Het Europa van de belastingparadijzen

De EU-leden zijn er niet in geslaagd een einde te maken aan 'schadelijke belastingconcurrentie'. Is de Europese belastingharmonisatie gewoon dood?...

Toine Berbers en Geert-Jan Bogaerts

'DROEVIG, droevig, droevig', is de diplomaat. Twee jaar lang heeft hij zich het vuur uit de sloffen gerend om het Europese belastingdossier te redden - en zie wat ervan komt: een enorme heibel, een Brits isolement zoals de eilanders dat sinds de jaren-Thatcher niet meer hebben gekend, en een volslagen impasse.

Twee jaar geleden besloten de Europese ministers van Financiën in een optimistische bui in te gaan op een ideetje van Mario Monti, eind 1997 nog de Europees Commissaris die de fiscus onder zijn hoede had. Al jaren werd in Europees verband gesteggeld over de zogeheten harmonisering van de nationale belastingsystemen.

Het was absoluut niet de bedoeling van dat geruzie om een eensluidend tarief in te voeren, maar de Europese lidstaten waren wel van plan een einde te maken aan wat zij 'schadelijke belastingconcurrentie' noemden. De praktijk was immers geworden dat lidstaten niet de fiscale maatregelen konden nemen die zij idealiter nodig achtten, omdat een te strenge aanpak van de belastingbetaler uiteindelijk maar één effect zou sorteren: dat van de massale belastingvlucht.

Duitsland had er ervaring mee, begin jaren negentig: de introductie van de bronheffing op spaartegoeden leidde tot de grootscheepse vlucht van Duitse spaarders naar Luxemburgse banken. En het aantal lidstaten dat klaagt over de Nederlandse coulance in de fiscale behandeling van het bedrijfsleven - en dus de ene na de andere onderneming haar domicilie ziet kiezen in het Nederlandse - , is niet op de vingers van één hand te tellen.

Tot eind 1997 waren de lidstaten gewoon om elk onderdeel van de harmonisatie apart te behandelen. Daar moest een einde aan komen, meende Monti, want niemand was bereid een concessie te doen op het ene onderdeel als hij niet zeker wist op een ander terrein iets terug te krijgen. Monti ontwierp zodoende de pakketbenadering: de bronbelasting en de fiscale behandeling van het bedrijfsleven werden in één pot gedaan, er werd nog een ander element bij gestopt (de heffingen op interesten en royalties die een onderneming van de ene lidstaat naar de andere wil overbrengen), in de hoop dat op het pruttelend vuurtje een prachtige brouwsel zou gaar stomen.

Het heeft niet zo mogen zijn. Een hoofdrol in het weinig verheffende schouwspel was weggelegd voor staatssecretaris Willem Vermeend, het PvdA-belastingbrein. Zijn tegenspeelster heette Dawn Primarolo, alias 'Red Dawn' (rode dageraad), Vermeends Britse collega die een werkgroep voorzat over schadelijke belastingconcurrentie. Haar uiterlijk en optreden deden sommige leden van de werkgroep denken aan Jamie Lee Curtis in de film A Fish Called Wanda.

Primarolo kwam al vrij snel tot de conclusie dat een groot deel van de schadelijke belastingconcurrentie haar oorsprong vindt in Nederland. Vermeend en zijn voorgangers hebben een gunstig vestigingsklimaat geschapen voor het internationale bedrijfsleven, dat bij de buurlanden afgunst wekt.

Zo heeft Vermeend met fiscaal toverwerk de Nederlandse koopvaardijvlag teruggebracht op de wereldzeeën. Buitenlandse bedrijven die zich binnen de landsgrenzen willen vestigen, kunnen in overleg speciale regelingen bedingen, zoals uitstel van belastingbetaling of de afspraak dat het tarief een aantal jaren niet omhoog gaat.

Vooral over deze 'rulings' beklaagden de EU-landen zich bij Primarolo. Nederland scoorde zo hoog op Europese kliklijst, dat Vermeend in de tegenaanval ging en zelf in alle lidstaten een omvangrijk onderzoek liet verrichten. Accountants van PricewaterhouseCoopers en Baker & McKenzie legden dit jaar in de veertien andere Europese hoofdsteden een kleine honderd concurrentievervalsende maatregelen bloot, in Frankrijk alleen al 58.

Conclusie: andere landen hebben ook allerlei bijzondere regelingen, het Nederlandse stelsel is alleen veel doorzichtiger en daarom springen de Nederlandse regelingen meer in het oog. Bij eerlijke harmonisatie valt er niet zo veel te vrezen. 'Ik heb er geen enkel bezwaar tegen', zei Zalm maandag nog, 'dat Nederland schadelijk geachte maatregelen moet afschaffen, als andere landen dan ten minste op dezelfde manier worden behandeld. Maar ik zal niet pikken dat er twee Nederlandse rulings op de lijst staan, terwijl twee bijna identieke Britse regels er niet op verschijnen.'

Het tegenoffensief van Vermeend had uiteindelijk een averechts effect. Woedend waren vooral de Fransen, die de Nederlanders achter de schermen betichtten van vals spel en tijdrekken. De kliklijst van Vermeend was slechts een middel om de aandacht van de werkelijke boosdoener af te leiden, zo heette het in Parijs.

