Het grootste angstgetal dat de mensheid kent

Kees Fens schreef een nawoord bij de nieuwe editie van 1984 , waarvan we hierbij een fragment afdrukken...

Kees Fens

‘Alle dieren zijn gelijk, maar sommige dieren zijn meer gelijk dan andere’– dat is de wellicht beroemdste zin uit de in 1945 verschenen roman Dierenboerderij. De fraaie kronkelgedachte, die alle tirannie rechtvaardigt, heeft buiten het boek vele wegen gevonden. De satire op het revolutionaire en postrevolutionaire Rusland, die de roman met zijn duidelijke fabelkarakter is, is geestiger, men kan zelfs zeggen luchtiger dan 1984. De keuze voor varkens als de rebellen die de macht op de boerderij van de mensen overnemen heeft daar veel mee te maken, denk ik. Als een goede fabel overschrijdt het verhaal de eerst zichtbaar wordende grenzen: het laat zich op alle dictaturen en machthebbers toepassen.

In 1947 begon Orwell aan een nieuwe roman, die hij in 1948 voltooide en die hij met een omkering van de laatste cijfers van het schrijfjaar 1984 noemde. Dat is het jaar van handeling. Het jaartal is symbolisch geworden, het grootste angstgetal dat de mensheid kent. Het symboliseert een wereld waaruit elke individualiteit is verdwenen, alle geheugens door het uitwissen van herinneringen zijn schoongespoeld, iedereen wordt gecontroleerd, alles centraal wordt geregeld, een nieuwe taal wordt gemaakt, en waarin de grote leider, die nooit levend is gezien, iedereen de hele dag aankijkt. ‘Big Brother is watching you.’

Het is, in het Engels, in de hele wereldcultuur doorgedrongen. Velen kennen de verschrikkelijke wereld achter die langzamerhand wat versleten zin niet. Het boek lezen maakt de woorden tot een spreuk die dag en nacht op je muur kan verschijnen. Met de schrikkracht die eens het alziend oog had. Het land van handeling heet Oceanië, het heeft een oorlog achter zich en vecht een nieuwe uit. Anders dan bij Dierenboerderij is er geen directe verwijzing naar een mogelijke realiteit. 1984 is een zelfstandige wereld, die overigens bijna per bladzijde signalen van herkenbare of mogelijke realiteiten uitzendt. Zonder dat het boek een toekomstroman is (een vaak nogal flauw soort literatuur) lezen of lopen wij rond in angstaanjagende mogelijkheden.

De romanwereld is een bestaande; wat zich bij de lezers eruit ontwikkelt is een wereld in wording, een uiterlijke of een innerlijke, want Big Brother wordt haast vanzelf de grote onzichtbare, die de doodstraf (hoe velen lopen die in het boek op vanwege hun zonden tegen het systeem) als eeuwige hel heeft geschapen.

Het allegorische karakter dat 1984 ook heeft, heeft de hoofdfiguur ervan, Winston Smith, allerminst tot een allegorische figuur gemaakt. Hij is een romanfiguur van de puurste soort: hij en zijn lot van liefde, marteling en ten slotte erkenning van de grootheid van Big Brother maakt de beschrijving van de absoluut tirannieke wereld zo verschrikkelijk. Nachtmerries bestaan niet in theorie of abstracto, er moeten mensen in functioneren. Dan wordt pas de ware aard van de nachtmerrie zichtbaar.

Misschien is het allerergste aan het Londen van 1984 de haast volkomen grijsheid en kleurloosheid van de stad, van de mensen ook. Kleding, behuizing, het klimaat zelfs, gebouwen, aan de buitenkant en van binnen: alles is kleurloos en daarmee in een toestand van half dood en half levend. Een wereld als een stoffige machine, die alle mensen tot radertjes maakt en die vanuit een onbekende centrale gaande wordt gehouden.

Hoe erg zijn in die grijze wereld, waaruit alle schoonheid aan stad en mens verdreven is, de woorden die Smith spreekt tot een meisje dat zijn geliefde zal worden: ‘Ik ben negenendertig. Ik heb een vrouw waar ik niet vanaf kan. Ik heb spataderen. Ik heb vijf stifttanden.’ (Bij het zien van de film Vier maanden, drie weken en twee dagen ontdekte ik in de beelden van de stad Boekarest het Londen uit 1984. Het maakte de film extra verschrikkelijk.)

Ach, het wereldbeeld manifesteert zich al meteen in de eerste regels van de roman: het is koud en het waait, maar de wind brengt geen verfrissing, maar voert stof en puin aan. Het grijze stof dat de hele stad bedekt. En als fijnstof de mensen grauw maakt.

Aan het slot van de roman zijn Smith’s hersens definitief schoongespoeld. Hij is het volmaakte radertje geworden. De grote kracht van het boek (dat bepaalt ook de literaire grootheid ervan) is dat de lezer evenzeer gehersenspoeld wordt: hij wordt gezuiverd van alle ideeën waarop hij leeft. Hij wordt opgenomen in deze wereld zonder privacy, waarin geen mens te vertrouwen is.Kees Fens

Meer over