'Het gidsland is hopeloos verdwaald'

AAN HET EIND van zijn nieuwe boek Doodseskaders in Nederland? haalt advocaat en schrijver Bob van der Goen een spreuk aan die staat te lezen op een schilderij van Goya: 'De slaap van de rede produceert monsters.' Dat is een toepasselijk motto voor dit 'Multatuliaanse pamflet', waarin het Nederlandse drugsbeleid...

Het boek, dat als ondertitel Advocaat na Van Traa of de achterkant van het Hakkelaarproces draagt, is als deel twee verschenen in de serie 'Subversieve geschriften'.

De analyse van Van der Goen is niet nieuw: het blijft moeilijk verdedigbaar dat de verkoop van kleine hoeveelheden soft drugs wordt toegestaan, terwijl de aanvoerders van het spul aan de achterzijde van de coffeeshop in de boeien worden geslagen. Nog steeds is de Nederlandse recherche vooral bezig met het onderscheppen van verdovende middelen. Het hele systeem van opsporing en berechting draagt daardoor sporen van de oorlog tegen drugs. Een oorlog die nooit te winnen is: hoe meer de strijd wordt opgevoerd, hoe lucratiever de verboden handel wordt.

Menige wetenschapper en essayist heeft zich over deze paradox in de drugsbestrijding uitgelaten. Ook Van der Goen waagt zich nu aan deze 'historische blunder', aangestoken door de 'extreme mate' van publieke belangstelling voor de IRT-affaire en het Hakkelaarproces. Door vervlechting van gedachten, beschrijvingen en theorieën hoopt hij de lezer 'wakker' te maken. Doel: 'Op het politieke vlak zal een openbaar debat gevoerd moeten worden of het - zeker wat softdrugs betreft - nog legitiem is vrijheidsstraffen op te leggen als men om politieke redenen de stap naar het gedogen van de achterdeur niet wenst te zetten.'

Dat is een prijzenswaardig initiatief. Helaas voldoet het boek van Van der Goen niet aan een aantal basisvoorwaarden. Zo staan er nogal wat storende fouten in. Tijdens de IRT-affaire hebben enkele Haarlemse rechercheurs geen honderdduizend ton soft drugs doorgelaten, maar honderdduizend kilo, wat toch duizend keer zo weinig is.

Bij lezing van Doodseskaders in Nederland? blijkt al snel dat Van der Goen de gegevens voor zijn boek voornamelijk uit kranten en tijdschriften bij elkaar heeft gesprokkeld. Niet zelden is hij daarbij weinig kritisch te werk gegaan. Een geschrift dat de bijl aan de wortel van het drugsbeleid wil leggen, zou toch op zijn minst feitelijk goed onderbouwd moeten zijn.

Ook heeft Van der Goen er een handje van allerlei complotten te suggeren. Zo zouden door de IRT-affaire beschadigde functionarissen op zoek zijn geweest naar een zondebok en die hebben gevonden in de bende van Johan V. Door goed gebruik te maken van de massamedia blijkt het volgens de advocaat 'mogelijk het type crimineel te creëren dat in de behoefte van het apparaat voorziet'.

Van der Goen slaagt er niet in deze boude bewering hard te maken. Hij ziet bovendien een belangrijk punt over het hoofd: de types die op de illegale drugshandel afkomen, zijn over het algemeen niet zo fris, getuige de vele voorbeelden van geweld dat met de handel gepaard gaat. Probleem voor justitie is dat deze 'criminelen' met grootscheepse drugstransporten ongelofelijke hoeveelheden geld verdienen, waarvan een ernstige corrumperende werking uit kan gaan. Het is niet vreemd dat het opsporingsapparaat dat poogt te voorkomen.

Van der Goen werd zelf ooit gearresteerd, omdat hij als advocaat zou hebben meegewerkt aan een transactie die in de ogen van justitie verdacht was. Het OM in Amsterdam stelde indertijd dat de advocaat behulpzaam was bij het veiligstellen van 17,5 miljoen gulden aan drugsgeld dat aan de Hakkelaarbende zou behoren. Van der Goen werd uiteindelijk niet vervolgd wegens ontbreken van schuld.

Het is jammer dat hij aan deze gebeurtenis geen aandacht besteedt. Critici kunnen nu ongestraft beweren dat het boek uit rancune is geschreven, zeker gezien het feit dat de Amsterdamse hoofdofficier van justitie Vrakking er voortdurend van langs krijgt. Volgens Van der Goen kán hij niet over zijn zaak schrijven, omdat hij in het kader van zijn niet-vervolging met het Amsterdamse OM is overeengekomen daarover te zwijgen.

Ook schenkt de advocaat, die bekend is van zijn werk voor de slachtoffers van de Bijlmerramp, weinig aandacht aan de pragmatische reden waarom de drugshandel in Nederland strafbaar blijft. De politiek is bang dat legalisering van Nederland een paria-staat zou maken. 'Het gidsland is hopeloos verdwaald', stelt Van der Goen ergens. Dat is een te simpele voorstelling van zaken gezien de complexe gevolgen van liberalisering van de drugshandel.

Ondanks deze bezwaren stemt Doodseskaders in Nederland? tot nadenken. Van der Goens vergelijking met het handelen van de Hoge Raad in de Tweede Wereldoorlog is misschien vergezocht, zijn opmerkingen over de historische toevalligheid van het verbieden van drugshandel treffen doel. Het boek geeft de lezer een ongemakkelijk gevoel over de 'heilige strijd' tegen de drugs en dat is precies wat Van der Goen probeerde te bereiken.

Michiel Kruijt

Bob van der Goen: Doodseskaders in Nederland? - Advocaat na Van Traa of de achterkant van het Hakkelaarproces.

Aspekt; 128 pagina's; * 29,90.

ISBN 90 75323 36 0.

Meer over