Reportage

Het Holocaustmonument in Amsterdam maakt het verleden tastbaarder

 Bertje Leuw en Herbert Sarphatij bij de stenen voor hun familie. Beeld Rebecca Fertinel
Bertje Leuw en Herbert Sarphatij bij de stenen voor hun familie.Beeld Rebecca Fertinel

Het Holocaust Namenmonument in Amsterdam is zondag geopend. Eindelijk is er dan een herdenkingsplek waar alle Joden, Roma en Sinti die in de Tweede Wereldoorlog zijn vermoord bij naam worden genoemd. ‘Zodat ook de jongste generatie kan leren van deze krankzinnige geschiedenis’, vindt een van de nabestaanden.

‘Kijk hier, de zus van mijn moeder’, zegt Bertje Leuw (77), terwijl ze de naam Roza van Praag aanwijst. Haar stem is bijna opgetogen, zondagmiddag, in het zojuist onthulde Nationaal Holocaust Namenmonument in de Hoftuin in Amsterdam, op de plek waar voor de oorlog de Jodenbuurt was. ‘En hier, Selma van Praag, 12 jaar, mijn nichtje.’ Ze verloor zo’n vijftig familieleden door de Jodenvervolging. Op een rustiger moment zal ze ze een keer allemaal opzoeken. Zelf werd ze in februari 1944 geboren, op een onderduikadres. Daarom staat haar naam hier niet in steen gebeiteld.

Leuw en haar man Herbert Sarfatij (84), ook een overlevende van de Holocaust, vinden eigenlijk dat het monument er veel eerder had moeten komen. Maar toch, het is nu eindelijk gelukt een beeld te geven van de massaliteit van wat er gebeurd is, zegt Sarfatij. ‘Al die individuen die uit het leven zijn gerukt.’ Volgens Leuw vormt het monument een verbinding met de huidige tijd. ‘Zodat ook de jongste generatie kan leren van deze krankzinnige geschiedenis waarbij miljoenen mensen hebben meegedaan aan of weggekeken voor de dood van miljoenen andere mensen.’

Vijftien jaar lang heeft Jacques Grishaver (79), voorzitter van Nederlands Auschwitz Comité ervoor gestreden. Een monument om de ruim 102.000 Nederlandse Joodse slachtoffers en 220 Sinti en Roma te eren en gedenken. Met een moeizame tred, maar met fiere gelaatstrekken laat hij zich de felicitaties welgevallen. De afgelopen jaren stuitte hij telkens weer op weerstand bij buurtbewoners die het monument niet in hun park of achtertuin wilden. Het was te groot of te hoog, te veel groen zou verloren gaan. In 2019 nog, moest een rechtszaak uitwijzen of 24 bomen gekapt mochten worden voor het project. ‘24 bomen...’, verzucht Grishaver. ‘Tegenover 102.000 mensenlevens.’

Geen graf

Een kunstwerk, een oase, is het geworden, vindt Grishaver. Geboren in de oorlog, doorstond hij de eerste paar jaar van zijn leven ondergedoken, in de Linnaeusdwarsstraat. Maar de Holocaust, die draag je je leven lang mee’. Dit monument is voor zijn grootvader, grootmoeder en tantes, die de oorlog niet overleefden. Grishaver: ‘Maar vooral ook voor al die families waarvan niemand terugkeerde. Die nooit herdacht zijn. Die geen graf kregen.’

Tevreden en geroerd kijkt hij rond. Al die families die vandaag gekomen zijn vinden de namen van familieleden en vrienden. Maar niet iedereen ziet het nut van het monument, er bestaan binnen de joodse gemeenschap vele meningen over. Chris den Hoedt (53), voorzitter van de Joodse Gemeente Rotterdam, heeft moeite met de nationale claim van het monument, laat hij via een telefoongesprek weten. ‘Wat is het doel hiervan en waarom een centraal monument buiten de leefgemeenschap van vele slachtoffers?’

Den Hoedt was niet bij de plechtigheid en de behoefte om het monument te bezoeken, voelt hij niet, hoewel ook de namen van zijn familieleden hier te vinden zijn. Voor de joodse gemeenschap hoef je het niet te doen, zegt hij, daar laat het gemis van al die verloren familieleden zich nog elke dag voelen.

En voor de Nederlandse bevolking als geheel? ‘Alle educatie over de Holocaust, alle monumenten die zijn opgericht, hebben niet geleid tot een besef van de grootschaligheid van alle ellende die heeft plaatsgevonden’, vindt hij. Sterker nog: antisemitisme is weer in zwang. Het Joodse leven staat onder druk.

Zielenrust

‘Als ik me om alle mogelijke reacties druk zou moeten maken, zou ik weer moeten onderduiken’, zegt rabbijn Abraham Rosenberg (78) met een knipoog. Zelf neemt hij een middenpositie in: hij voelde niet de absolute urgentie van het monument, was niet sterk voor of tegen. Vlak voor de onthulling door Koning Willem-Alexander sprak hij een Jizkor uit, een gebed voor de zielenrust van de overledenen. Rosenberg verloor tijdens de oorlog, op zijn broer en de tante van zijn moeder na, zijn hele familie. Het monument zal in ieder geval een grote impact hebben op de generatie die de oorlog nog net heeft meegemaakt, denkt hij.

Geldt dat ook voor jongeren? En hoe funest het is als zij er minder bij stilstaan? Rosenberg weet het niet. ‘Natuurlijk moeten we oppassen. En natuurlijk moeten we blijven waarschuwen. Maar we moeten ook dóén’, zegt Rosenberg. Hij wond zich namelijk pas echt op bij al het nieuws over de evacuatie uit Afghanistan. ‘Het kabinet heeft die mensen laten barsten. Dat wegkijken, dat is er nog steeds.’

Even verderop heeft Donald Koppel (79) de gedenksteen voor zijn vader gevonden. Samuel Koppel werd in 1942 vermoord in Mauthausen. Zelf zat hij met zijn moeder en zeven anderen ondergedoken. Daar waren ze ondergebracht door een rechercheur. ‘Dat was eigenlijk een schoft, die rechercheur. Hij verduisterde bonnen en heeft goed verdiend aan de oorlog. Maar, hij heeft wel feitelijk ons leven gered.’ Zulke werkelijkheden konden naast elkaar bestaan tijdens de bezetting.

Het monument maakt het verleden veel tastbaarder, zegt Koppel. Alleen: de stenen doen wel een beetje aan de bedden in barakken denken, vindt zijn vrouw Evelyn, terwijl ze over zijn schouder kijkt. ‘Hoe ze zo liggen opgestapeld.’ Maar, vinden beiden, het is goed dat dit er nu is, deze gedenkplaats.

Vanaf vijf uur stroomt de Hoftuin langzaam leeg. Het monument is de polemiek voorbij. Het is er. De missie van Grishaver zit erop.