analyse

Het geweld in Jeruzalem komt voort uit de uiterst beladen vraag: van wie is deze grond?

Palestijnse betogers botsen met de Israëlische politie bij de Damascuspoort die een tijd lang was afgesloten.  Beeld AFP
Palestijnse betogers botsen met de Israëlische politie bij de Damascuspoort die een tijd lang was afgesloten.Beeld AFP

Na een gewelddadig weekeinde in Jeruzalem, waarbij honderden Palestijnen gewond zijn geraakt, heeft het Israëlische hooggerechtshof een zitting uitgesteld die nog meer olie op het vuur dreigde te gooien. Het gaat om een zaak waarbij vier Palestijnse gezinnen (in totaal tientallen mensen) uit hun huizen kunnen worden gezet.

Tegelijkertijd heeft premier Netanyahu de groeiende internationale kritiek op Israëlische bouwplannen in Jeruzalem ferm afgewezen. Wat hem betreft gaat het om Israëlisch grondgebied, en heeft zijn land, net als ieder ander, het recht in zijn eigen hoofdstad te bouwen. ‘Dat hebben we gedaan, en dat blijven we doen’, zei hij zondag.

De opmerkingen komen nadat Palestijnen avond aan avond demonstreerden tegen de uitzetting van de gezinnen, wat steevast uitliep op botsingen met de Israëlische politie. Gevreesd wordt dat het geweld, het ergste in jaren, zich de komende dagen uitbreidt naar andere delen van het land.

Het is tijdens de ramadan vaker onrustig in Jeruzalem, maar dit jaar volgt de ene escalatie op de andere, gedreven door verschillende gebeurtenissen die allemaal tijdens de heilige vastenmaand plaatsvinden. Het begon in april met de afsluiting van de trappen bij de Damascuspoort, de belangrijkste toegangspoort tot de Oude Stad, waar Palestijnen tijdens de ramadan massaal bidden in de Al-Aqsamoskee. Volgens de politie was de afsluiting een veiligheidsmaatregel, maar jongeren zagen het als een provocatie. Na een week van onlusten werden de hekken verwijderd.

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant

Daarnaast werden Palestijnen belaagd door extreemrechtse joden die woedend waren over een TikTok-video, waarin twee Palestijnen zonder reden een ultraorthodoxe man lijken te slaan. Eind april hield Lehava, een extreemrechtse Israëlische groep, een anti-Arabische protestmars, waarbij vergelijkbare groeperingen zich aansloten. Honderden extremistische joden trokken door de stad terwijl ze ‘Dood aan de Arabieren’ scandeerden.

Joods bezit

De huidige spanning draait om de uiterst beladen vraag: van wie is deze grond? Een aantal Palestijnse gezinnen dreigt hun huis uit te worden gezet, omdat nationalistische Joodse organisaties vinden dat hier joden moeten wonen. Het land in Sheikh Jarrah, een wijk in Oost-Jeruzalem, was voor de Onafhankelijkheidsoorlog in joods bezit, maar deze mensen zijn in 1948 verdreven door Jordanië. In 1956 werden er huizen gebouwd om Palestijnse vluchtelingen onder te brengen. Deze bleven daar wonen nadat de wijk in 1967 samen met heel Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever werd bezet door Israël.

Volgens de Israëlische wet mogen Joodse Israëliërs die zijn verdreven in de oorlog met de Arabische buurlanden hun bezit opeisen. Maar er is geen enkele wet die Palestijnse families rechten geeft over de huizen en het bezit dat zij in 1948 zelf zijn kwijtgeraakt. De regering heeft zich niet willen uitspreken over het dispuut dat zij ‘een vastgoedconflict tussen private partijen’ noemt.

Symbool

Intussen zien de Palestijnen de uitzetting als een symbool voor de manier waarop zij verder en verder worden verdrongen. Ook vanuit de Verenigde Staten, Europa, de VN, en Arabische landen komt er kritiek. Het hooggerechtshof zou zich maandag over de kwestie buigen, maar dat is nu uitgesteld. Binnen 30 dagen wordt er een nieuwe datum geprikt.

Een Palestijnse man bidt in de Oude Stad terwijl om hem heen de Israëlische politie zich verzamelt.  Beeld REUTERS
Een Palestijnse man bidt in de Oude Stad terwijl om hem heen de Israëlische politie zich verzamelt.Beeld REUTERS

Daarmee is de spanning nog niet uit de lucht, want op maandag is het ook Jeruzalemdag. Daarop wordt herdacht hoe Israël in 1967 de Oude Stad en Oost-Jeruzalem op Jordanië veroverde. Op deze nationale feestdag wordt er altijd met vlaggen door de Oude Stad gemarcheerd – ook door de moslimwijk – wat in het verleden al heeft geleid tot botsingen tussen extremisten uit beide kampen.

Onder de veiligheidsdiensten groeit de zorg dat de woede en het geweld uit de hoofdstad overslaat naar de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. Amos Gilad, voormalig hoofd van de militaire inlichtingendienst, riep zondag op de mars door de stad maandag niet door te laten gaan en waarschuwde: ‘Het kruit brandt, en kan elk moment ontploffen’.