Analyse

Het geheim van de aanhoudend populaire VVD: is het haar ziel, of het gebrek daaraan?

Rutte op het VVD-congres in 2013 in Maarssen, geflankeerd door minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert (links) en minister van Volksgezondheid Edith Schippers. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Rutte op het VVD-congres in 2013 in Maarssen, geflankeerd door minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert (links) en minister van Volksgezondheid Edith Schippers.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Geen toeslagenaffaire, geen ‘functie elders’, geen coronamaatregel krijgt de VVD klein. Wat verklaart het constante succes in de peilingen? Partijco­ry­feeën en politicologen gaan op zoek naar de ziel van de partij.

Bert Wagendorp

I.

‘Goeie hemel!’ VVD-coryfee Hans Wiegel (80), oud-fractieleider, oud-minister, oud-senator en oud-commissaris van de koningin, moet de vraag naar wat de ziel van zijn partij is even verwerken en last een korte pauze in.

‘Het is natuurlijk wel een heel interessante vraag! Echt heel interessant!’

Laat hij het dan zo zeggen: de VVD van nu is heel anders dan de VVD uit zíjn gloriejaren. ‘Er was een enorme sfeer, die er nu niet meer is. Prachtige tijd! Het was zeer opgewekt. Optimisme is altijd de lijn geweest. Het liberalisme is een positieve, opgewekte filosofie. Dat merkte je ook in de debatten in de Tweede Kamer. Daar had je altijd van die linkse zuurpruimen. Dan hadden wij er veel plezier in de meest afschuwelijke dingen te zeggen.’

Wat volgens Wiegel het punt is: je ziet niet meer zoveel van de ziel van zijn partij. Maar dat ligt misschien aan hem, hij is een oude, mopperende man. ‘Vroeger had je wel vijftien Kamerleden die voortdurend door het land sjeesden. Toen ik een jong ventje was, hield ik twee keer per week een verhaal. In Groningen debatteerde ik met Joop den Uyl. Kwamen drieduizend mensen op af. Moesten we twee feesten achter elkaar geven. Mooie tijd.’

Een ziel moet zichtbaar zijn, bedoelt Wiegel. En hij ziet haar niet meer.

II.

Ondanks de verontwaardiging die de partij het afgelopen jaar ten deel viel vanwege de toeslagenaffaire, de ‘functie elders’-affaire, de aardbevingsaffaire, het gelieg van Mark Rutte, het merkwaardige coronabeleid en de langdurige formatie, bleef de partij veruit de grootste in de peilingen. Pas deze maand ging het volgens een I&O-peiling lichtjes naar beneden, maar dat kan in januari een kleine rimpeling blijken.

Hoe kan dat? Heeft de VVD een onaantastbare ziel?

Hééft de partij eigenlijk wel een ziel?

Is het ontbreken van een ziel de verklaring voor het succes?

Of is een vrolijke, optimistische ziel nu eenmaal onweerstaanbaar aantrekkelijk?

III.

Loes Aaldering, politicoloog aan de VU, heeft veel onderzoek gedaan naar de kenmerken van politiek leiderschap. ‘Het is opvallend dat er in de VVD onder dezelfde leider zoveel variatie is. De ziel van de partij is flexibel en wordt eventueel bijgesteld als dat nodig is. Het is geen principiële ziel.’ Rutte is daarvan de personificatie. ‘Hij is extreem flexibel. Maar gaan mensen dat accepteren? Geloven ze dat?

‘Je zou zeggen dat de sfeer tijdens de campagne gunstig was voor links. De kaalslag in de zorg, het klimaat. Zo bleek het niet te werken. Nu gaat Mark Rutte opeens het minimumloon verhogen en veel geld uitgeven aan de klimaatcrisis. Hij neemt de thema’s van links gewoon over. Dat werkt gewoonlijk niet, mensen kiezen voor the real thing. Maar Mark Rutte lijkt het voor elkaar te krijgen.’

IV.

Christianne van der Wal (48) is sinds 2017 de opgewekte voorzitter van de partij. ‘Als je mij vraagt wat de ziel is, zeg ik: dat is de positiviteit. Wij zien problemen als een kans, wij zijn altijd bereid te veranderen, zijn ondogmatisch. Wij zijn optimisten. Ik ben bijvoorbeeld zelf een rasoptimist. Daarom ben ik ooit bij de VVD gegaan. De manier waarop je naar het leven kijkt, waarop je in het leven wilt staan. Dingen willen oplossen.’

