'Het heeft geen zin mezelf op te naaien'

DoorCharles Bromet

Is Klaas-Jan Huntelaar een goede spits? Lastige vraag, vindt de speler zelf, want hoe definieer je dat? Een prikkelende vraag, dat is het wel. Daarom gaat hij 'm niet uit de weg. Nadat hij eerst in de lach is geschoten, neemt hij de tijd om zijn antwoord zorgvuldig te formuleren.


'Ik vind dat ik me moet ontwikkelen om een nog completere spits te worden', zegt hij na een korte pauze. 'Daarnaast moet ik laten zien dat ik belangrijk ben voor de club. Ik begrijp dat mensen denken dat het er in het buitenland nog niet is uitgekomen. Het enige dat ik daarop kan zeggen: vergeet niet naar de oorzaken te kijken.'


'Nee, dat niet. Dat kan je niet zeggen als je al zo lang niet hebt gescoord voor je club. Maar kijk je naar Oranje, dan is het een ander verhaal. Dan staan er tien doelpunten in de laatste zes interlands achter mijn naam. Maar goed, dat zijn statistieken. Wat telt, is mijn gevoel. En dat zegt me dat er ruimte is voor verbetering.'


'Ja, dat is wel de bedoeling.'


Dat is hij nu even niet. Huntelaar revalideert van een knieblessure die hij begin maart opliep. En dat terwijl zijn club hem toen hard nodig had. 'Het was even schrikken, want ik hoorde iets kraken. Maar gelukkig had ik geen erge pijn.'


Het broeide op dat moment in de onderbuik van Schalke, dat in de Bundesliga de teleurstellende tiende plaats bezet. De fans keerden zich, vooral vanwege het abominabele spel, tegen coach Felix Magath. De kranten rekenden uit dat Huntelaar al circa duizend minuten niet had gescoord. Geen moment dus om geblesseerd uit te vallen.


En nu, ruim een week verder, wil de ironie dat Schalke zich in zijn afwezigheid plaatste voor de finale van de Duitse beker door Bayern München te verslaan. Tevens bereikte de ploeg de kwartfinales van de Champions League door met 3-1 van Valencia te winnen. Een week, een compleet nieuwe wereld. Overigens niet voor trainer Magath, die door voorzitter Tönnies is uitgenodigd voor 'een verhelderend gesprek'.


Het enige dat Huntelaar kon doen, was in stilte genieten van de resultaten in de wetenschap dat zijn seizoen nog wat fraais te bieden heeft. Inwendig knaagt de herinnering aan 13 november 2010, toen hij in de uitwedstrijd tegen Wolfsburg voor het laatst scoorde.


Zo is hij ook in Gelsenkirchen, misschien slechts voor even, in de anonimiteit beland. Hoewel hij niet wil spreken van een carrière vol slechte keuzes, is het moeilijk zijn situatie anders te beoordelen. Het ging met hem van Real Madrid naar AC Milan naar Schalke. Kortom: van de absolute buitencategorie naar de Europese subtop.


Bij elke buitenlandse werkgever heeft zijn verblijf nog niet de impact gehad, die hem voor ogen stond. En dat terwijl zijn loopbaan zich in Nederland zo beloftevol ontwikkelde. Elke keuze was een schot in de roos.


Bij AGOVV, in de eerste divisie, verwerkte hij een mislukte periode bij De Graafschap door voor het eerst als een bezetene te scoren in het betaald voetbal, 26 keer in het seizoen 2003-2004. Daarop haalde Heerenveen hem binnen. Als vanzelfsprekend trok Huntelaar de lijn door.


In anderhalf seizoen scoorde hij 33 keer. Er was een Friese artiest, Wieger de Wit, alias Raidy, die een rap maakte waarin het talent van Huntelaar werd bezongen. In januari 2006 nam Ajax hem over. Ook in Amsterdam had hij nauwelijks tijd nodig om de twijfels weg te nemen.


