Het helpt enorm als je je sterk tegen iemand afzet

Voor een succesvol optreden tijdens het Kamerdebat moet de kijker voelen dat je staat voor je verhaal.

RODERIK VAN GRIEKEN

Vandaag en morgen vinden de Algemene Politieke Beschouwingen plaats. Een jaarlijks terugkerend hoogtepunt van het politieke jaar. Er is traditioneel veel media-aandacht voor deze confrontatie tussen de fractieleiders onderling en de premier, die een uitgelezen kans biedt om je positie als politiek leider te verstevigen. Een aantal elementen bepaalt hoe het optreden van een politicus tijdens dit feest van de democratie wordt beoordeeld.

De belangrijkste eerste stap op weg naar succes is dat de politicus goed beseft wat het doel van zijn optreden is. Het gaat erom dat je een krachtig beeld van jezelf neerzet ten opzichte van je rivalen en dat je een duidelijke politieke boodschap uitzendt. Vaak streven fractieleiders naar volledigheid. Ze kiezen ervoor vrijwel ieder actueel politiek vraagstuk wat aandacht te geven zodat iedereen in de fractie en de (potentiële) achterban zich in het verhaal kan herkennen.

Dit soort verhalen is gedoemd al tijdens het uitspreken in de vergetelheid te raken. Veel te veel boodschappen die stuk voor stuk niet goed kunnen worden uitgewerkt. De truc is je op één of twee boodschappen te concentreren en daar je verhaal omheen te bouwen. Ook moet je een keuze maken ten opzichte van wie je jezelf gaat profileren. Een debat draait om een meningsverschil. Voor de duidelijkheid helpt het enorm wanneer je je krachtig tegen iemand anders afzet. De PVV groeide het hardst toen Wilders zich voor de volle honderd procent op de PvdA richtte. Zijn visie werd altijd en overal ten koste van de PvdA gepresenteerd.

Zodra de boodschap en de opponent gekozen zijn begint het echte werk. Hoe breng ik mijn boodschap zo krachtig mogelijk op de bühne? Dat gebeurt in ieder geval niet met het citeren van de berekeningen van het CPB. Statistieken zijn cruciaal voor het dagelijkse politieke handwerk. Maar niet tijdens een debat. Dan komt het aan op zorgvuldig gekozen en goed uitgewerkte beelden. De PVV is hier goed in. Tijdens de Beschouwingen van 2009 omschreef Wilders het laatste kabinet Balken-ende als een Trabantje dat was vastgelopen in het moeras met Wouter Bos achter het stuur, André Rouvoet als iets te blije bijrijder en Jan Peter Balkenende die vanaf de achterbank riep dat hij achter het stuur zat. Het was hilarisch en treffend en daarmee pijnlijk voor de betrokkenen. Met deze krachtige metafoor trok Wilders de volle aandacht en wist hij zijn visie ten koste van het kabinet snoeihard op de bühne te brengen. En dat is precies waar het om draait.

Een andere belangrijke succesfactor is het goed omgaan met het wapen van de interruptie. Een goede interruptie is zorgvuldig voorbereid en overvalt de spreker. Alexander Pechtold is hier sterk in. Vaak legt hij zijn opponent een ogenschijnlijk heldere keuze tussen twee opties voor die de spreker in beide gevallen in problemen brengt. Bij interrupties draait het ook vaak om beelden. Een klassieker is de interruptie die Pechtold in 2009 plaatste bij toenmalig CDA-fractieleider Pieter van Geel. Gewapend met een enorme stapel onderzoeken die in opdracht van het zittende kabinet waren uitgevoerd vroeg hij Van Geel welk extra onderzoek dit kabinet nu nog nodig had voor het eindelijk eens beleid ging maken. Op het antwoord van Van Geel dat hij samenhang tussen alle onderzoeken zocht antwoordde Pechtold wijzend naar de stapel rapporten: 'Zal ik er een nietje doorheen slaan!?' Dit fragment haalde alle media omdat het goed getimed was en een breed gedeeld gevoel onder veel burgers tastbaar maakte. Het leek spontaan, maar er was goed over nagedacht.

Tot slot is het cruciaal dat de spreker zoveel mogelijk regie houdt over zijn eigen betoog. Job Cohen had in 2011 een mooie tekst voor zijn eerste spreektermijn. Helaas viel deze volledig in het water doordat hij zichzelf verloor in de vele interrupties die hij kreeg. Nergens kwam hij toe aan het goed voor het voetlicht brengen van zijn eigen boodschap.

Heel anders, maar ook niet goed, gaat Wilders met interrupties om. Hij negeert vrijwel iedere interruptie met een keiharde, soms beledigende opmerking en gaat door met zijn betoog. Het is effectief maar niet passend bij een goed debat. Mark Rutte daarentegen is een meester gebleken in het beantwoorden van vragen zonder regie te verliezen over zijn eigen betoog. Met flair en regelmatig met humor, maar altijd kort en scherp gaat hij in op het punt van de vragensteller om vervolgens snel zijn eigen verhaallijn weer op te pakken. De afgelopen jaren kwam hij in tegenstelling tot zijn voorganger in het Torentje niet één keer in de problemen tijdens de Beschouwingen. Sterker nog, hij straalde uit zijn beleid graag te willen verdedigen en oprecht geïnteresseerd te zijn in de opmerkingen van zijn tegenstanders.

En dat is de belangrijkste sleutel tot succes; de kijker moet voelen dat je staat voor je verhaal en dit graag met hem deelt.

Het Nederlands Debat Instituut reikt dit jaar voor de vijfde keer de Debatprijs uit aan de beste debater van de Algemene Politieke Beschouwingen.

Roderik van Grieken

is directeur van het Nederlands Debat Instituut.

Meer over