Het gaat uitstekend

Wat hun bruto salaris betreft, komen Nederlandse managers inmiddels niets meer tekort op buitenlandse collega's. Zelfs netto valt het mee: hoge premies en belastingen worden gedeeltelijk teniet gedaan door riante onkosten- en optieregelingen....

FNV-TOPMAN Johan Stekelenburg verdient jaarlijks amper een ton. Daarmee steekt het salaris van de FNV-bestuurder schril af tegen wat in het bedrijfsleven wordt verdiend. Wel heeft de FNVtopman tegenwoordig de beschikking over een eigen chauffeur, maar die bestuurt Stekelenburgs eigen lease-auto.

Nu is Stekelenburg niet de best betaalde FNV'er. De bonden zijn aanzienlijk guller dan de centrale. Daar komen salarissen van anderhalve ton voor topbestuurders wel voor, zowel bij de FNV als het CNV. De bonden willen bij uitzondering nog wel eens diep in de buidel tasten om in de concurrentiestrijd met het bedrijfsleven 'kwaliteit' binnen te halen.

Stekelenburgs grote tegenhanger, VNO-bestuurder Alexander Rinnooy Kan, heeft het financieel gezien aanzienlijk beter voor elkaar. Hoewel de werkgeversorganisatie officieel geen mededeling doet over het salaris van de bestuursvoorzitter - 'dit hoort tot de privégegevens van de heer Rinnooy Kan' - krijgt de VNO-topman naar verluidt minstens drie keer zoveel. Daarnaast heeft Rinnooy Kan niet alleen een eigen chauffeur, maar ook een dienstauto, een Citroën XM, wat fiscaal gezien veel aantrekkelijker is dan een privé lease-wagen.

Rinnooy Kan moet als belangrijkste werkgeversvertegenwoordiger ook een beetje kunnen wedijveren met de salarissen die in het grote bedrijfsleven aan bestuurders worden betaald. Die stijgen ieder jaar nog. In 31 ondernemingen werd vorig jaar meer dan één miljoen gulden per persoon aan salariskosten uitbetaald. In 1992 was dat bij 29 bedrijven het geval; in 1988 slechts bij 12 bedrijven. De bestuurders van het chemieconcern DSM kregen tien jaar geleden slechts 240 duizend gulden de man. Nu bedraagt hun bezoldiging ruim 1,1 miljoen gulden. De socioloog Nico Wilterdink ging vorig jaar in zijn inaugurele rede als hoogleraar zelfs zo ver om op grond van deze cijfers te concluderen, dat in Nederland duidelijk sprake is van denivellering.

In 1984 werden Nederlandse vennootschappen door de invoering van de Aanpassingswet Vierde EG-richtlijn verplicht de bezoldiging van het voltallige bestuur in het openbare jaarverslag te vermelden. De bedrijven namen hiervan knarsentandend kennis, want in Nederland loopt niemand graag met zijn persoonlijke inkomsten te koop.

Niettemin moesten de bedrijven overstag. In het jaarverslag kwam in het vervolg een post bezoldiging 'bestuurders en oud-bestuurders'. Liefst een beetje verscholen in de cijferbrij onder de vermelding 'het in artikel 383, lid 1, boek 2 BW bedoelde bedrag was . . . '. Later werd in de wet een uitzonderingsbepaling opgenomen voor bedrijven die maar één bestuurder hebben. Zij hoeven om pricacy-redenen niet te melden. Sommige bedrijven, zoals de Gasunie, hebben daar handig gebruik van gemaakt door het aantal statutaire bestuurders terug te brengen tot één. De Tilburgse Waterleiding en KNSF hebben ook één bestuurder, maar schamen zich niet om het bedrag te vermelden. Mogelijk omdat ze onder aan de ranglijst bungelen.

In het bijgevoegde overzicht is de totale bezoldigingspost gedeeld door het vóór in het jaarverslag vermelde aantal bestuurders. Hierdoor wordt een beeld verkregen van de salariskosten per bestuurder.

