Het eiland maakte de dwerg

Flores was een soort Lost World. Zowel Homo erectus als zijn voornaamste prooi, een primitieve olifant, evolueerde in het eilandisolement tot dwerg....

Door Ben van Raaij

Het afgelegen Indonesische eiland Flores had achttienduizend jaar geleden veel weg van een Jurassic Park-achtige Lost World. De nieuw ontdekte dwergmens Homo floresiensis leefde er, blijkens de opzienbarende vondsten die vorige week in Nature werden gepubliceerd, temidden van komodovaranen, reuzenratten en een primitieve mini-olifant, de stegodon, mogelijk zijn belangrijkste prooidier.

De vondsten roepen vele vragen op. Stamt de 'hobbit', zoals zijn ontdekkers claimen, van Homo erectus af? Zo ja, hoe kwam die op Flores terecht? En hoe werd hij zo klein? De antwoorden hangen volgens dr. Gert van den Bergh, mede-auteur van de Nature-artikelen, samen met de stegodon-fossielen die in de Liang Bua-grot bij de dwergmens en zijn werktuigen zijn gevonden.

De band tussen stegodons en vroege mensachtigen is een Nederlandse ontdekking. De missionaris pater Theodoor Verhoeven vond in 1957 in Liang Bua fossielen van de oerolifant en werktuigen die hij vermetel toeschreef aan H. erectus. Zijn vondst werd pas in 1973 in een obscuur tijdschrift gepubliceerd. Niemand zag er destijds wat in, bij gebrek aan een exacte datering.

Behalve de Utrechtse paleontoloog dr. Paul Sondaar, die in 1980 zelf ging kijken, een anderhalve meter grote dwergolifant vond en in 1990 samen met paleoantropoloog dr. John de Vos van Naturalis een promotie-onderzoek lanceerde naar de pleistocene landzoogdieren op Flores. De promovendus was Van den Bergh, en wat hij vond, bewees Verhoevens gelijk: stegodonfossielen stenen werktuigen ouder dan 600 duizend jaar, en dus mogelijk van H. erectus, die ruim miljoen jaar geleden op naburig Java leefde.

Ook het Indonesisch-Australische team dat H. floresiensis ontdekte, vond stegodons: een kleine van 900 duizend jaar oud en een groter exemplaar van ruim 840 duizend jaar oud, opnieuw samen met stenen werktuigen. Het enige dat nog ontbreekt, is een fossiel van H. erectus zelf, zegt Van den Bergh, sinds 2000 als zoogdierpaleontoloog weer betrokken bij het Flores-project.

Ook Van den Bergh gelooft dat de nieuwe dwergmens afstamt van die vroege H. erectus. Maar hoe kwam die dan 800 duizend jaar geleden op Flores terecht? Flores was altijd een eiland. De diepe zeestraten tussen Java en Bali en Sumbawa en Flores (zo'n 25 kilometer breed) zijn ook in de ijstijden nooit drooggevallen. Flores bezat, zoals alle eilanden, een beperkte oorspronkelijke fauna. Alle moderne grotere zoogdieren, zoals wilde varkens, zijn door de Neolithische Homo sapiens ingevoerd.

Toch heeft ook de stegodon ooit het eiland weten te bereiken. Van den Bergh: 'Dat valt te verklaren doordat ze aan twee voorwaarden voldeden: het waren kuddedieren, waardoor ze nieuwe populaties konden vestigen, en zoals alle olifanten goede zwemmers.'

H. erectus moet, opperen de onderzoekers, de oversteek met vlotten hebben gemaakt. Een controversi gedachte, want de consensus is dat pas H. sapiens de daarvoor vereiste intelligentie bezat. Van den Bergh zelf sluit daarom de mogelijkheid van een toevallige natuurramp niet uit. 'Dit is een gebied met veel vulkanen, aardbevingen en tsunami's. Bij de uitbarsting van Krakatau in 1887 zijn drijvende eilanden van puimsteen met skeletten erop in Oost-Afrika beland. H. erectus kan met zo'n natuurlijk vlot zijn aangespoeld.'

Na hun komst naar Flores, blijkt uit de vondsten in onder meer Liang Bua, onderging zowel stegodon als H. erectus eenzelfde lot: ze evolueerden tot dwergen. Een bekend fenomeen, legt Van den Bergh uit. 'Geleerde eilanden zijn laboratoria van de evolutie, waar je bij grote nieuwkomers zoals olifanten vaak zulke endemic dwarfing kunt zien. Op Sicilin Malta had je een olifantje van meter hoog.'

Verdwerging kan snel gaan door de specifieke selectiedruk op eilanden. 'De voordelen van groot - meer actieradius en minder vijanden - verliezen op een eiland hun nut: er is minder voedsel en ruimte en er zijn geen grote carnivoren. Dan wordt groot zijn een nadeel: je hebt meer voedsel nodig en moet moeite doen niet oververhit te raken.'

De verrassing van Flores is dat dit alles ook opgaat voor de mens. Van den Bergh: 'H. floresiensis vormt het eerste bewijs dat de mens net als een olifant onder eilandcondities kan verdwergen.'

Ook Van den Bergh is nu in de ban van de hobbit. Zo hoopt hij voorvader H. erectus te vinden. Hij graaft daartoe in Mata Menge in lagen van 840 duizend jaar oud. Een jongere stegodonsite op Oost-Flores kan tussenvormen van H. floresiensis opleveren. De kans op meer fossiele hobbits is het grootst op afgelegen locaties, want hij moet na de komst van H. sapiens zijn teruggedrongen naar marginale milieus.

Misschien blijkt ooit dat de dwergmens tot in historische tijden heeft overleefd. 'Speculatie natuurlijk. Maar er zijn op Flores gedetailleerde volksverhalen over kleine, harige mensen die rauw vlees aten, voedsel stalen en in grotten woonden. Ik was er altijd sceptisch over. Maar ze bestaan ook in Sardiniwaar je eveneens resten van een primitieve mensensoort aantreft.'

Veelbelovende vooruitzichten? Niet in alle opzichten, sombert Van den Bergh. 'Ons eigen Flores-onderzoek is in 1994 gestaakt bij gebrek aan geld, en sindsdien is de Nederlandse paleontologie volkomen uitgekleed. Het was dus wel slikken toen de Australi en Indonesi hun grote vondsten deden.'

Van den Bergh doet momenteel bij het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel onderzoek naar diepzeesedimenten. 'Flores doe ik erbij. Dat wordt vanuit Australiefinancierd. In Nederland zijn de mogelijkheden inmiddels zeer beperkt.'

Meer over