Het heilige boek dat van vader op zoon gaat

Een verklaring bleef uit, gelukkig. Uit het vele dat Kader Abdolah bij het verschijnen van zijn Koranvertaling en biografie van Mohammed in interviews heeft gezegd – ik ken niemand die zo’n zwijgzaam gezicht heeft en zo veel praat – is mij deze zin bijgebleven: ‘In mijn jeugd beschouwde ik de...

Kees Fens

Het heilige boek is er voor de oudere (man dan, over de moeder wordt niet gesproken), die de wijsheid voor de lezing ervan heeft. Die wijsheid zal hij later aan de zoon doorgeven, dan wordt de Koran ook een boek van hem. Aan de andere zijde van de traditie staat de grootvader, van wie het boek eens was. Alle drie zullen ze er nooit in uitgelezen zijn geraakt.

‘Het boek van mijn vader.’ Het veronderstelt bij de jongen ook een soort inwijding. Lezer van een boek ben je zomaar niet. Je moet het worden. Maar er is nog iets geheimzinnigers aan de uitspraak: het boek maakt de gestalte van de vader groter, hij wordt welhaast gesacraliseerd, als eens de priester die het evangelieboek – Jezus zelf – de kerk binnendroeg. De sacralisering is wederzijds: ook het boek wordt groter en heiliger.

Ik moet zeggen dat beelden van de koranscholen en van de joodse leerscholen op mij altijd een diepe indruk maken. Daar zijn jongens bezig een tekst te veroveren en na jaren zullen ze weten dat ze pas aan het begin staan. Maar ze lezen zich ook naar hun onafhankelijkheid toe. Ze veroveren het boek ook op hun vader, denk ik. Het zou mooi zijn als ze dagelijks na school hun Thora of Koran moeten inleveren. Alleen kennis maakt het boek pas tot bezit, tijdelijk natuurlijk, want helemaal kennen zul je het nooit.

Wie kent zijn vader trouwens? De uitspraak van Kader Abdolah loopt haast vanzelf naar een laatste binnengedachte toe: het boek wordt je vader. De zoon zal nooit vrij zijn, tenzij hij in opstand komt en de tekst los maakt van de vader: hij leest wat hij nog nooit in het boek gelezen heeft, als de eerste protestanten die met hun eigen ogen en in hun eigen taal de Bijbel gingen lezen.

Al gauw werd ook de Bijbel vaders boek en patriarchale tradities gingen de lezing (en de vertaling!) ervan bepalen. Als er een vaderbijbel is dan is het het wel die van de vader van Jan Wolkers.

Het boek van de vader, ik heb het nooit gekend. De heilige boeken lagen in het roomse kerkgebouw, waar ze werden bewaakt door de heilige Laurentius, zoals ik later leerde (hij werd er levend voor geroosterd). In ons huis was een plankje met negen boeken, waaronder een Nieuw Testament, dat niemand las en dus niet van mijn vader was. Hij had maar één boek: het woordenboek Nederlands van Koenen-Endepols. Het zag er rafelig uit, hij had het jarenlang over alle zeeën meegevoerd. Hij gebruikte het nu alleen om mij, zo gauw ik kon lezen, zo snel mogelijk een woord te laten opzoeken. De zoektijd werd nauwkeurig genoteerd. Na een paar maanden gaf hij het op: vlugger kon niet.

Soms, als ik in een naslagwerk iets gauw vind, denk ik even aan hem als de vader van het woordenboek. Hij las wel veel in de vele zieke uren van zijn dag. Wat, heb ik nooit geweten. Toen ik het hem had kunnen vragen, was hij ineens dood. Hij liet alleen Koenen-Endepols achter. Het lag in een donkere kast; een nogal lange tijd is dat boek mijn vader geweest. Na een jaar of tien heb ik het graf geruimd. Behalve het Nieuwe Testament verdwenen ook de negen boeken van het plankje.

Ik stond alleen met dat ene boek, dat van niemand was. Ik denk dat ik toen naar een grote traditie ging verlangen. Ik nam er deel aan, maar de vaders die er de dienst uitmaakten en de boeken verklaarden, stapten er buiten. En weer stond ik alleen, met een boek. Zonder zelfs de schitterende jeugdgedachte van Kader Abdolah.

Meer over