In een filmpje op de VVD-site zegt Van der Wal dat het terugbrengen van de oude VVD-sfeer haar doel is. ‘Een partij waarin het biertje na afloop van de vergadering belangrijker is dan de vergadering zelf.’

‘O jee, staat dat filmpje nog steeds online? Dat moet ik er maar eens vanaf halen. Ik zei dat toen omdat we een ellendig jaar achter de rug hadden. Met mijn voorganger Henry Keizer en allerlei integriteitsschandalen. Maar inmiddels is de sfeer alweer sterk verbeterd, hoor!’

De ziel is terug!

‘Voor een heel groot deel is de ziel niet veranderd. Maar wij zijn wel veranderingsbereid.’

V.

‘De liberale basis, het geloof dat het morgen beter kan worden, dat optimisme, dat is wat ons allemaal bindt.’ Claire Martens (34) is lijsttrekker voor de VVD bij de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam. ‘Dat is onze ziel, daar vinden we elkaar op, ongeacht welk onderwerp het is. Dat is deels ideologisch, deels psychologisch. Jezelf kunnen relativeren hoort daar ook bij, honderd procent. Jezelf een spiegel voorhouden, jezelf niet te serieus nemen. De partij wel, Amsterdam ook, maar jezelf wat minder.’

‘VVD’ers durven mee te gaan met de tijd. Dat betekent dat we constructief zijn, niet sociaal-democratisch maar liberaal. We kijken naar de tijdgeest, we kijken wat een dorp, stad of het land nodig heeft en daar durven wij onze gedachten op aan te passen. Dat maakt ons ook sterk. De jonge dertigers, waartoe ik behoor, kijken anders naar de wereld dan hun opa’s en oma’s. Het referentiekader is anders. De VVD zal daarom altijd blijven veranderen.

‘Wij zijn een pragmatische partij. Dat vind ik niet negatief, laat ik dat vooropstellen. Pragmatisme is: je wilt iets voor elkaar krijgen. Je kunt lang over problemen praten, maar daar heb je niets aan wanneer dat niet wordt omgezet in concrete oplossingen. Pragmatisme kan ook tot gezwalk leiden, tot opportunisme. Maar de VVD weet heel goed waar ze heen wil: naar een liberale samenleving waarin mensen vrij zijn om hun eigen keuzes te maken.’

‘Wij zijn een doorsnee van de Nederlandse samenleving, ik ben een doorsnee-Nederlander. De tijd van jasjedasje-parelketting is voorbij.’

Van der Wal: ‘Ik heb geeneens een parelketting.’

VI.

Onder politicologen.

Tom van der Meer (41), hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam: ‘Rutte is degene die het thema leiderschap in handen heeft. Je zag dat ook bij Lubbers en Kok. Hun opvolgers Brinkman en Melkert konden dat thema niet overnemen, daardoor zakten hun partijen door het ijs.

‘Leiderschap is een kwestie van de kip en het ei. Is hij een goede leider en heeft hij daarmee zijn partij voorlopig onaantastbaar gemaakt, of is hij onaantastbaar door de positie van zijn partij en daardoor een goede leider? Rutte en de VVD hadden het jarenlang moeilijk. De partij werd keer op keer verscheurd. Denk aan de afsplitsingen van Wilders en Verdonk. Pas nadat hij zijn partij onderscheidend had gemaakt op thema’s als economie en veiligheid, werd de VVD de grootste en Rutte de leider van Nederland.’

Kees Aarts (62), hoogleraar aan de RU Groningen: ‘Liberalen laten flexibiliteit zien, voelen goed de tijdgeest aan. Ze worden niet zwaar gehinderd door ideologie. Dat is gemakkelijker als je een behoudende partij bent. Zaken veranderen is moeilijker dan zaken bij het oude laten.

‘Er is ook sprake van een selffulfilling prophecy. De VVD wordt gezien als de dominante partij, daar wil je wel bij horen. Daar komt de premiersbonus nog bij. Maar wat als Mark Rutte over drie jaar vertrekt? Dan wordt de VVD kwetsbaar.’

Peter Achterberg (44), hoogleraar Universiteit van Tilburg: ‘De VVD kan doen wat ze wil, de mensen die erop stemmen weten toch wel waar de partij voor staat. Met het klimaat hebben ze niets anders gedaan dan maatregelen uitstellen, uitstellen, uitstellen. Ze hebben altijd een kabinetslid dat PVV-corvee heeft, de afgelopen maanden was dat Ankie Broekers-Knol.

