Het Gouden Laantje van Rotterdam

'Gezellig is het hier niet, Bram', meldde hoofdcommissaris Brinkman burgemeester Peper meer dan eens. Peper wilde, na meer dan tien jaar touwtrekken met de Rotterdamse politietop, voor eens en altijd duidelijk maken dat de politiek en niet de politiechef de dienst uitmaakt....

OP DE VIERDE ETAGE van het hoofdbureau van politie in Rotterdam leidt hoofdcommissaris Jan Willem Brinkman al weken een eenzaam bestaan. Sinds eind april het conflict met vakbonden en ondernemingsraad in alle openheid escaleerde, is er met hem geen contact meer geweest. Ook de communicatie met de twee resterende leden van de korpsleiding, Hendrik Karreman en Kees Ottevanger, is minimaal.

Als zij geluk hebben krijgen ze via-via te horen wat de hoogste baas van plan is. Inmiddels staat de positie van adjunct Ottevanger ter discussie. 'Gezellig is het hier niet, Bram', meldde de hoofdcommissaris burgemeester Peper meer dan eens.

In de statige kamer van de burgemeester is het voor Brinkman aangenamer toeven. Daar spreekt de eerste burger zijn politiechef moed in en werken ze stug aan hun ambitieuze strategie. Want dat ze doorzetten, staat voor het duo vast. Wat in april een acute crisis leek, is uitgelopen op een slijtageslag.

'Who is running the police. Dat is de enige vraag waar het hier om draait', verkondigt Peper aan ieder die het wil horen. Het antwoord op deze retorische vraag staat voor hem vast: hij, Bram Peper. Na meer dan tien jaar touwtrekken met de Rotterdamse politietop wil Peper voor eens en altijd duidelijk maken dat de politiek en niet de politiechef de dienst uitmaakt.

En ex-generaal Brinkman, als eerste buitenstaander binnengehaald in het politiebolwerk, fungeert als zijn breekijzer. Terwijl de OR en de vakbonden hun uiterste best doen de oud-militair neer te zetten als een stompzinnige houwdegen, zonder enig gevoel voor het fijnzinnige politiewerk, sleutelen Brinkman en Peper eensgezind aan hun plannen.

Er wordt een nieuw team rond de hoofdcommissaris geformeerd. Intern worden kandidaten gepolst voor een plek in de leiding. De reacties van het tweede echelon, de districtchefs, zijn terughoudend. Zij voelen zich bedreigd door Brinkmans voorstel het aantal districten te halveren. Alle betrokkenen wikken hun positie en wachten met spanning op de afloop van het conflict. Een overhaaste aftocht van de hoofdcommissaris, waar eerst mee werd gerekend, zit er niet meer in.

Hoe langer het conflict duurt, hoe groter Brinkmans kans op overleven. 'Ik heb bewondering voor uithoudingsvermogen van Brinkman. Wat die man hier te verwerken heeft gekregen, is bijna onmenselijk. Een normaal mens zou hier al gestrekt naar buiten zijn gedragen', zegt een hoge politie-officier, die zoals zovelen anoniem wil blijven.

Bram Peper weet de ogen van de hele politiewereld en de landelijke politiek op zich gericht, een positie waar hij allerminst onder lijdt. Na de mislukte poging van de politieministers Sorgdrager en Dijkstal om na de IRT-affaire de verantwoordelijken te straffen, is in politiek Den Haag de frustratie over het gebrek aan grijp op de politie hoog opgelopen. Strafoverplaatsingen liepen stuk op de hechte rechtspositie van de hoge politiechefs, die zich in de rug gesteund wisten door de machtige politie-vakbonden.

Wat de bewindslieden niet lukte, moet Peper nu voor hen forceren: een bres in het Old Boys Network, de clan onder aanvoering van de generatie Nordholt-Brand-Wiarda, die zich weinig gelegen liet liggen aan de politiek. De Tweede Kamer kijkt geïnteresseerd toe. Peper kan daar op veel sympathie rekenen.

