ANALYSEcoronadebat

Het gaat hard tegen hard en de ‘chef corona’ merkt het als eerste

Niet eerder raakte het coronadebat zo verhit als deze week. Minister De Jonge ondervond het aan den lijve, de rest van de coalitie was daarna aan de beurt. ‘Dit was een lelijke stap.’

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport woensdag tijdens het coronadebat in de Tweede Kamer, na een bijdrage van PVV-leider Wilders.Beeld Remko de Waal / ANP

‘Hij daar.’

De priemende vinger van Geert Wilders wees niet naar opponent Mark Rutte, maar naar de man die vlak achter de premier zat, de voornaamste minister in de strijd tegen het coronavirus: Hugo de Jonge. Híj was het, zei PVV-leider Wilders, die zijn gezicht had willen redden met een verplichte thuisquarantaine.

De nieuwe CDA-voorman, ging Wilders verder, kon het ‘voor zijn image, voor zijn achterban, voor zijn uitstraling’ blijkbaar niet hebben dat hij eind vorige week struikelde. De GGD’s in Amsterdam en Rotterdam meldden toen dat ze het bron- en contactonderzoek niet langer konden bolwerkten, minder dan 24 uur nadat De Jonge had gezegd dat de diensten enorm aan het opschalen waren.

‘Plat op zijn neus’ was hij gegaan, sneerde Wilders. En dus nam De Jonge de vlucht naar voren door ineens een quarantaineplicht aan te kondigen. Wat zag de man trouwens bleek, voegde Wilders fijntjes toe. ‘Ik zei net tegen een collega: hij ziet lijkwit, die minister van Volksgezondheid. Hij ziet er gestrest uit.’

Bestuursstijl

Het was een frontale aanval, eentje waarin Wilders niet werd gevolgd door de rest van de oppositie. Toch betekende de soms zeer persoonlijke toon in het debat over het coronavirus van woensdag, het eerste sinds het zomerreces, een breuk met de voorbije confrontaties in de Tweede Kamer.

In eerdere debatten was de oppositie vooral fel op de inhoud: waarom zijn er niet genoeg tests, waar blijven de beschermingsmiddelen, hoe kon het zo misgaan in de verpleeghuizen? Woensdag was er ook stevige kritiek op de bestuursstijl van De Jonge, de ‘chef corona’ die sinds zijn verkiezing als partijleider van het CDA ook een belangrijke politieke tegenstander is geworden in de aanloop naar de Kamerverkiezingen in maart.

Vóór de coronacrisis was De Jonge al meer van de actieplannen dan van de lange wetgevingstrajecten. Alleen al door de ambitie van een lagere regeldruk en beter gehandicaptenvervoer uit te spreken, leek hij de logge zorgsector tot verandering te willen bewegen.

Ergernis

Zulk praktisch leiderschap straalt daadkracht uit. Maar actieplannen kunnen ook in je gezicht ontploffen als het hele land uitziet naar het resultaat – dat vervolgens uitblijft. Dat gebeurde woensdag met de verplichte thuisquarantaine voor besmette personen en hun nauwe contacten.

Het idee van een quarantaineplicht was dinsdag wel kort besproken met de 25 veiligheidsregio’s, maar niet met D66 en de ChristenUnie, de twee coalitiepartijen zonder direct bij de zorg en handhaving betrokken ministers. Toen D66-fractievoorzitter Rob Jetten zich een dag later in scherpe bewoordingen tegen de plicht keerde, en ook de meeste andere partijen er niets voor bleken te voelen, zwakte De Jonge zijn plan schielijk af: de plicht gaat nu alleen gelden voor de besmette personen zelf.

Niet voor het eerst moest de CDA’er zo op zijn schreden terugkeren. Vorige week was er het voorval met de GGD’s, die niet konden leveren wat De Jonge een dag eerder had beloofd. Vóór het zomerreces probeerde hij gehaast en zonder succes een overkoepelende coronawet door beide Kamers te loodsen. En ook de ontwikkeling van een corona-app, die moet helpen bij het bron- en contactonderzoek, neemt veel meer tijd in beslag dan De Jonge voorzag.

De ergernis in de Kamer neemt hand over hand toe, bleek in het debat. ‘Stop daarmee’, maande GroenLinks-leider Jesse Klaver de minister. ‘Ik hoef niet gerustgesteld te worden, de avond voor het debat, met een plan dat halfbakken is. (...) Werk het verdorie eerst uit, voordat je ermee naar buiten gaat.’

De Jonges tweede pet, die van CDA-leider, maakt hem extra kwetsbaar voor zulke kritiek. Andere partijen zien niet alleen de coronaminister staan, maar ook de man die in maart het CDA de grootste wil maken.

‘Een lelijke stap’

Dat het politieke spel harder wordt gespeeld, werd eveneens zichtbaar in het venijnige staartje van het debat. Om te voorkomen dat alle 150 Kamerleden tijdens stemmingen altijd op het Binnenhof moeten zijn, spraken de partijen af dat hoofdelijke stemmingen in de coronacrisis vooraf moeten worden aangekondigd. Als iemand tijdens het stemmen een hoofdelijke stemming eist, wordt een ander moment gezocht.

Toch stond Wilders erop dat onmiddellijk hoofdelijk zou worden gestemd over een politiek gevoelige motie, die opriep tot het verhogen van de salarissen in de zorg. Daarmee stelde hij de coalitie voor een dilemma. ’s Ochtends waren maar 41 van de 75 Kamerleden van de coalitiepartijen naar Den Haag gekomen. Een hoofdelijke stemming gingen zij sowieso verliezen – de oppositie was met meer.

Wat volgde was een ‘lelijke stap’, zoals Jetten het de volgende dag op Facebook zou noemen. Kamerleden van de coalitie besloten de stemming te frustreren door en masse het gebouw te verlaten. En zo waren er te weinig leden aanwezig voor een geldige stemming. De partijen legden niet uit waarom ze dat deden, maar slopen stilletjes de Kamer uit.

Het kwam ze op ziedende reacties vanuit de oppositie te staan. ‘Ondemocratisch, lafhartig en pure parlementaire sabotage!’, schreef Wilders. ‘Ongekend, ondemocratisch, ongehoord’, vond PvdA-leider Lodewijk Asscher. Zorgverleners ‘verdienen geen politici die voor hen weglopen’, zei Klaver. ‘Wat een schande’, brieste SP-leider Lilian Marijnissen. Ze ontstaken een golf van verontwaardiging op de sociale media. 

Die ontging ook de coalitie niet. Donderdag toonde die haar wroeging, over de stunt en bovenal over het gebrek aan uitleg, maar veel hielp het niet. In de beeldvorming hadden VVD, CDA, D66 en ChristenUnie het allang afgelegd; de helden in de zorg krijgen van hen wel applaus, maar worden gebruuskeerd als ze een hogere beloning vragen. Alleen voor Hugo de Jonge was de ophef mogelijk een meevaller: over het debat zelf had niemand het meer.

Waarom de coalitie meer salaris voor de zorg tegenhoudt

Tientallen Kamerleden ontvluchtten woensdag een stemming over het verhogen van de salarissen in de zorg. Die stemming komt er heus wel, susten de coalitiepartijen hierna. En dan zullen ze (opnieuw) tegenstemmen. Waarom?

Meer over