Met het andere grote dossier, de bronbelasting, ging het al niet veel beter. Op dit terrein had Nederland al een forse concessie gedaan, want eigenlijk voelde Zalm helemaal niks voor een bronbelasting. Hij zag meer in het instrument van de zogeheten renseignering, het huidige Nederlandse systeem waarbij banken aan de belastingdienst de uitgekeerde rente opgeven.

Zalm was echter akkoord gegaan met het principe, wetende dat vooral Luxemburg het bankgeheim heilig achtte. Onder geen voorwaarde waren de Luxemburgers bereid gegevens over hun bankcliënten doorgeven aan welke belastingdienst dan ook. 'Dit is fundamenteel, een filosofische kwestie die raakt aan de bescherming van de privacy van onze burgers', zegt Lucien Thiel, general manager van de Luxemburgse bankenvereniging.

Er was nog geen overeenstemming over de hoogte van de bronheffing, maar die kwestie was sowieso van secundair belang zolang de Britten niet akkoord wilden gaan met de plannen. In de Londense City was een enorme ophef ontstaan over de bronbelasting. In de City gaat elk jaar 3000 miljard dollar om aan zogeheten eurobonds, een bepaald soort obligaties. En een belangrijk deel van die markt zou verdwijnen, zo hielden de banken de Britse minister van Financiën Gordon Brown voor, als hij zou instemmen met de Europese plannen.

De Britse tabloids schreeuwden moord en brand over de Brusselse inmenging en presenteerden de strijd als een gevecht voor het behoud van de Britse soevereiniteit. 'Onze Europese partners zitten vanochtend te huilen boven hun croissants', meldde The Sun dinsdagochtend, een dag na het Brusselse debacle van afgelopen week.

De Britse weigering om concessies te doen was de genadeslag voor het hele plan. Het was daarom dat kanselier Schröder en president Chirac de pressie op de Britten deze week opvoerden. Volgens Schröder 'is er geen enkele manier waarop we geen overeenkomst kunnen bereiken in Helsinki'. De komende week hebben de Europese regeringsleiders hun halfjaarlijkse onderonsje in de Finse hoofdstad.

Schröder voegde eraan toe dat 'als veertien lidstaten het eens zijn geworden over een redelijk principe, de vijftiende zich moet afvragen of hij zich niet isoleert'. Maar de Duitse uitval maakte weinig indruk. 'Niemand is in staat geweest om goed uit te leggen waarom een Duits probleem - inwoners die spaargeld naar Luxemburg brengen - moet betekenen dat wij een belangrijk deel van de City-inkomsten moeten opgeven', liet Tony Blair weten.

Dat kan dus nog gezellig worden in Helsinki. Maar de kans is klein dat de regeringsleiders de onderhandelingen nieuw leven kunnen inblazen. We kunnen de zaak het beste even laten betijen, adviseert Zalm. 'Dat heeft alleen maar zin als we denken dat we er over een half jaar wel uit kunnen komen', reageren diplomaten.

Dat de lidstaten het hierbij laten zitten, is evenmin waarschijnlijk. Ze hebben te veel energie gestoken in het project om het nu uit handen te laten vallen. 'Dit lijk is te groot om ongezien te begraven', vertelde een Europese diplomaat The Economist. Niemand heeft echter een idee wat er precies moet gebeuren.

In Den Haag lijkt niemand écht rouwig om het mislukken. Het stuklopen van de belastingharmonisatie betekent immers ook dat Nederland voorlopig niet hoeft te vrezen voor zijn fiscale lokkertjes voor ondernemingen. 'De Europese belastingharmonisatie heeft niet onze prioriteit', constateerde een hoge ambtenaar van het ministerie van Economische Zaken al eens.

Vermeend heeft met pretoogjes laten doorschemeren dat uitstel van harmonisatie zijn voordeelkanten heeft. Maar tegelijkertijd heeft hij in de Tweede Kamer gewaarschuwd voor een 'race naar de bodem van de Europese schatkist'. Steeds meer lidstaten komen met lokkertjes voor het bedrijfsleven, waardoor de belastinginkomsten in Europa verder teruglopen. Zo brengt Ierland zijn vennootschapsbelasting naar 12 procent. Nu Duitsland heeft aangekondigd zijn tarief op 25 procent te zullen vaststellen, is de staatssecretaris bang dat Nederland niet kan achterblijven en zijn tarief van 35 procent moet aanpassen. Dat noemt Vermeend een 'heilloze weg', waar Brusselse interventie een reddende rol kan spelen.

Uit onverwachte hoek doemt bovendien een ander gevaar op. Monti en zijn toenmalige kompaan Van Miert (voormalig eurocommissaris voor mededinging) waren immers ook begonnen aan een onderzoek naar de mate waarin de belastingvoordeeltjes voor bedrijven kunnen worden beschouwd als onrechtmatige staatssteun. Nu zit Monti op de stoel van Van Miert, en Frits Bolkestein op die van Monti.

Zo zien we binnenkort wellicht de VVD'ers Bolkestein en Zalm tegen elkaar in het strijdperk treden. Dat kan nog leuk worden.

Meer over