Dat is wat anders dan wat de bestuurder daadwerkelijk op zijn bankrekening krijgt bijgeschreven. De bezoldigingspost die in het jaarverslag wordt vermeld, is in vele gevallen ernstig vervuild. Zo zijn in deze post ook de eenmalige pensioenverplichtingen voor nieuwe en vertrekkende bestuurders opgenomen, de bijna beruchte back-service. Bestuurders krijgen deze bedragen niet contant in het handje.

De pensioenvoorzieningen voor bestuurders zitten vaak gecompliceerd in elkaar. In vele gevallen is hun salaris te hoog, zodat ze niet in het bedrijfstakpensioenfonds kunnen worden opgenomen. Die kennen veelal een pensioenplafond. Daarvoor in de plaats worden speciale pensioen-bv's opgericht of individuele regelingen getroffen met verzekeraars, zodat ook na vertrek het inkomen op een riant niveau blijft.

Als een divisiedirecteur die twee ton verdient, na promotie plotseling als bestuurder zes ton gaat verdienen, dan krijgt hij pensioenrechten over een veel grotere pensioengrondslag. 'Zeker als een eindloonregeling is getroffen waarbij bijvoorbeeld gegarandeerd is dat na pensionering 70 procent van het laatstgenoten salaris wordt uitbetaald', zegt directeur Ted Thöne van Hay Management Consultants.

ZIJN bureau, dat ondernemingen adviseert over honorering, ziet echter een toenemende tendens tot individualisering en flexibilisering van pensioenen van bestuurders. 'Het bedrijf stelt, al dan niet premievrij, een bedrag beschikbaar, en de directeur mag zelf zeggen hoe hij zijn pensioenregeling in elkaar wil zetten.'

Toch is de back-service een looncomponent, zij het dat het om uitgesteld loon gaat. Bij spectaculaire stijgingen van de bezoldigingspost wijzen bedrijven bijna altijd op de extra stortingen voor pensioenvoorzieningen. Zo verdienden de bestuurders van De Nederlandsche Bank vorig jaar volgens het jaarverslag 880 duizend gulden per persoon. Dit was 25 procent meer dan in 1992.

De Groningse professor Jan Pen stelde in deze krant dat 'de loonspiraal zal doorgaan zolang de president van De Nederlandsche Bank zijn eigen salaris met meer dan een kwart kan verhogen'. Pen zag echter over het hoofd dat de verhoging uitsluitend was veroorzaakt door extra pensioenstortingen en dat de werkelijke stijging binnen de loonruimte was gebleven. Pen bood daarop 'Duisenberg speciaal' zijn excuses aan.

Ook de verdubbeling van de bezoldigingspost bij bierbrouwer Heineken is een gevolg van de backservice, zo stelde bestuurder Karel Vuursteen bij de presentatie van het jaarverslag. Het verpakkingsbedrijf Van Leer meldt in het jaarverslag zelf al dat de oorzaak van de stijging van de bezoldigingspost van 2,8 tot 4,9 miljoen gulden bestaat uit extra pensioenvoorzieningen. Zo voorkomen deze bedrijven dat er misverstanden ontstaan.

Een andere vervuilende post vormen de gouden handdrukken. Het Nederlandse bedrijfsleven gaat tegenwoordig minder zachtzinnig om met falende bestuurders. Regelmatig wordt er eentje de deur gewezen. In ruil voor een gouden handdruk belooft de vertrekkende bestuurder daarop de vuile was niet buiten te hangen. Slechts een enkel bedrijf is bereid de pensioenkosten of gouden handdrukken apart uit te splitsen. Zo verdubbelde de bezoldiging van de Multihouse-bestuurders door de gouden handdruk aan de vertrekkende bestuursvoorzitter H. Jaeken.

Het Schiedamse handelshuis Kühne + Heitz vermeldt dat de acht ton aan bestuurdersbezoldiging is uitgekeerd aan de management-bv's van A. Hollander en H. Mulder. Het jaarverslag is ook ondertekend door de bv's.

