'Het heeft te maken met de komende verkiezingen'

Een wandeling door de boomgaard - of wat er nog van over is - van Mohamed Abu Hilwan is niet zonder risico's....

De 50-jarige Palestijn Hilwan heeft zijn eigen ervaringen met het leger. Een paar weken geleden verschenen vijftien jeeps en een bulldozer in het Palestijnse dorp Beit Dajan, nabij de stad Nablus op de Westelijke Jordaanoever. Zo'n vijftig militairen en een tiental buitenlandse werknemers trokken naar de rotsachtige heuvel waarop Hilwan sinds twaalf jaar olijven teelt. Hun doel was de boomgaard met de grond gelijk te maken. De operatie werd grondig uitgevoerd; van de ruim vierhonderd bomen heeft de eigenaar er maar een stuk of dertig, veertig kunnen redden.

De Palestijn wijst op de omgehakte en platgewalste aanplant. 'Het is alsof mijn hart is uitgerukt', zegt hij. 'Olijven waren een goede bron van inkomsten. We hadden een mooie oogst achter de rug.'

Terwijl Nederland miljoenen guldens in de ontwikkeling van de Palestijnse landbouw steekt, brengt Israël die sector harde klappen toe. Vooral olijfbomen - waarvan de takken een vredessymbool zijn - vallen ten prooi aan de bulldozers.

Abu Hilwan vraagt zich af waarom juist zijn bomen het moesten ontgelden. Natuurlijk, hij weet dat de Israëli's regelmatig boomgaarden vernielen om een militaire basis of een joodse nederzetting te bouwen dan wel uit te breiden. Maar de dichtstbijzijnde legerplaats bevindt zich een paar heuvels verderop, en kolonisten zitten ook op een prettige afstand. Palestijnse olijfboeren worden niet zelden door kolonisten geterroriseerd, zoals de Israëlische krant Ha'aretz het uitdrukt.

Soms komt het tot geweld, zoals ook bij de vernieling van Palestijnse huizen die door de Israëlische autoriteiten als 'illegaal' worden bestempeld. In Beit Dajan weerhield het militaire machtsvertoon woedende dorpelingen van een massaal protest, al vlogen er wel een paar stenen door de lucht toen het legerkonvooi terugkeerde na de 'geslaagde' actie. De Israëli's schoten in de lucht, en daar bleef het bij.

'Ik begrijp er niets van', zegt olijfboer Hilwan, leunend op de restanten van een boom. Een neef heeft wel een vermoeden: 'Het heeft te maken met de komende verkiezingen in Israël. Netanyahu wil laten zien dat hij hier nog altijd de baas is.' De boomgaard ligt in een gebied dat weliswaar onder gezag staat van de Palestijnse Autoriteit, maar waar het Israëlische leger bevoegd is op te treden.

Hilwan heeft zijn beklag gedaan bij zowel de Israëli's als de Palestijnen. De laatsten haalden machteloos de schouders op, de Israëlische autoriteiten gaven geen antwoord. Hilwan denkt niet dat hij enige schadevergoeding krijgt, van de Palestijnen ('die hebben geen geld') noch de Israëli's.

'Het is misdadig', fulmineert Bassem Eid, bekend Palestijns mensenrechtenactivist. 'Volgens de Israëlische wet had Hilwan 45 dagen vóór de actie van het leger op de hoogte gesteld moeten worden. Dat is niet gebeurd. De vernietiging van de olijfbomen kwam als een volslagen verrassing.'

Hilwan wil samen met enkele familieleden de teelt hervatten. Maar het zal nog jaren duren voordat zijn bomen weer vrucht dragen. Voor een Palestijn zijn huis, land en familie waarden van de hoogste orde. De olijfboom heeft een speciale betekenis. Eid: 'Nadat de vredesakkoorden van Oslo getekend waren, legden Palestijnen olijftakken op Israëlische jeeps.'

In Beit Dajan werden takken door die voertuigen verpletterd. 'Zulke acties van het leger doen de Palestijnen elke hoop op vrede en welvaart verliezen.'

'Vrede en economische ontwikkeling zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden', stelt Shimon Peres, de voorganger van premier Netanyahu.

Een paar dagen voor de ruïneuze actie in Beit Dajan inspecteerde hij elders in Palestijns gebied een door Nederland gefinancierd landbouwproject. Het was een feestelijke gebeurtenis, een toonbeeld van wat samenwerking vermag. Zelfs de bewaking van de elder statesman was van een zelden geziene harmonie; in zijn kielzog bevonden zich zowel agenten van de Israëlische veiligheidsdienst Shin Bet als Palestijnse ordetroepen.

Te midden van Palestijnse hoogwaardigheidsbekleders en Nederlandse diplomaten proefde Peres aardbeien van een veld in Beit Lahia, ten noorden van Gaza-stad. Wat de olijf is voor de Westelijke Jordaanoever - het gebied is bezaaid met bomen -, kan de aardbei worden voor de Gazastrook. Duizenden banen moeten voortspruiten uit de miljoeneninvestering.

Het moet worden gezegd: Israëli's, met name deskundigen van het ministerie van Landbouw, verlenen volop medewerking. Ze doen dat via een naar Peres genoemd Vredescentrum in Tel Aviv, onder het motto: 'Aardbeien voor de vrede.' Peres: 'Onze filosofie is eenvoudig. Hoe beter het de Palestijnen gaat, hoe beter de verstandhouding met ons, de buren.'

Een Nederlandse zakenman, Peter Meyer Viol, die de kansen van het project onderzocht en daarna een positief advies aan de Nederlandse regering uitbracht, constateerde tevreden: 'Soms valt er uit deze regio goed nieuws te melden.'

De Palestijnse familie die het aardbeienveld beheert, ging trots rond met de eerste vruchten. In Beit Dajan raapt de olijfboer weken later nog geknakte takken.

Meer over