Reconstructie

Het eerste verantwoorde bordeel, My Red Light, bleek nog te veel gevraagd

Het pand van ‘gemeentelijk bordeel’ My Red Light op de Oudezijds Achterburgwal, naast de Boomsteeg, in Amsterdam. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Het pand van ‘gemeentelijk bordeel’ My Red Light op de Oudezijds Achterburgwal, naast de Boomsteeg, in Amsterdam.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Het was volgens betrokkenen corona waardoor het eerste gemeentelijk bordeel in Amsterdam, dat de misstanden onder sekswerkers moest tegengaan, onlangs failliet ging. Maar ver daarvoor, zelfs al voor de feestelijke opening vier jaar geleden, ging er van alles mis bij My Red Light.

Esthetisch gevoelige klanten van het verantwoorde bordeel My Red Light zullen de smaakvolle werkruimten aan de Amsterdamse Boomsteeg hebben gewaardeerd. De comfortabele pijpbankjes boden bijvoorbeeld uitzicht op een vrijstaand bad dat rood opgloeide, fraaie stoeltjes van ontwerper Richard Hutten of een wandbekleding van zwarte krokodillenprint. De kinky ruimte voor mindervaliden, de ruime orgiekamer en de sekssuite met paal: allemaal even schoon en zorgvuldig ingericht na uitvoerig overleg met sekswerkers. Die huurden graag voor 160 euro per avond zo’n designwerkplek.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

De smaakvolle inrichting blijkt nagenoeg het enige dat goed is gegaan bij het ‘gemeentelijk bordeel’ dat bijna vier jaar geleden begon als sociaal-maatschappelijk project. Begin dit jaar vroeg My Red Light, ooit door binnen- en buitenlandse media geprezen als een dappere doorbraak in de louche wereld van de prostitutie, faillissement aan. Van de belangrijkste doelstelling – de kwetsbaarheid van sekswerkers verminderen – is niks terechtgekomen.

Het leek nog wel zo’n mooi concept. De gemeente Amsterdam, diep geschokt door een onderzoek naar criminelen die met bruut geweld jonge vrouwen tot prostitutie dwongen, begint elf jaar geleden met het uitkopen van pandeigenaren en het verminderen van het aantal ramen op de Wallen. De wethouder bestempelt prostitutie als commerciële verkrachting. Het beleid leidt niet tot een leefbaarder buurt of een betere positie voor sekswerkers. Integendeel: de Rekenkamer Metropool Amsterdam signaleert dat de drukte op straat toeneemt, criminelen uit beeld verdwijnen en de situatie van sekswerkers verslechtert.

Het Nieuw-Zeelandse model

Burgemeester Eberhard van der Laan trekt zich de kritiek aan en raakt gaandeweg gecharmeerd van het Nieuw-Zeelandse model: het bordeel als coöperatie van zelfverzekerde sekswerkers. Sinds dat land betaalde seks decriminaliseerde, genieten (legale) prostituees er dezelfde rechten en plichten als andere werknemers. Van der Laan neemt zich in 2016 voor de prostitutiewereld van binnenuit te hervormen. Hij droomt van een ­pilot waarbij sekswerkers actief worden betrokken: als huurder, als ­medewerker (bijvoorbeeld schoonmaker), als bestuurder en als toezichthouder.

‘Dat project moest en zou er ­komen’, zegt algemeen directeur Jos Verhoeven van de Start Foundation. Zijn maatschappelijk fonds financiert projecten ter verbetering van de arbeidsmarkt. De burgemeester vraagt Start dat jaar vier bordeelpanden te kopen van de gemeente voor de vriendenprijs van 1,6 miljoen euro. De gemeente had de panden eerder gekocht van Wallenkoning Charles Geerts, met de bedoeling ze een andere bestemming te geven. De panden staan midden in het red light district, links en rechts van de smalle Boomsteeg; een rood verlichte doorgang waar bezoekers direct tussen de ramen belanden.

