dag, met niet al te veel enthousiasme. Ik heb mijn boek zeker niet bedoeld als een pleidooi voor structuur, maar ik denk wel dat het een goede zaak is voor mensen om ergens mee bezig te zijn. Als je veel tijd voor jezelf hebt, heb je ook veel tijd om na te denken. Het is toch vaak zo dat mensen die hun baan kwijtraken, de pedalen verliezen. Soms lijkt het erop aan te komen zo weinig mogelijk na te denken.'

Slapeloosheid is wat Maya en Benoit verbindt, maar er is ook een groot verschil. Voor Benoit is zijn verleden de bron van zijn levensangst, voor Maya is dat het heden. Daarom zoekt de sterke, maar vooral ook eenzame Maya in de eerste plaats een soortgenoot, terwijl de flegmatieke Benoit alleen maar zijn moeder terug wil hebben: 'Maya snapt wel dat Benoit in opperste bewondering vhaar staat, maar ze weet niet dat zij op zijn moeder lijkt. Dat heeft hij haar nooit verteld. Het kan haar ook weinig schelen; zij heeft hem gewoon nodig omdat hij de enige is die overblijft.'

D

e kracht van Slaap! schuilt in de geconcentreerde stijl die weinig ruimte laat voor dialogen, maar des temeer voor actie. Hier verraadt zich de scenariste: 'Over elk hoofdstuk zou ik wel een heel boek kunnen schrijven, maar ik ben van nature heel ongeduldig. Ik vind het fijner om na te denken over zin die een halve bladzijde samenvat, dan om die halve bladzijde ook daadwerkelijk te schrijven. In scenario's geldt het principe van show don't tell; dat heb ik inderdaad meegedragen naar de literatuur.'

Na haar studie Engels en Nederlands in Gent volgde Verbeke een eenjarige cursus scenarioschrijven aan de filmacademie in Brussel. Daar schreef ze de eerste versie van Dogdreaming, een verhaal over een 'supermarktkassierster die zich niet lekker in haar vel voelt zitten en die dromen krijgt van een golden retriever die haar belooft dat ze gelukkig zal worden. Het is eigenlijk een coming-of-age-comedy, een Bildungsroman in film.'

Dogdreaming werd geselecteerd voor het Mediterrean Film Institute, een mediaprogramma van de Europese Unie: 'Dat was voor mij echt de ultieme duw in de rug. Daarna ben ik ook nog gekozen voor European Pitch Point, een jaarlijkse wedstrijd waarbij twaalf scenaristen hun verhaal mogen vertellen voor een zaal vol producers. Daar heb ik mijn producers ontmoet, Belgen en Duitsers. Maar het vervelende is nu dat zij onderling ruzie hebben, omdat de Duitsers mij meer willen betalen dan de Belgen. Onder je eigen kerktoren gunt niemand je het licht in de ogen.'

Sprekende dieren vormen een opvallende overeenkomst tussen Dogdreaming en Slaap! In Dogdreaming is het een golden retriever, in Slaap! spelen een potvis en een mot een belangrijke rol: 'Ik weet eigenlijk niet hoe ik aan die sprekende dieren kom, maar zo origineel is het niet - Disney is er vol van. Vroeger heb ik wel veel sprookjes geschreven. Dieren hebben aan de ene kant iets onschuldigs en aan de andere kant iets wijs, maar ik besef ook wel dat ik dit niet te veel moet doen.'

Frederik de potvis speelt een raadselachtige rol in de dromen van Benoit: 'Soms spoelt er langs de Belgische kust een potvis aan, en ik vind dat dan zoiets onwezenlijks. Dan ligt daar opeens zo'n oerdier te midden van onze drukke hedendaagse maatschappij. Ik vond dat als droombeeld wel geschikt voor de afwezige vaderfiguur van Benoit. Het heeft iets rustgevends, iets wijs. Als die potvis dan uiteindelijk echt aanspoelt, is Benoit ook zijn droom kwijt.'

In veel recensies is het werk van Verbeke vergeleken met dat van Arnon Grunberg, maar Verbeke is de eerste om vast te stellen dat Grunberg 'uiteindelijk toch wel cynischer' is. Ze kan zich ook niet indenken dat Grunberg 'een sprekende potvis in zijn verhalen zou opvoeren'. De vergelijking beschouwt ze niettemin als een groot compliment ('Grunberg is mijn lievelingsschrijver in het Nederlandse taalgebied') - en ze ziet ook zelf soms overeenkomsten: 'Die angst voor ''zomaar een leven'' zit er bij hem ook in. Misschien is dat wel iets wat bij onze leeftijd past, of bij onze generatie. Er zijn ook dingen die we allebei hebben gedaan, of waarin hij mij net vwas. Zo komt er in Gstaad van Marek van der Jagt een nepdokter Muller voor, net als in Slaap!. Toen ik nog als secretaresse werkte, vertaalde ik veel gebruiksaanwijzingen, en dat vond ik echt iets om te gebruiken in een volgend verhaal. Totdat ik zag dat de hoofdpersoon in Grunbergs De asielzoeker hetzelfde deed.'

De vaak zwarte humor is een andere overeenkomst. Evenals de behoefte aan relativering: er mogen dan grote onderwerpen worden aangesneden, 'ondertussen moeten er wel frieten worden gebakken'. Op die manier weet Verbeke de soms wat pathetische Maya in de hand te houden - wat dicht in de buurt van zelfspot komt, want in Maya 'zitten zeker veel gevoelens die ik zelf ook gekend of ervaren heb. Maar die worden natuurlijk wel opgeblazen tot ontzettende proporties, en juist die uitvergroting, daarvoor dient literatuur voor mij.'

Meer over