Hij was de speler, op wie het aanvalsspel was afgestemd. Hij besliste wedstrijden. In 92 competitiewedstrijden maakte hij 76 doelpunten. Huntelaar werd aanvoerder. Het strafschopgebied was zijn jachtterrein, vandaar zijn bijnaam The Hunter. Begin januari 2009 kocht Real Madrid hem voor 27 miljoen euro.


Van een in Nederland uitgeleerde topspeler veranderde hij over de grens in een handelsobject. Real liet hem na zeven maanden alweer gaan. Voor een transfersom van 15 miljoen vertrok hij naar AC Milan, zonder dat hij een tastbare indruk had achtergelaten in Bernabéu.


Ook in Milaan ging het mis. Speelminuten waren schaars. En als hij mocht meedoen, stond hij vaak als rechterspits opgesteld. Toen de rossoneri afgelopen zomer Zlatan Ibrahimovic kochten, koos Huntelaar noodgedwongen voor een doorstart bij Schalke. De Duitsers betaalden 14 miljoen voor hem. Na een goede start met zeven doelpunten is hij ver teruggevallen.


Bij een van zijn favoriete adressen, restaurant De Gouden Karper in Hummelo, houdt hij zijn ontwikkeling kritisch tegen het licht. Zelf woont hij even verderop, in Angerlo. Hij mag dan in het buitenland voetballen, Huntelaar is teruggekeerd in de Achterhoek.


Nadat twee jongetjes aan zijn tafeltje zijn gekomen om de speciaal van huis gehaalde shirts van H & K (Hummelo & Keppel, zijn oude club) en Ajax te laten signeren, is het tijd om een tussenbalans op te maken. Een terugkeer naar Amsterdam ziet hij niet zitten, al reisde hij donderdag wel naar de Arena voor de Europa League-wedstrijd van Ajax tegen Spartak Moskou. 'Ik wil me eerst nog in het buitenland bewijzen.'


'Dat is niet prettig, maar je leert ermee omgaan. Bij Schalke weet je dat je het met een paar kansen moet doen, soms zelfs één. Weet jij hoeveel doelpunten wij hebben gemaakt in uitwedstrijden? Negen! Ik kan me niet herinneren dat me dat ooit is gebeurd bij een andere club.'


'Natuurlijk denk ik daarover na. Dan vraag ik me af: heb ik grote kansen gemist? Het antwoord is: ja, ik had er drie meer kunnen maken. Een penalty tegen Mainz uit. Maar bijvoorbeeld ook de winnende tegen Nürnberg, vlak voor tijd.


'In m'n hoofd laat ik de momenten voorbij trekken, dat ik had moeten toeslaan. Dat blijft bij analyseren. Ik ga mezelf niet gek maken met de gedachte: dat had jouw achtste doelpunt van het seizoen moeten zijn. Dat werkt contraproductief, want dan ga je jezelf opnaaien. Ik bekijk het koel en zakelijk.'


'Toen ik hier net was, en zeven keer scoorde, speelden we ook niet goed. Maar ik was net weer ergens anders aangekomen. Daar was ik nieuw en fris, en wilde me laten zien. Dan loopt het kennelijk direct. Daar zit geen logica bij. Want nu wil ik me óók laten zien, maar gaan de ballen er niet in. Dat moet ik, hoe moeilijk dat soms ook is, accepteren.'


'Natuurlijk. Ik kan wel zeggen dat het niet zo is, maar als spits leef je van doelpunten. Als ze uitblijven, vraag je je af: waarom lukt het niet bij Schalke en waarom wel in het Nederlands elftal?'


'Bij Oranje is het heel anders voetballen. We zijn aanvallend ingesteld, willen dominant zijn. In 2010 hebben we slechts één wedstrijd verloren. Dat is niet zomaar een statistiek. Schalke had moeten meedoen om het kampioenschap, maar staat slechts tiende. Dat werkt door in een groep, of je nu wilt of niet.'