Als de salariskosten bij vennootschappen als een jojo op en neer gaan, betekent dat veelal dat in de afgelopen vijf jaar binnen de raad van bestuur de stabiliteit meer dan eens zoek was. Het meest stabiele bedrijf is al jaren Tulip Computers. Grootaandeelhouders-bestuurders F. Hetzenhauer en R. Romein vangen samen telkens 1,8 miljoen gulden bezoldiging.

Ondanks de pieken en dalen resteert per saldo ieder jaar een forse stijging. In 1993 gingen bij 109 vennootschappen de bezoldigingskosten per bestuurder omhoog. Bij 56 bedrijven daalde de post; in zes gevallen bleven de beloningskosten gelijk.

Een extra probleem voor de berekening is dat niet bij alle vennootschappen exact duidelijk is hoeveel bestuurders - en mogelijk ook oudbestuurders - betaald worden uit het bedrag dat onder deze post wordt genoemd. In sommige bedrijven vallen naast de statutaire directeuren ook de divisiedirecteuren onder de bezoldigingspost bestuurders.

Bedrijven zijn niet helemaal onschuldig aan deze onduidelijkheid. Niemand verbiedt het bedrijf bij de wettelijk verplichte melding ook het aantal bestuurders te noemen. Ieder jaar schenkt het automatiseringsbedrijf BSO klare wijn. BSO meldt dat het bedrag van 2,2 miljoen aan bezoldigingskosten geldt voor zes bestuurders, terwijl in 1992 1,8 miljoen aan vier bestuurders werd uitgekeerd.

De Nederlandse Spoorwegen heeft volgens het jaarverslag drie bestuurders. Maar de totale bezoldiging van 3,1 miljoen gulden in 1993 moest nog met zes man worden gedeeld. Die kregen ieder dus ruim vijf ton.

Bij de ANWB staan vier bestuurders in het jaarverslag vermeld, die samen bijna 1,7 miljoen aan bezoldiging ontvangen. Maar een woordvoerder van de ANWB benadrukt dat in het bedrag ook de vergoedingen voor de raad van toezicht en twee oud-bestuurders zijn opgenomen.

Coöperaties (Rabobank, Suiker Unie, Campina Melkunie, Cebeco) vegen de bezoldiging van de zogenoemde hoofddirectie en die van de part-time bestuurders eveneens op één hoop, waardoor het moeilijker wordt inzicht te krijgen in het werkelijk verdiende loon van de hoofddirecteuren. Omdat de coöperatiebestuurders veelal slechts een kleine vergoeding krijgen, is in onderstaande lijst het totale bezoldigingsbedrag gedeeld door het aantal statutaire directeuren. Hierdoor is hun inkomen iets geflatteerd.

Opvallend is dat de Rabobank de bezoldigingspost in het openbaar verspreide jaarverslag achterwege heeft gelaten, maar wel in het bij de Kamer van Koophandel gedeponeerde jaarverslag heeft vermeld.

hun inkomen iets geflatteerd.

DE zuivelcoöperatie Coberco heeft dit jaar de beloningen van de hoofddirectieleden maar helemaal niet in de bezoldigingspost opgenomen en volstaat met uitsluitend de vermelding van de vergoedingen van de veehouders-bestuurders. Een woordvoerder van Coberco denkt niet dat hiermee de wet wordt overtreden. Vorig jaar werd het salaris van de hoofddirectie onder leiding van voorzitter J. Plageman nog wel in het bedrag opgenomen.

Duidelijk is echter dat Nederlandse bestuurders geen reden tot klagen hebben. Een salaris van één miljoen per jaar is geen uitzondering. Hay Management Consultants concludeert uit eigen onderzoek dat de Nederlandse topmanager in contanten per jaar gemiddeld 600 duizend gulden bruto mee naar huis neemt. 'Maar de echte grote multinationals zijn in dit onderzoek niet opgenomen', zegt Thöne.