‘Met Mark Rutte als leider zit je goed en weet je wat je hebt. Hij mag best een beetje naar links buigen. Dat maakt niets uit. Maar het is ook ongrijpbaar, waar die gast mee bezig is. Met de dividendbelasting, Shell en Unilever, dat was puur cliëntelisme.’

Aarts: ‘Er is in Nederland sprake van een bredere politieke ontwikkeling richting het liberalisme. Weg van het CDA en de PvdA, die hebben het stempel van oude politiek. Ben je iemand van het midden, dan kom je al gauw bij de VVD terecht.’

Van der Meer: ‘Rutte krijgt de leiderschapsbonus. In Nederland wordt de partij van de premier flink beloond. We hebben in veertig jaar tijd vier premiers gehad, dat is uitzonderlijk. Hij heeft ook voordeel bij de toenemende fragmentatie. 20 procent stemt op hem, maar 80 procent niet. Toch is de VVD daarmee verreweg de grootste. Ook inhoudelijk – net rechts van het midden – staat de partij in het centrum van de macht. Want daar ligt in Nederland het zwaartepunt van de politiek.’

Achterberg: ‘Voor de VVD-kiezer is er helemaal geen crisis. Je leven is goed, je baan is zeker. Die mensen merken niks van een crisis, alles gaat door het dak. Ik denk dat er maar weinig VVD-stemmers onder de kinderopvangtoeslagouders zitten.’

Demissionair premier en VVD-leider Mark Rutte en vicefractievoorzitter Sophie Hermans (links) in augustus op het Binnenhof, na een gesprek met informateur Mariëtte Hamer. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Demissionair premier en VVD-leider Mark Rutte en vicefractievoorzitter Sophie Hermans (links) in augustus op het Binnenhof, na een gesprek met informateur Mariëtte Hamer.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

VII.

Claire Martens: ‘De VVD-kiezer zou niets van de crisis merken? Wat een onzin. Hoe zit het dan met alle mkb’ers? Daar zitten veel VVD-stemmers tussen en die hebben het momenteel heel moeilijk. Mijn ouders, ondernemers, hebben in de vorige crisis, die van 2008, hun bedrijf verloren.’

VIII.

Tijdens de Algemene Beschouwingen sprak premier Mark Rutte opeens over de dreiging van anderhalve meter water op het Binnenhof.

Wiegel: ‘Hoeveel? Anderhalve meter? Op het Binnenhof, daar bij hem voor de deur? Gelukkig dat-ie op de eerste verdieping zit!’

Martens: ‘Ik denk dat Mark Rutte daar precies liet zien wat een VVD’er is. Nieuwe informatie, nieuwe tijdgeest, voortschrijdend inzicht. Daar gaan wij pragmatisch mee aan de slag. Wat ik persoonlijk jammer vind, is dat we dat vaak zien als draaien, als zwak. Het is juist sterk dat je kunt toegeven dat je in de oplossing van het klimaatprobleem nooit voorop hebt gelopen, maar dat dit gaat veranderen. Je moet maar durven.’

Wiegel: ‘Natuurlijk, het klimaat is een crisissituatie, daar moet je als grote partij iets mee doen. Dat zijn vraagstukken die nu spelen. Het is voor een politicus essentieel om aan te voelen wat de mensen in het land vinden. Daar moet je goed op reageren. In mijn tijd zetten wij het misbruik van sociale voorzieningen op de agenda. Dat klapte er ook geweldig in, hoor. Had je ze moeten horen op links!’

Van der Wal: ‘We hebben ooit geroepen: ‘Windmolens draaien op subsidie.’ Dat zouden we nu nooit meer doen, de wereld verandert. Je moet altijd de bereidheid hebben je mening aan de tijdgeest aan te passen. Daar zijn wij goed in. Dat is geen opportunisme. We nemen een onderbouwd standpunt in, omdat we dat ook vinden. Je moet jezelf continu ontwikkelen en vernieuwen.’

Martens: ‘Die vijf miljard voor kerncentrales, daar zie je in het regeerakkoord het VVD-stempel, het pragmatisme. Veel partijen blijven vasthouden aan de ideologische pamfletten van twintig jaar geleden. Wij niet.’

Politicoloog Aaldering: ‘Vindt de VVD die anderhalve meter water op het Binnenhof echt een belangrijke kwestie? De VVD lijkt niet de meest logische en geloofwaardige partij om de klimaatcrisis aan te pakken, gezien hun standpunten en beleid van de afgelopen jaren.’