Een badkamer in het pand van My Red Light. Sekswerkers konden voor 160 euro per avond een werkplek
huren. Beeld Hollandse Hoogte / The New York Times Syndication
Een badkamer in het pand van My Red Light. Sekswerkers konden voor 160 euro per avond een werkplekhuren.Beeld Hollandse Hoogte / The New York Times Syndication

Verhoeven: ‘Van der Laan was wanhopig op zoek naar financiers. Hij ving overal bot. Wij dachten uiteindelijk: het is ver van ons bed, maar best een mooie, maatschappelijke belegging van ons vermogen.’ Daarnaast verstrekt de Start Foundation een startlening van 100 duizend euro en legt de Rabobank 400 duizend bij voor het eerste ‘Max-Havelaarbordeel’ – zoals My Red Light in de stad al snel genoemd wordt. Minister Blok van Justitie geeft een eenmalige subsidie.

Voor de opening gaat het al mis

Al voor de feestelijke opening in mei 2017 gaat er van alles mis. Zo worden enkele medewerkers, tevens sekswerkers, afgekeurd op basis van de Wet Bibob, die is bedoeld om criminelen te weren. ‘Een van hen bleek bijvoorbeeld betrokken te zijn geweest bij een melding van huiselijk geweld’, zegt een toezichthouder en sekswerker die niet met zijn naam in de krant wil. Ook het bedrijfsplan wordt op het laatste moment afgekeurd: het bordeel mag geen kamers verhuren aan sekswerkers die klanten werven via internet. Dat is in strijd met de plaatselijke verordening en zo blijft een deel van de verwachte omzet onhaalbaar. ‘De gemeente was nauw betrokken bij onze plannen, maar vlak voor de opening veranderde zij in een onbuigzame handhaver.’

Een jaar later maken betrokkenen zich al zorgen over het voortbestaan van My Red Light. De huurinkomsten overdag blijven achter en er dreigt een boete van 25 duizend euro omdat een vermoeden van mensenhandel te laat is gemeld bij de politie. Dat gaat volgens betrokkenen om een huurster die goed verdiende, maar desondanks weinig geld leek over te houden. En om een huurster die elders wordt gesignaleerd in het gezelschap van een mogelijke pooier. De toezichthouder: ‘Het bestuur twijfelde een dag bij de eerste melding en kreeg meteen een voorlopige dwangsom opgelegd.’ Luidkeels gemopper in de media door My Red Light leidt tot veel irritatie op het stadhuis. Burgemeester Van der Laan is overleden en de nieuwe burgemeester Femke Halsema, ex-bestuurder van de Start Foundation, bestelt een onderzoek bij Corinne Dettmeijer, voormalig nationaal rapporteur mensenhandel.

Snoeihard oordeel

Die velt eind 2018 een snoeihard oordeel: Amsterdam had nooit aan dit project moeten beginnen. Toch adviseert zij geen sluiting en zij geeft haar rapport de veelzeggende titel: Wie A zegt, moet ook B zeggen. Dettmeijer stelt vast dat de meeste huurders, voornamelijk Bulgaarse vrouwen, de kwaliteit van de werkruimten en de maandelijkse inspraaksessies in de huiskamer prijzen, maar dat zij geen belangstelling koesteren voor zelfbeheer. De coöperatiedroom van My Red Light is volgens de onderzoeker volstrekt onrealistisch. Ook de moeizame exploitatie zou geen verrassing mogen zijn, stelt Dettmeijer, gegeven het haastige haalbaarheidsonderzoek en de vurige wens van de burgemeester iets te doorbreken.

‘Het idee dat (voormalig) seks­werkers dus een goed bestuur zouden vormen van een onderneming die financieel solide, innovatief, extra goed voor de huurders (is), en zich ook nog goed staande kunnen houden binnen een lastige sector, is in feite nergens op gebaseerd’, schrijft Dettmeijer. Zij vindt het begrijpelijk dat My Red Light de abrupte omslag van de gemeente – van bedenker en ondersteuner tot toezichthouder en handhaver – als een probleem ervaart. Haar advies: versterk het bestuur en maak innovatie mogelijk, bijvoorbeeld door wel ruimte te bieden voor internetboekingen en potentiële melders van mensenhandel niet af te schrikken met regels en dwangsommen.

De gemeente neemt de aanbevelingen over en in 2019 gaat het beter. Nieuwe bestuurders met verstand van administratie en regelgeving nemen het bordeel over, het aantal boekingen stijgt en de dreigende dwangsom verdwijnt. Toezichthouder Coby van Berkum: ‘Eind dat jaar draaiden we eindelijk quitte, we konden voor het eerst de lening aflossen en zelfs beginnen met sparen voor een onderwijsfonds voor sekswerkers.’ Hun emancipatie bleef het doel, stelt zij, maar het bestuur was daar nog niet aan toegekomen.

