Het gist in de kale schedels

De radicalisering van drie jongens in Palermo, anno 1978, wordt obsessief kaal beschreven door debutant Giorgio Vasta.

EDWIN KRIJGSMAN

De volle 317 pagina's van De materiële tijd van Giorgio Vasta weet je er nauwelijks raad mee: de peilloos diepe kloof tussen het vertelperspectief van een 11-jarige jongen en het krankzinnig geëlaboreerde proza waarin en waaruit hij bestaat - taal die knarst als zand in je mond. Zinnen als: 'Om ons heen alleen geëxplodeerde krekels, hun vleugelschilden voor eeuwig stil.' En: 'Dagen verstrijken, afval bij het werk van de tijd.' Een auteur die zoiets aan zijn cursor ontlokt moet je in de gaten houden, geen seconde uit het oog verliezen - hij pelt de woorden uit hun bast van wollig niets, gooit ze als zongebleekte botjes voor je voeten, haalt je uit je vertrouwde, comfortabele rol als lezer.

Hardhandig worden we naar het jaar 1978 overgezet. Het tijdvak dat Italië zich door de geschiedenis worstelt: de jaren van lood, van het linkse terrorisme, de Rode Brigades; de christendemocratische politicus Aldo Moro, die een brug probeert te slaan tussen twee onverzoenlijke politieke polen, wordt vermoord.

In de Siciliaanse stad Palermo zien drie schooljongens van 11 jaar dagelijks de beelden op televisie van de ziekte die politiek heet, en het daaruit voortvloeiende geweld. Drie jongetjes die zich geen raad weten met het leven, en met zichzelf. De taal is hun enige pantser tegen het leven en de dood: wie angst kapotvertaalt naar woorden, kan zich overwinnaar wanen. Steeds radicaler wordt het drietal in hun verzet tegen alles: ze scheren zich kaal en barricaderen de laatste bres die hun taalpantser vertoont: het gegeven dat anderen diezelfde woorden, zinnen, leestekens ook gebruiken. Eén remedie bestaat daar maar tegen: een eigen taal. Die maken ze dan ook: alfastil, eenentwintig lichaamsposities of bewegingen met namen als 'Moro' (= sterven) en 'Travolta' (= onvoorziene omstandigheid). En natuurlijk herdopen zij zichzelf: kameraad Straal, kameraad Vlucht en kameraad Nimbus, de verteller.

Die semantische en syntactische schijnbewegingen vormen de opmaat voor de radicalisering van het drietal. Naar het voorbeeld van de Rode Brigades wordt het tijd voor acties. Eerst beramen ze nog relatief onschuldige acties, vervolgens blazen ze de krakkemikkige, zonverschoten rode Simca 1100 van de schooldirecteur op, waarbij een zwaargewonde valt. En dan de onvermijdelijke stap: de ontvoering van een klasgenoot, die in gevangenschap wordt gedood. In een manifest hebben de drie de wereld laten weten wat ze beogen: 'Door bespottelijke, aan de burgerlijke stand gelieerde redenen tot een ondergeschikte rol gedwongen, reageren wij door te werken aan de vernietiging van datzelfde systeem.'

En steeds verder gist het in de kale schedels van het drietal. 'Ze', schrijft Nimbus over de anderen, 'weten niet welke hoeveelheid verschrikkelijke wereld op natuurlijke wijze in een schedel kan leven.' Nimbus wil strijden, sámenvallen met de strijd, maar dan is er al iets van bezinning in hem ontkiemd. Zijn twijfel vindt een uitweg in dialogen met een schurftige kat, met een mug die hem aanspreekt op het gewonde slachtoffer van de opgeblazen auto. Nadat Vlucht is ondergedoken beraamt hij een nieuwe actie: weer een ontvoering van een klasgenoot, een doofstom creools meisje, Wimbow. Zij is de enige die het hart van Nimbus heeft weten te raken - als hij haar het slachtoffer van hun ideologie kan laten worden, dan is hij de volmaakte strijder, want het zou hun missie van een hogere orde maken dan zijn gevoel, zijn liefde voor haar.

Maar kameraad Nimbus begint te verzaken, wankelt in de oorlog tussen ratio en taal versus gevoel en tranen. En zo zit je, terwijl Vasta je al 200 pagina's lang om de oren heeft geslagen met dat dwingende, obsessieve proza van 'm, tot diep naar het einde toe in de wurgende spanning of het creoolse meisje, de onschuld zelve en daarom schuldig, net als Aldo Moro zal eindigen.

De materiële tijd is het romandebuut van Giorgio Vasta (Palermo, 1970). Er waren al korte verhalen van hem in verzamelbundels verschenen toen in 2008 dit boek uitkwam. Compromisloos en geëxalteerd kaal - alsof je 11 bent en net een donderpreek hebt doorstaan die je nog lang zal heugen.

Giorgio Vasta: De materiële tijd.

Uit het Italiaans vertaald door Marieke van Laake.

Wereldbibliotheek; 317 pagina's; € 22,50.

ISBN 978 90 2842 348 0.

undefined

Meer over