HET GEROOFDE VERTROUWEN

KIEZEN tussen twee kwaden is het lastigste dat er bestaat. Wat is erger: beroofd worden op straat of opgelicht worden door iemand die je vertrouwde?...

KEES SCHUYT

Bij een gewone straatroof maakt woede zich van je meester. Waarom moet mij dit nu juist overkomen? Bij deze opstandigheid komt nog het gevoel van onmacht en machteloosheid. Veel berovingen geschieden uiterst geraffineerd en goed georganiseerd.

Een voorbeeld: je stapt met een koffer in de tram en op het moment dat je, met je armen omhoog, je voet op de eerste tramtrede zet, ben je plotseling omringd door vijf potige mannen (leeftijd van 18 tot 35 jaar). De twee eerste versperren de weg voor je, twee andere pakken je muurvast om je middel en handen en de vijfde (de jongste bediende) graait vliegensvlug in je zakken en haalt alle levenslijnen met de moderne wereld er uit (portemonnee, portefeuille, betaalkaartjes, giro's, paspoort, rijbewijs).

Er zijn vele variaties op het berovingsthema mogelijk, maar allemaal komen ze er op neer dat je vreselijk verontwaardigd bent over wat je is overkomen, omdat je er niet op verdacht was en je even totaal overgeleverd voelde aan de macht van andere mensen. De woede hierover duurt lang, alle slachtofferhulp ten spijt.

Als je slachtoffer wordt van een oplichting of van een verduistering ben je allereerst teleurgesteld. Je had iemand je vertrouwen geschonken en dat blijkt, achteraf, volledig onterecht. De teleurstelling over het gedrag van een vertrouweling gaat gepaard met enig zelfverwijt. Waarom heb ik dat niet eerder gezien? Waarom heb ik die man ooit aangenomen? Je kan je wel voor je kop slaan.

De bedragen waar het om gaat zijn bij verduistering en oplichting meestal veel groter dan bij diefstal en roof, maar de verontwaardiging er over ontlaadt zich anders. De verduisterde miljoenen van de Amsterdamse parkeerwachters, de 90 miljoen die de Kas-Associatie er bij inschiet bij het zoveelste beursschandaal, zeggen ook iets over de kwetsbare organisatie van de moderne samenleving.

Sommige personen hebben krachtens hun positie enorme bedragen onder zich en zij dienen dus over een absolute innerlijke norm te beschikken dat ze volkomen te vertrouwen zijn. Integriteit wordt des te belangrijker naarmate beheerssystemen ingewikkelder worden en slechts door weinige experts te beheersen en te controleren. Vertrouwen is het cement van de moderne samenleving.

Tegelijk zendt dezelfde moderne organisatievorm de boodschap uit dat alleen geld telt. Hoe je er aan komt is minder belangrijk dan dat je er in ruime mate over beschikt. Die druk doet het cement in brokjes uiteenvallen.

Er is een merkwaardig maatschappelijk experiment geweest, dat aantoont hoe belangrijk het onderlinge vertrouwen is in elke samenleving. Tijdens de laatste zeven maanden van de Duitse bezetting in Denemarken staakte de Deense politie. Het resultaat van deze situatie - achteraf door de criminoloog Johannes Andenaes gereconstrueerd - was dat het aantal diefstallen en roof enorm waren toegenomen, maar dat er nauwelijks enige vermeerdering was opgetreden in het aantal verduisteringen en oplichtingen.

Mensen die elkaar vertrouwden, verlinkten elkaar niet, zelfs niet toen er nauwelijks een serieuze kans bestond dat ze er voor gepakt zouden worden. Diefstal is dus afhankelijk van externe controle, het vertrouwensdelict verduistering wordt volledig bepaald door de innerlijke controle van mensen.

Fiducia is het primaire vertrouwen dat je in het sociale verkeer per definitie aan anderen schenkt. Wel moet schenken. Als je op straat loopt en iemand komt naar je toe en vraagt de weg, dan vertrouw je er simpel op dat die de weg kwijt is en niet dat hij je vervolgens met een mes bedreigt.

Het gemene van straatroof zit juist in het beschamen van deze primaire verwachting. Het is niet meer de struikrover uit de kinderboekjes, maar de straatrover in de gedaante van een bevriende medeburger, die de fiduciaire structuur van het samenleven afbreekt. Niet het verlies van geld is het pijnlijkste van alles, maar de ervaren onmacht en de schok van het beschaamde vertrouwen in de medemens.

Trust is het beredeneerde onderlinge vertrouwen om er samen beter van te worden en ontstaat bijvoorbeeld tussen (sociale) partners en tussen complexe organisaties. Het vertrouwen binnen en tussen organisaties is zelf eveneens afhankelijk van de fiducia: het absolute onderlinge vertrouwen van eerlijkheid en integriteit, die van binnenuit komt en niet van buitenaf hoeft te worden afgedwongen. De schending hiervan levert verduistering, fraude, oplichting en zwendel.

Technische systemen hebben allerlei rode wijzertjes die aangeven wanneer het systeem in de gevarenzone zit. Dat zowel straatroof als verduistering en zwendel blijven toenemen in onze samenleving, zou als zo'n rood signaal gelezen kunnen worden. Waar halen we nog genoeg fiducie vandaan?

Meer over