Een rondgang over het Binnenhof leert dat men de kastanjes graag door de burgemeester van Rotterdam uit het vuur laat slepen. De woordvoerders van de grote fracties willen in deze fase niet nadrukkelijk naar buiten treden, maar duidelijk is dat ze inzetten op winst voor Peper. Pas als het conflict een negatief effect op het politiewerk krijgt, zal minister Dijkstal ingrijpen. 'Maar dan moet er eerst in Rotterdam heel wat gebeurd zijn', aldus het ministerie van Binnenlandse Zaken.

In de grote kamerfracties overheerst de opvatting dat het zover niet zal komen. Uit reacties van de gewone agenten maken de parlementariërs voorlopig op dat het conflict langs hen heen gaat. De Rotterdamse agent draait zijn diensten alsof er niets aan de hand is. De bondsvergaderingen over het conflict worden slecht bezocht. In Den Haag houdt men het erop dat de OR van het Rotterdamse korps in een pure strijd om de macht zijn hand overspeelde door ostentatief het vertrouwen in Brinkman op te zeggen.

Een kamerlid: 'Hiervoor krijgen de bonden de agenten niet met spandoeken de straat op. Ik verwacht dat de OR een stap terug moet.'

Zolang er geen sprake is van massale werkontregeling kunnen Peper en Brinkman hun gang gaan. De kamer ziet het conflict met de OR slechts als aanleiding, in werkelijkheid gaat het om het doorbreken van de consensus-cultuur bij de politie.

Dat de leiding van de korpsen de OR en de vakbonden laten meeregeren is Peper een gruwel. Hij spreekt van een moesjawara-sfeer, waarin verantwoordelijkheden worden weggemasseerd. 'Typisch Hollands, iedereen op schoot onder de warme deken.'

Het is geen toeval dat de strijd op het scherpst van de snede juist in Rotterdam uitgevochten wordt. Bram Peper is al sinds zijn aantreden, vijftien jaar terug, in een taaie vete gewikkeld met zijn politiekorps. Hij zag met lede ogen toe hoe de politiechefs in Amsterdam, Den Haag en Utrecht in de jaren tachtig hun burgemeesters naar het tweede plan verwezen.

Peper heeft in Rotterdam veel politieke slagen verloren en zag zijn portefeuille slinken tot openbare orde en brandweer, maar hij heeft zich door de politie nooit weg laten drukken. Kort na zijn aantreden in Rotterdam was het al mis tussen de nieuwe burgemeester en de politie. Hij liet zijn chauffeur tegen het verkeer in rijden en kreeg een bon. Toen Peper zich op hoge toon bekend maakte ('weet je wel wie ik ben'), bleek de agent allerminst onder de indruk. Die anekdote gaat er in het korps nog steeds in als koek.

Sinds die valse start is het nooit meer goed gekomen. De burgemeester laat zich lovend uit over de agent in de straat, maar de top oogst doorgaans hoon. Hij verwijt de leiding al jaren gebrek aan kwaliteit, aan visie. Dat het politiewerk zo bijzonder zou zijn, dat buitenstaanders het niet begrijpen gaat er bij hem niet in. 'Geef me een halve dag en ik run die tent', werd een gevleugelde uitdrukking van PvdA-politicus.

Peper heeft in de loop der jaren legio pogingen ondernomen om zijn gezag over het korps te vestigen. In 1985 parachuteerde hij Jan van Dorp aan de top van de politie. Die moest na korte tijd met een gouden handdruk het veld ruimen. Peper introduceerde de hoogleraar Jan Edelman Bos om bij de politie business-units met een eigen budget te introduceren. In 1987 haalde de eerste burger van Rotterdam de bezem door 'het Gouden Laantje', de gang met kantoren op het hoofdbureau, waar duurbetaalde commissarissen volgens hem weinig nuttigs deden.