De problemen stapelen zich op

Tot zover het goede nieuws. Want de nieuwe bestuurders creëren ook nieuwe problemen. De sekswerkers voelen zich door hen minder gehoord en gewaardeerd; als een bestuurder ongevraagd een werkkamer inloopt terwijl een sekswerker zich omkleedt, ontstaat een vertrouwensbreuk, stellen diverse toezichthouders. De bestuurder wordt op non-actief gezet, maar een deel van de huurders stapt toch boos op. Een belangrijke les van My Red Light, stelt een toezichthouder, is dat zelfbestuur door (ex-)sekswerkers extra begeleiding vergt. ‘Als je ervaring hebt als sekswerker, heb je niet vanzelf ervaring in het runnen van een bedrijf.’ Een mix van bestuurders is volgens hem nodig: ‘Mensen die raad weten met een financiële administratie, complexe regelgeving en overleg met ambtenaren, en mensen die de branche kennen en makkelijk met sekswerkers kunnen omgaan.’ De gemeente bood wel begeleiding, stelt de toezichthouder, maar niet genoeg.

Zijn conclusie na vier jaar betrokkenheid: ‘We waren een experiment, maar we kregen niet de kans een experiment te zijn. De gemeente gunde ons nul ruimte fouten te maken.’ Volgens Van Berkum speelt mee dat andere bordeelhouders scherp toekeken of My Red Light niet werd voorgetrokken. Beide toezichthouders erkennen dat er fouten zijn gemaakt, maar stellen dat de nekslag toch echt door corona werd uitgedeeld. Van Berkum: ‘We waren nog jong, we hadden geen vet op de botten.’ Andere bordelen bestaan al decennia en zijn soms eigenaar van panden. Een huurachterstand van 100 duizend euro luidde het einde in van My Red Light. Van Berkum: ‘Ik kon geen nieuwe financiering vinden.’

Financier Verhoeven kijkt zonder spijt terug op My Red Light. ‘Het was een duiventil, maar op het laatst ging het zeker beter.’ De Start Foundation verloor volgens hem 68 duizend euro aan het project, inclusief een corona-huurkorting van 32 duizend euro. ‘Dat is acceptabel voor ons fonds, we hebben een vermogen van 125 miljoen.’ Verhoeven vindt het spijtig dat de sociale doelstellingen niet zijn gehaald, maar hij zal niet snel meedoen aan een nieuw project sekswerkers te verheffen. ‘My Red Light trok Oost-­Europese vrouwen die vooral geïnteresseerd waren in de schone en veilige werkplek, niet in zelfbestuur, Nederlandse les of mogelijke uitstapprogramma’s.’ Die verwachting bleek volgens Verhoeven naïef. De Start Foundation heeft bedongen de panden voor dezelfde prijs terug te kunnen verkopen aan de gemeente.

Lessen geleerd?

Burgemeester Halsema laat onderzoek doen naar de opkomst en ondergang van het eerste eerlijke bordeel. Zij wil het aantal ramen op de Wallen verder terugdringen en droomt van een nieuw project om overlastgevende bezoekers weg te lokken uit de binnenstad: een groot seksentertainmentcentrum aan de rand van de stad – een artist impression toont twee glazen torens met hellingbanen langs de buitenkant. Dat hoeft geen Max-Havelaarbordeel te worden, maar ook ditmaal streeft de gemeente naar meer veiligheid en begeleiding voor sekswerkers. Ook Utrecht zoekt naar een meer verantwoorde vorm van raamprostitutie.

De betrokkenen van My Red Light adviseren alvast: sluit geen ramen voordat er een alternatief is (anders verdwijnen sekswerkers uit zicht), accepteer ook reserveringen via internet (raamprostitutie is een krimpende markt), maak het aantrekkelijker om vermoedens van mensenhandel te melden, streef naar een mix van bestuurders, verwacht niet dat alle sekswerkers geïnteresseerd zijn in een uitstapprogramma. Van Berkum: ‘Zelfbeheer van sekswerkers staat nog in de kinderschoenen. Dit was wel een heel ambitieus plan. Ik zou zeggen: regel eerst de randvoorwaarden. Zorg bijvoorbeeld eerst dat sekswerkers eindelijk een bankrekening of hypotheek kunnen krijgen.’

Meer over