IX.

Peter Kanne is opiniepeiler en politiek analist. In de laatste peiling van zijn bureau I&O Research deed zich iets merkwaardigs voor: de VVD verloor vier zetels. Wat betekende dat? Werd Rutte door de kiezers eindelijk afgerekend op de afhandeling van de Groningse aardbevingsellende, op de toeslagenaffaire? Op het gelieg in de Kamer? Begon de vertrouwenscrisis zich te vertalen in zetelverlies? Waren de mensen Rutte opeens spuugzat? Het was onduidelijk. Rutte was lang zo’n zekerheid, dat Kanne aan zijn eigen data begon te twijfelen. Aan een collega-peiler appte hij: ‘Als de VVD nu echt gaat inleveren, hebben wij het als eerste gezien. Mocht het een gekke uitglijder zijn, dan zijn de meeste mensen het in januari alweer vergeten.’

Het is moeilijk zoeken naar de ziel van de VVD, zegt Kanne. ‘Je weet niet meer waar de partij voor staat. Ze zeggen: wij zijn vrolijke optimisten. Maar met dat soort teksten ga je de kiezers niet vasthouden. Dan moet je een cabaretgroepje oprichten, of een carnavalsvereniging.

‘Ze zijn liberaal, maar als er één ding bijna unaniem wordt gedeeld in de Nederlandse samenleving, dan is het de afkeer van het neoliberalisme: geef alles maar aan de markt. Veel van de huidige ellende komt door het op afstand zetten van al die instituten, nutsbedrijven en uitvoeringsorganisaties. Dat heeft de VVD niet alleen gedaan, maar het was wel hun gedachtengoed. Nu maken ze de beweging terug, maar het is de vraag of ze dat menen, of dat ze het alleen D66 naar de zin willen maken om een meerderheidsregering te realiseren. Om aan de macht te kunnen blijven. Niemand gelooft toch dat de VVD dit doet omdat ze er zelf zo in geloven.

‘Als ze de normatieve kant kwijtraken, de idee wat dit voor land zou moeten zijn, als ze geen morele keuze maken, dan gaat er met de VVD gebeuren wat eerder is gebeurd met het CDA: leegloop. De VVD doet precies hetzelfde als het CDA tien jaar geleden: geen echte keuzes maken, pappen en nathouden, iedereen te vriend houden.

‘In de campagne hebben ze er bewust op aangestuurd het niet over de inhoud te hebben. Dat weet ik uit zeer betrouwbare bron. Ze wilden het alleen maar hebben over crisismanagement, leiderschap, Mark Rutte. Klimaat was geen punt. De grote dossiers hebben ze niet uitgevochten in de verkiezingscampagne, maar pas erna. Anders is het risico te groot. Dat doen ze de hele tijd: hypotheekaftrek, kilometerheffing, de AOW. Die kwesties worden niet aangegaan in een democratische strijd, er wordt geen leiderschap getoond. Ik vind dat laffe politiek. Het is ook een doodlopende weg, die niet alleen gevaarlijk is voor de politieke partijen, maar ook voor de democratie als geheel. Kiezers willen dat je als politicus keuzes maakt, ook als het moeilijke keuzes zijn. Maar daar heb je dappere politici voor nodig.’

X.

Christianne van der Wal: ‘Toen ik in 2017 voorzitter werd, heb ik gezegd: als we nu gaan genieten van waar we staan, dat we voor de derde keer de grootste zijn geworden, dan voorspel ik één ding: dan zakken we door het ijs bij de volgende verkiezingen. Dat kon je uittekenen. Als je toen tegen me had gezegd: jullie maken geen keuzes, jullie willen iedereen te vriend houden, dan had ik je gelijk gegeven. Maar toen heb ik gezegd: we gaan de boel verbouwen terwijl de winkel openblijft. We hebben Klaas Dijkhoff gevraagd om een verhaal voor de toekomst. Dat heeft hij gedaan (Liberalisme dat werkt voor de mensen uit 2019, red.) en dat is doorvertaald naar het verkiezingsprogramma. We hebben positie gekozen, rechts van het midden. Met veel ruimte voor groen, voor klimaat.’

XI.

Heet de ziel van de VVD Mark Rutte?

Martens: ‘Ho, die had ik kunnen zien aankomen. Laten we eerlijk zijn, Mark doet het fenomenaal. Hij leidt ons door de tweede crisis in tien jaar, we staan er economisch goed voor. Maar als Mark Rutte er niet meer is, is die ziel niet opeens verdwenen.’