Hoofdcommissaris Rob Hessing werd door de burgemeester hoogstpersoonlijk uit Eindhoven gehaald. En in 1995 trok Peper PvdA-professor Arie van der Zwan aan om een Korpsbedrijfsplan te maken. Een alom geroemde opzet om de kwaliteit van het politiewerk te meten en doelstellingen te formuleren.

Volgens Van der Zwan kan de politieregio Rotterdam-Rijnmond in het jaar 2000 met kop en schouders boven de andere korpsen uitsteken. Hij stippelde een pad uit met verbeteringen met 30, 25, 20, 15 en 10 procent verbetering tussen 1995 en 2000. Uit het jaarverslag 1996, dat volgende week verschijnt, blijkt dat de eerste 30 procent vrijwel gehaald is.

De Rotterdamse politie scoort zonder meer goed. Het is met 5000 mensen en een jaarlijks budget van een half miljard gulden het op een na grootste korps van Nederland. Uit de Politiemonitor, een vergelijkend onderzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken, die over twee weken verschijnt, komt Rotterdam-Rijnmond weer redelijk tevoorschijn.

Qua oplossingspercentages behoort Rotterdam tot de beteren. Het vertrouwen van de Rotterdamse bevolking in hun politie neemt toe. Voelden eind 1995 nog één op de acht Rotterdammers zich onveilig, nu is die verhouding één op elf. Het korps maakte naam met het schoonvegen van Perron Nul en met de actie Victor (sluiten van drugspanden). Tekorten op de begroting doen zich tot opluchting van het departement niet voor.

Volgens de inmiddels uiteengevallen korpsleiding was er alle reden tot tevredenheid. Ook voor Peper. 'De top van het korps was zeer loyaal aan het bevoegd gezag. Alles werd uiteindelijk uitgevoerd, al ging het voorstel op gekte lijken', zegt een nauw betrokkene uit het korps. Op de vierde etage kon men maar niet begrijpen waarom Peper blijft ageren.

Zelfs het idee om als eerste een ondernemingsraad in te voeren, kwam van de burgemeester, merkt men op het bureau fijntjes op. Peper zat er bij en keek er naar toen de OR vervolgens verregaande bevoegdheden kreeg om mee te beslissen, een situatie die de burgemeester nu weer met kracht terug wil draaien.

Bram Peper begrijpt ons niet en wil ons waarschijnlijk ook niet begrijpen. Dat is de stemming op het bureau. Er is in het korps veel gedelegeerd aan de districten. Het systeem van basisteams is waarschijnlijk nergens zo ver doorgevoerd als in Rotterdam. Maar dat past precies in het streven naar meer 'blauw' op straat dat ook Peper wil, aldus zegslieden bij de politie.

Dat een groot aantal taken nu weer centraal geregeld moeten worden, gaat er bij hen niet in. Er is geen enkele reden om via een 'harde' generaal directe bevelslijnen in te voeren. De burgemeester blijft hardnekkig een andere mening toegedaan. Hij refereert graag aan uitspraken van ex-chef Hessing ('Elke overeenkomst tussen wat ik beleid noem en wat op straat gebeurt, berust op louter toeval') en Brinkman ('Het korps is een auto zonder stuur en zonder ruiten') om aan te tonen dat nog steeds niemand precies weet wat er bij de politie gebeurt en waar verantwoordelijkheden liggen.

Volgens Peper is het Rotterdamse korps een maatje te groot voor de meeste bestuurders die uit het politiecircuit voortkomen. Hij voelt zich als politiek verantwoordelijke onbehaaglijk bij een politiechef die geen greep heeft op zijn mensen. Brinkman moet daar als uitvoerder van het beleid verandering in brengen. Dat daarbij onder het geweld van de ex-generaal harder op tenen wordt getrapt dan strikt noodzakelijk, wordt op de koop toe genomen. 'Als de burger maar meer veiligheid krijgt voor zijn geld', aldus Peper. In gedachten ziet hij zijn collega-korpsbeheerders instemmend knikken.

Meer over