Het is de cultuur!

Scholen zijn organisaties geworden waar volgens Cocky de Wolf e.a. alles als los zand aan elkaar hangt. Pak dat aan, en het vak leraar zal weer hoogopgeleiden trekken....

Aan het begin van het afgelopen schooljaar verscheen het rapport van de commissie-Rinnooy Kan. Dit beschreef de deplorabele positie van de leraar, noemde het tijdstip vijf voor twaalf en gaf het advies snel te beginnen met herstelwerkzaamheden. Minister Plasterk pikte de boodschap op, kwam met het Actieplan LeerKracht van Nederland, dat met steun van werkgevers en bonden vlak voor de zomervakantie is omgezet in een convenant. Leraren gaan voortaan vlotter door de salarisschalen, de genoten opleiding telt mee in de beloning en zittend personeel krijgt ruimte voor studie. Kosten voor de belastingbetaler: 1 miljard euro.

Zonder meer een goed initiatief, maar het is niet genoeg. Voor startende leraren in het voortgezet onderwijs zijn nog niet alle bezwaren weggenomen om vol overtuiging voor het beroep van docent te kiezen. Hoog opgeleide nieuwe leraren zullen ook na dit convenant niet voor een carrière voor de klas kiezen. De hedendaagse schoolcultuur hangt als los zand aan elkaar en dat stoot af.

Zo zal het personeelsbestand met de uittocht van de traditionele, degelijk opgeleide leraren, veelal werkend in een volledige baan, lange tijd aan één school, verder versplinteren. Nu al is 52 procent van het totale personeelsbestand parttimer. Natuurlijk leent juist het werk voor de klas, opgedeeld in lesuren, zich voor deeltijdarbeid. Punt is dat scholen binnenkort meer moeite zullen krijgen vacatures op te vullen en functies dus noodgedwongen verder zullen verknippen in kleine baantjes. Daar komt bij dat de krapte op de arbeidsmarkt uitnodigt tot winkelen met arbeidsvoorwaarden; scholen vullen de gaten door personeel bij elkaar weg te kopen.

Deze verhoogde interne mobiliteit en de toename aan parttime functies leiden tot een versplinterd docentenkorps. De affiniteit met de organisatie neemt daardoor af, de onderlinge uitwisseling van ideeën verloopt moeizaam en een gemeenschappelijke onderwijsvisie ontwikkelen is nagenoeg onmogelijk. Scholen transformeren daardoor tot organisaties met een zwakke cohesie. Dat maakt het binden van jongeren aan onze samenleving moeilijk en laat dat nou net de doelstelling zijn van algemeen vormend onderwijs.

Vakmensen die hun kennis en vaardigheden willen delen kunnen hun ei niet kwijt in zo’n onrustige omgeving. De werktijd besteden ze vooral aan het geven van lessen aan te grote groepen leerlingen. Voorbereiding, reflectie, verbetering en ontwikkeling schieten erbij in, omdat het verwerken van leerlingen domineert. Ook strookt dit ‘lopendebandwerk’ niet met de ambities van hoogopgeleiden.

De grondwettelijke vrijheid van onderwijs geeft scholen de mogelijkheid te werken vanuit een eigen visie, maar door de zwakke cohesie en het ontbreken van een gemeenschappelijke onderwijsvisie zien wij vooral leraren die doen wat ze willen. Daardoor zijn de verschillen in aanpak binnen scholen enorm. Net als de leerlingen begrijpen wij daar niets van.

Dit alles vraagt om maatregelen. Te denken valt aan beter belonen voor langer werken aan één school en een beperking van het maximaal aantal te geven lessen. Leraren zullen zich dan eerder binden aan een instelling en krijgen ruimte voor ontwikkeling binnen hun vak. Daarnaast mag de inspectie schoolleiders best eens bevragen op hun onderwijsvisie. Explicitering op papier alleen is daarbij niet afdoende, voorbeelden waarin deze visie vertaald is naar een werkbare en efficiënte lespraktijk dienen ook geleverd te worden.

Minister Plasterk leek in het Kamerdebat over het convenant duidelijk te willen maken dat het zo wel even genoeg is. Deze passieve houding is onverantwoord. In het voortgezet onderwijs krijgt een miljoen leerlingen les van honderdduizend leraren. Nadenken over hoe dat te organiseren valt, vanuit welk idee we werken en hoe verandering in de richting van meer cohesie binnen scholen moet plaatsvinden, vormen een set van noodzakelijke voorwaarden voor het slagen van het convenant.

Meer over