Van der Wal: ‘Ik begrijp dat dat het beeld is. Het antwoord is nee. Problemen willen aanpakken, positiviteit, dat is Mark. Maar we investeren heel erg in talent. Als er straks een nieuwe Mark Rutte komt, moet je hem of haar vergelijken met de Mark Rutte van 2006. Die maakte fouten, dat Groen Rechts van hem landde destijds niet echt in de partij.’

Wiegel: ‘Het wordt steeds moeilijker, naarmate je langer premier bent. Dat zie je altijd, Lubbers had daar ook mee te maken. Ik heb vaak genoeg tegen Mark gezegd: ‘Houd er toch eens een keer mee op, man!’

‘Zegt-ie: ‘Ja, maar wat moet ik dán?’

‘Naar Brussel!’

‘‘Maar daar heb ik helemaal geen zin in’, zegt-ie.

‘Dat kon ik me dan wel weer voorstellen. Ik zeg: ‘Je kunt altijd nog commissaris van de koning worden.’

‘Hij zegt: ‘Maar die lui doen helemaal niks!’

‘‘Ja hallo’, zeg ik. ‘Ga je nou mij zitten beledigen?’

‘Je moet nooit ergens te lang blijven zitten. Ik begon me na vijf jaar Kamerlid en vijf jaar minister te vervelen: wegwezen. Als commissaris van de koningin ben ik na twaalf jaar opgestapt. Daarom moet de VVD-top nadenken over de tijd na Rutte. Dat doen ze vast ook wel.’

Rutte, zegt Wiegel, heeft het voordeel dat er bij de andere partijen helemaal niemand zit van wie je denkt: dat is ’m. ‘Links komt met een vijftienpuntenplan waar helemaal niets in staat. Ik had te maken met een Den Uyl, en die jongens van het CDA waren ook niet mis. Kon er goed mee opschieten hoor, zelfs met de leider van de communisten.’

Kanne: ‘Als Rutte weggaat, blijft er niets van de VVD over. Ze blijven heus wel bestaan, maar zullen niet langer de grootste zijn. Bij de verkiezingen van 2010 is Rutte voor de macht gegaan, en daarna is hij blijven meebewegen. Hij denkt steeds: als ik dit karretje aan het rijden wil houden, wat moet ik dan nu doen? De vraag wat de ziel van de partij is, kun je daarom bijna niet beantwoorden. Want eigenlijk is er geen ziel. Ja, het land draaiende houden. Pragmatisch is nog vriendelijk uitgedrukt, ik zou het eerder opportunistisch noemen.’

XII.

Loes Aaldering: ‘Dat Rutte een zeer opgewekte man is, speelt absoluut een rol. Iemand die altijd lacht en van wie je denkt: daarmee zou ik weleens een biertje willen drinken, dat helpt natuurlijk wel. Er zit ook een sympathiefactor in. Als je met vrolijkheid kunt laten zien dat je het allemaal aankunt, triggert dat iets van competentie: maak je maar geen zorgen, ik fiks het wel.’

Peter Achterberg: ‘Rutte is natuurlijk een heel gezellige kerel.’

Peter Kanne: ‘Ik kende hem amper, maar ik zat een keer bij Op1 en Rutte was er ook. Hij kwam met uitgestoken hand op me af. ‘Ha die Peter!’, riep-ie. Ik had even daarvoor een stuk geschreven waarin stond dat de VVD de enige echte volkspartij was. Dat vond hij schitterend. ‘Wiegel wilde dat al, maar nu is het dan eindelijk gelukt.’ Hij pakt je volledig in, het is een charmante man.’

XIII.

Peter Achterberg: ‘Er is, ergens in de jaren zeventig, een keer een onderzoek gedaan met twee politici, ik meen dat het Van Thijn en Wiegel waren. Die lieten ze allebei, voor hun eigen achterban, een toespraak van de ander voorlezen. De mensen reageerden instemmend, ze hadden niet in de gaten dat hun leider opeens de filosofie van de tegenstander stond uit te dragen.’

Hans Wiegel: ‘Jaaa, dat klopt! Met Van Thijn was dat. Ik sloeg opeens rabiaat linkse taal uit, maar mijn toehoorders vonden het prachtig en knikten instemmend omdat het uit mijn mond kwam. Van Thijn stond het VVD-programma voor te lezen: groot applaus van de PvdA-aanhang! Kijk, dat noem ik vertrouwen.’

Meer over