'Hier richt ik me op gymnastiek om souplesse te houden. Ik doe veel aan gymnastiekachtige dingen zoals losmaakoefeningen van gewrichten, beenzwaaien, op je buik liggen en je benen over elkaar draaien. Dat is nieuw voor mij. Ik zie het als een goed onderhoud van mijn lichaam.'


'Ja, we voetballen nu eenmaal niet echt oogstrelend. Maar zo kijken Nederlanders ook aan tegen Italiaans voetbal. Toen ik bij Milan speelde, dacht ik bij positiespelletjes soms zelf ook: wat is dit? Die bal gaat nog geen vier keer naar elkaar toe en dan zijn we 'm alweer kwijt. Dit is echt slecht, dacht ik dan. Maar in wedstrijden is het dan weer heel anders, omdat ze defensief sterk zijn en een goede mentaliteit hebben.'


Lachend: 'Tja, ik weet niet wat Raúl ervan denkt. Maar hij is ook niet meer zo goed als hij ooit was. Hij heeft ook wel eens in wedstrijden het idee van: poeh. Maar dat heb ik zelf ook. Als je ziet hoe sommige ploeggenoten je inspelen, daar krijg je voorin geen energie van.


'Dan wordt er een bal lang gerost, zonder te kijken. Daar zit gewoon totaal geen idee achter. En als ergens geen idee achter zit, dan word ik er moe van. Soms moet je gewoon even vergeten waar je bent en er voor jezelf iets positiefs uithalen.'


'Zoiets ja. De kern kent elkaar al zo lang, dat de band erg hecht is. Het is ook heerlijk om iedereen steeds weer terug te zien. Als ik kom aanrijden bij hotel Huis ter Duin, heb ik altijd het gevoel: lekker, we kunnen weer. Dan zit ik vol energie.


'Heel Nederland kijkt en onze wedstrijden zijn een soort gemeenschappelijk feest. Daarin wil ik als spits vooropgaan. De voetbalfilosofie is zoals elke Nederlander het wil en voor mij is het als in een droom. Het voetbal is goed, we creëren talloze kansen en ik scoor daardoor ook met regelmaat.'


'Ik ben me door de goede EK-kwalificatiereeks wel de spits van Oranje gaan voelen. Maar ik ga niet met de vuist op tafel slaan om te zeggen: wat er ook gebeurt, ik hoor in de spits. Dat is aan de bondscoach. Als Robin en ik beiden fit zijn, kan ik de discussie al zien aankomen. Die mogen jullie ook zeker voeren. Ik heb mijn kans gehad en ik denk dat ik die heb gepakt. Ik denk dat er weinig reden is tot wisselen, maar ik ga niets opeisen.'


'Schrijf jij dat maar op, dat het logisch zou zijn. Dat heb ik liever. Dat is voor mij de beste oplossing.'


'Dat mag jij vinden. Ik kijk daar anders tegenaan. In het half jaar dat ik bij Real zat, heb ik wel wat kunnen laten zien. Maar er kwam een nieuwe coach en een nieuw bestuur dat een andere kant op wilde, waardoor het perspectief ontbrak. Bij Milan ben ik niet goed gestart. Daarna kwam ik wel aan spelen toe, maar dan vooral als rechtsbuiten.


'Dan kun je zeggen: bij Real en Milan is het er niet uitgekomen. Maar ik ben daar, in mijn eigen ogen, zeker niet mislukt. Bij Schalke ben ik nu met een nieuwe uitdaging bezig, die ik vol positivisme wil aangaan.'


'Het is heel apart om in het buitenland te voetballen, terwijl dat buitenland in je eigen achtertuin ligt. Het is ook grappig te zien welke verschillen er een paar kilometer verderop zijn. In Nederland hebben niet veel mensen het over het Duitse voetbal. Als ik terugkom van een wedstrijd gaat het in Angerlo gewoon over Ajax, Feyenoord en PSV, zeker niet over Schalke. Dat is ook wel eens lekker rustig.'


Meer over