Het ego van J.C.B. Braun

Na Komrij, Mulisch en Beatrix is de eer aan Christiaan Braun om als gastconservator op te treden in het Stedelijk Museum....

door Eric van den Berg

Altijd als hij buitenlandse vrienden iets van Nederland wilde laten zien, reed hij langs de Vecht. En elke keer stopte hij bij dat huis in Nieuwersluis - Over Holland heette het - stapte hij uit en zei hij: 'Als ik ooit nog eens ergens ga wonen, dan is het hier.'

En als Christiaan Braun dat zegt, kun je eigenlijk de verhuisdozen al gaan bestellen.

Hij kocht het monumentale, eeuwenoude huis plus landgoed dus, in 1980 - want dat zal je altijd zien: de Stichting Het Utrechts Landschap wilde het net slijten. Hij ging er wonen, en het voelde alsof hij terug was in de baarmoeder. Waarom wist hij niet, maar zo was het.

Onconventioneel, zegt de gevestigde orde. Eigenzinnig, zegt bijna iedereen. Een man die een plan heeft en het dan wil en zal uitvoeren, niets anders. Niet gewóón doen, maar gewoon dóen. En vooral: waarom al die vragen?

Kunstverzamelaar Christiaan Braun, nu 61, houdt niet van gedoe. Of van dogma's. Toen het Stedelijk Museum in Amsterdam hem onlangs vroeg als gastconservator - in de reeks Komrij, Mulisch, Beatrix - besloot hij de hulp in te roepen van elf collega-verzamelaars. Want, zo vindt Braun, de enige Europeaan in de Trustee Committee van het Museum of Modern Art (MoMA) in New York, waarom geen particulier geld gebruiken voor een expositie in een openbaar museum, zoals in de Verenigde Staten zo gewoon is? En bovendien wil hij niets doen wat anderen al hebben gedaan, heeft niet genoeg aan wat grasduinen in de kelder van het Stedelijk: dit wordt zíjn tentoonstelling, zíjn keuze.

Een kwart miljoen haalde hij op voor zijn tentoonstelling, zonder voorwaarden vooraf. Zijn mede-magnaten en -collectioneurs wisten nog niet dat Braun zou kiezen voor Eye Infection, een expositie met de confronterende, recalcitrante werken van vijf 'tot dusver genegeerde' Amerikaanse kunstenaars: Robert Crump, Mike Kelley, Jum Nutt, Peter Saul, en wijlen H.C. Westermann.

De directie van het Stedelijk zegt verrast te zijn door de zet van Braun, maar verheugd. Ze kenden hem natuurlijk al langer. Al enkele jaren vult Braun het prentenkabinet Overholland van het Stedelijk met een greep uit zijn collectie tekeningen. 'Hij heeft anders dan veel andere verzamelaars behoefte zijn collectie te laten zien', zo zei directeur Rudi Fuchs. 'Wij geven hem daarom één zaaltje, en wij krijgen daarvoor prachtige tentoonstellingen terug.'

Eind jaren tachtig hingen veel van die werken nog in een verbouwde villa twee deuren verderop aan het Museumplein, in Museum Overholland, vernoemd naar zijn huis aan de Vecht. U kríjgt van mij een particulier museum, had Braun tegen de burgemeester Ed van Thijn gezegd. Op een aantal voorwaarden: tussen de Van Baerlestraat en het Rijksmuseum moest een wandelgebied komen, en hij wilde geen kermisachtige evenementen voor zijn deur.

Akkoord, zei de gemeente, en Braun opende in 1987 de deuren. En sloot ze zomer 1990 weer, na vijftien tentoonstellingen en drie jaar van gesteggel en een hoop brievenschrijverij over wandelpaden, vrijmarkten en niet nagekomen beloften. Hij had in het Van Gogh-jaar ineens een 'Van Gogh Village' in zijn tuin, en dat was weer zo'n pret- en sponsorevenement dat hij nou net níet wilde. Klaar, over, uit. Van Thijn probeerde nog wat ('Christiaan Braun hoeft maar met zijn vingers te knippen, en ik kom opdraven'), maar het lijntje was al gebroken. En dan ís het ook gebroken. Dit ging niet meer over trage ambtenarij, of over te weinig enthousiasme, dit ging om het ego van Jan Christiaan Bonifacius Braun - take it or leave it.

'Hij dopt zijn eigen bonen', zou zijn zus Marianne twee jaar later zeggen. 'Hij schept er genoegen in zonder enige steun zijn eieren in de wereld te leggen. Hij wil grenzen verleggen, maar wenst zich daarbij op niemand anders te beroepen dan zichzelf.'

Christiaan Braun, afkomstig uit een groot katholiek gezin uit Hillegom, begon op zijn 23ste als corrector bij de zetterij van Trouw. Zag al snel meer toekomst in een baan als troubleshooter bij de Lettergieterij Amsterdam, onderdeel van het latere Bührmann-Tetterode. Merkte dat hij in 'een gouden kooi' zat en 'meer ruimte nodig had'. Stapte over naar de firma Berthold in Berlijn, die mede door zijn toedoen de 'Diatronic', de eerste 'fotozetmachine met toetsenbord' uitbracht. Dit zou hem zijn vermogen opleveren: Braun kreeg de alleenvertegenwoordiging van het nieuwe zetsysteem in de Benelux. Hij bracht die onder in zijn bedrijf Berthold Fototype, en verkocht dat voor miljoenen in 1986 aan een concurrent.

Hij stopte die in de Stichting Overholland, die 'een algemeen cultureel doel' voor ogen heeft. Want welk pad hem ook naar de einder zou voeren, kunst en cultuur nam hij al die tijd mee - zijn eerste prent kocht hij op zijn vijftiende, met geld, jawel, van een krantenwijk. Op zijn dertigste begon hij echt te verzamelen, op zijn 45ste had hij meer dan genoeg om een museum te openen: Daniëls, Dumas, Van Elk, Baselitz, Förg, Panamarenko, Lewitt. . .

Het NOS-journaal kwam niet opdagen bij de opening van Museum Overholland. Braun wilde toch niet in beeld, wilde nóóit in beeld. 'Het moet over de kunst gaan, en niet over mij', zegt hij altijd. Interviews gaf hij sporadisch, nu klaarblijkelijk al helemaal niet meer: het Stedelijk heeft hem moeten beloven dat het geen enkele medewerking zal verlenen aan iets dat ook maar riekt naar het persoonlijke.

'Een lone wolve', vindt Martijn Sanders, kunstverzamelaar en directeur van het Concertgebouw. 'Hij is niet iemand die in een kudde optreedt. Hij heeft een groot gevoel voor privacy.' Wat Rob van Koningsbruggen, van wie Braun vele tekeningen bezit, juist stoort, zo zei hij in 1990. 'Dat niet in de krant of voor de televisie willen, maakt deel uit van zijn sluwheid. Als je zegt dat je geen interview wil, dan komen ze juist.'

Het zal Braun worst zijn - vermoedelijk. Uit het zicht regelt hij en ont-regelt hij. En stampt hij met zijn voeten als het even niet lukt. 'Christiaan, jij bent geknipt om generaal te worden', zei de psychologe bij de keuring voor militaire dienst al. 'Het is echter jammer dat je in het Nederlandse leger als soldaat begint, want daar ben je absoluut ongeschikt voor.'

Meer over