Nederland loopt hiermee internationaal niet langer uit de pas. Ook in de VS en Groot-Brittannië bedraagt het gemiddelde jaarinkomen van topmanagers zo'n zes ton. Alleen de Duitsers zitten hoger. Probleem is volgens Thöne dat de Nederlandse topmanager netto aanzienlijk minder overhoudt dan zijn buitenlandse collega. 'Na belastingen en sociale premies resteert op een bedrag van zes ton 270 duizend gulden netto.'

Maar het leed wordt verzacht door de royale onkostenvergoedingen die veel Nederlandse managers krijgen. Daarnaast kennen steeds meer bedrijven optieregelingen, waardoor topmanagers kunnen profiteren van de eventuele stijging van de aandelenkoersen. Beursfondsen proberen op deze wijze managers te stimuleren de winstgevendheid van hun bedrijf te verbeteren.

THÖNE schat dat al meer dan de helft van de Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen optieregelingen kent of bezig is er een te ontwikkelen. 'Je ziet een algemene ontwikkeling dat bedrijven die goed draaien, hun managers ook fors beter belonen. Vaak 25 procent of meer. Bedrijven die echter veel aan kostenbeheersing moeten doen, laten ook de top een pas op de plaats maken.'

Opties zijn ook fiscaal gezien een aantrekkelijke beloningsvorm. 'Als een optie wordt verleend op een onderliggende waarde van duizend gulden, dan hoeft bij een goede fiscale constructie slechts 7,5 procent, 75 gulden, als belastbaar inkomen te worden opgegeven. Stel dat de optie rendeert, dan is de rest belastingvrije koerswinst.'

De optieregelingen zijn overgewaaid uit de VS en Groot-Brittannië, waar zij in enkele gevallen tot krankzinnig hoge inkomens leidden. Bekend is bijvoorbeeld dat Disney-topman Michael Eisner, naast een normaal jaarsalaris van 1,4 miljoen, vorig jaar 390 miljoen gulden extra verdiende door zijn opties te verzilveren. De vijftig KPN-functionarissen die bij de beursgang van het bedrijf voor 7,5 miljoen gulden aan opties kregen, kunnen daarvan slechts dromen. Thöne: 'Bij de Nederlandse optieregelingen gaat het niet om enorme bedragen als in de VS'.

In de VS stappen de bedrijven op dit moment weer van de optieregelingen af. Zij belonen hun managers liever met aandelen. Thöne: 'Het voordeel is dat managers ook bij een dalende lijn de gevolgen direct in hun eigen portemonnee ondervinden.

Optieregelingen verlopen op een gegeven moment.' Misschien zullen ook Nederlandse managers in de toekomst vaker aandelen krijgen. 'De wind waait altijd uit het Westen.'

Met een gemiddeld inkomen van zes ton - en daarnaast nog de onkostenvergoedingen en optieregelingen - behoren de Nederlandse bestuurders ongetwijfeld tot de categorie van grootverdieners. Zij bevinden zich in het goede gezelschap van topvoetballers, topartiesten en medische specialisten.

Maar in de vrije sector zal in vele gevallen nog aanzienlijk meer verdiend worden. Enig inzicht in deze inkomens bestaat er in Nederland niet. Wel staat vast dat de ranglijst hiermee volledig overhoop zou worden gehaald.

Politici zullen evenals vakbondsbestuurders niet tot de top doordringen. Een kamerlid verdient in Nederland 124 duizend gulden per jaar, waarmee hij of zij op deze ranglijst alleen de enig bestuurder van de Koninklijke Nederlandse Springstoffen Fabriek zou voorblijven.

Zelfs wethouders van grote steden (168 duizend gulden) en gedeputeerden (bijna 140 duizend gulden) halen hun neus op voor dat bedrag.

Ministers gooien met een jaarsalaris van 220 duizend gulden ook geen hoge ogen. Ze kamperen met hun inkomen ergens in de buurt van de bestuurders van NOG Verzekeringen en de Bank voor de Bouwnijverheid.

Meer over