Het gifgas kruipt waar het niet gaan kan

Monument voor de slachtoffers van de Iraakse gifgasaanval van 16 maart 1988 op de Koerdische stad Halabja. Beeld Behrouz Mehri / EPA
Monument voor de slachtoffers van de Iraakse gifgasaanval van 16 maart 1988 op de Koerdische stad Halabja.Beeld Behrouz Mehri / EPA

Het rook naar appels. Dat is wat overlevenden zich herinneren van de gifaanval op Halabja, gisteren precies dertig jaar geleden. De geur van appels. Gifgas ruikt eigenlijk best lekker.

'Het was een zonnige dag', vertelde Falah Murad Khan, toen ik de Iraaks-Koerdische stad nabij de Iraanse grens vier jaar geleden bezocht. 'Mijn broer had een heerlijke lunch met kip gemaakt. Net voor het eten begon het, er werd van alle kanten geschoten. Iedereen rende naar de schuilkelders.' Voor velen een fatale beslissing. Gifgas is zwaarder dan lucht, het zakte de kelders in.

Falah en zijn broer vluchtten alsnog naar buiten. Overal om hen heen zagen ze de gruwelijke effecten van het gif. Brandwonden, enorme blaren, verstikking, blindheid, groen braaksel. 'Mensen lachten en schreeuwden als waanzinnigen. Een vriend van me, Jala, beet mensen als een hond.'

14 jaar was Falah toen de wraak van Saddam Hussein Halabja trof. De dictator was een oorlog begonnen tegen Iran en pakte in één moeite door zijn Koerdische tegenstanders aan. Het ging de geschiedenis in als de grootste aanval ooit met chemische wapens. Bijna vijfduizend mensen stierven.

Het verleden bleek in de stad hoogst actueel te zijn. Nog elke dag leefden de inwoners met de gevolgen. Velen kampten met gezondheidsproblemen. Kinderen waren jaren na de aanval nog geboren met handicaps. Voor de Koerden, ook die buiten Irak, symboliseert het misdrijf tegen de menselijkheid het lijden van een door de geschiedenis miskend volk.

Voor de Verenigde Staten werd Halabja een schandvlek. De inzet van chemische wapens gebeurde met stilzwijgende steun van de Amerikaanse regering, die in Saddam een nuttige bondgenoot zag tegen Teheran. Joost Hiltermann toont in zijn boek A Poisonous Affair nauwgezet aan hoe Amerikaanse diplomaten hun best deden om Irak uit de wind te houden. Zij verdunden de schuldvraag door - ten onrechte - te beweren dat ook Iran gifgas had gebruikt.

'Informatie over alles wat een Iraakse overwinning zou kunnen tegenwerken moest worden onderdrukt', schrijft Hiltermann. Vijftien jaar later werd Halabja door de regering-Bush gebruikt als moreel argument voor de oorlog tegen het regime van Saddam.

Mede dankzij Halabja groeide de afkeer van deze methode van oorlogvoeren. Er kwam een verdrag tegen chemische wapens, door vrijwel alle landen geratificeerd. Een comeback beleefden ze in de Syrische burgeroorlog, toen dictator Bashar al-Assad over aanzienlijke voorraden bleek te beschikken en zich bereid toonde ze ook te gebruiken. Het overschrijden van die rode lijn leidde ertoe dat de voorraden en productiefaciliteiten werden vernietigd. Dat wil zeggen voor 96 procent, zoals leider van het VN-team Sigrid Kaag meedeelde. Nog altijd zijn er in Syrië sindsdien af en toe meldingen - moeilijk verifieerbaar - van gifaanvallen.

Of kalasjnikovs, vatenbommen, mortiergranaten en alle andere soorten wapentuig die inmiddels 500 duizend Syriërs het leven hebben gekost minder erg zijn dan chemische wapens, dat is een vraag die we zonder veel omhaal gewoon maar met 'ja' moeten beantwoorden, ook al zijn de argumenten even zoekgeraakt in het puin van Oost-Ghouta.

En dan nu de moordaanslag met zenuwgas op Sergej Skripal en zijn dochter. Waarom niet gewoon een vuurwapen gebruikt? Een autobom desnoods? Ik vermoed omdat dat dan de ophef minder groot zou zijn geweest. Foute regimes hebben er kennelijk behoefte aan de wereld ervan te doordringen dat zij bereid zijn verraders waar dan ook te pakken, met de foutste middelen. Het gifgas kruipt waar het niet gaan kan, al vermelden de berichten niet of het in restaurant Zizzi naar appel heeft geroken.

Mochten Skripal en zijn dochter dit overleven, dan moeten we vaststellen dat bij deze recentste poisonous affair geen dodelijke slachtoffers zijn gevallen. Van vijfduizend naar nul in dertig jaar: laten we het vooruitgang noemen.

Meer over