Het 'Dood aan Israël' weerklinkt nog elke vrijdag

Israël en Iran hebben altijd een curieuze relatie gehad. Jeruzalem steunde Teheran stilletjes in de oorlog tegen Irak. Maar nu zijn de verhoudingen weer op een dieptepunt beland....

De verhouding tussen Israël en het islamitische Iran heeft nooit gebrekgehad aan dubbele bodems. Toen ayatollah Khomeini in 1979 aan het bewindkwam, leek het er aanvankelijk op dat de nauwe samenwerking die ten tijdevan de sjah had bestaan, ten dode was opgeschreven.

Met toenemende verontrusting noteerde Israël destijds de heftigeverwensingen die na de machtswisseling in Teheran werden gericht aan hetadres van de joodse staat. De nieuwe geestelijk leider zette zelf de toondoor op te roepen tot 'de eliminatie van de zionistische entiteit' en 'deteruggave van heel Palestina aan de Palestijnen'. Met de opkomst van depro-Iraanse, shi'itische strijdgroepen in Zuid-Libanon kreeg Teheran eeninstrument in handen om die 'zionistische entiteit' daadwerkelijk tebestoken.

Maar in september 1980 werd Iran aangevallen door het Irak van SaddamHussein en op slag hadden Jeruzalem en Teheran weer een belangrijkraakpunt, namelijk een gemeenschappelijke Arabische vijand. Israëlcalculeerde dat de Iraniërs voor het verslaan van de Iraakse agressordesnoods een verbond met de duivel zouden sluiten, en dat bleek te kloppen.Binnen de kortste keren waren er weer intensieve en voor beide partijenvruchtbare contacten, zij het dat die zich bijna geheel achter de schermenafspeelden.

Zo ontstond een schemerige situatie. Officieel bleef het Iraanse regimeeen geharnaste tegenstander van de joodse staat, die werd uitgemaakt vooreen kankergezwel in het hart van de islamitische wereld. Intussen voerdeIran naar hartelust Israëlische wapens in, waarbij een oud-Israëlischemilitair attaché, tevens vriend van de sjah, als verbindingsman opereerde.Niet zelden werd Israël in natura betaald: met olieleveranties.

De omvang van de handel was aanzienlijk. In maart 1982 kwam The NewYork Times tot de conclusie dat Israël de helft van alle Iraansewapenaankopen voor zijn rekening nam. Een Israëlische denktank berekendelater dat de wapenleveranties aan Iran in de periode 1980-'83 een waardevan 500 miljoen dollar vertegenwoordigden.

'Washington, dat Iran als een groter gevaar zag dan het militair al snelin het defensief gedrukte Irak, was bepaald niet gelukkig met deIsraëlische rol, vooral omdat Israël soms ook reserve-onderdelen voorAmerikaanse wapensystemen leverde. (Maar tijdens de geheimeAmerikaans-Iraanse contacten, die uitmondden in Iran-Contraschandaal, werddankbaar gebruik gemaakt van de Israëlische connecties.)

De regering in Jeruzalem verdedigde zich tegenover de Amerikanen methet argument dat het verstandig was de lijn naar Teheran open te houden.De meeste Israëlische deskundigen gingen ervan uit dat het islamitischebewind in Teheran op afzienbare termijn weer het veld zou moeten ruimen endat de volgende machthebbers naar een betere relatie met het Westen enIsraël zouden streven. Los daarvan achtte Israël het nuttig om hetIraanse militaire potentieel op peil te houden. Een voormalige chef van demilitaire inlichtingendienst zei in 1986: 'Het zou goed zijn als deIraaks-Iraanse oorlog zou eindigen in een gelijkspel. En het zou nog beterzijn als de strijd lang doorgaat.'

Twee jaar later was de oorlog toch afgelopen. De Iraanse behoefte aanwapens nam af en de gehoopte onttakeling van de heerschappij der mullahsbleef uit. In de jaren negentig werd door westerse inlichtingendiensten dehand van Iran gezien in verscheidene aanslagen op Israëlische en joodsedoelen.

Aan de komst van president Mohammed Khatami, die zich in deverkiezingscampagne had opgeworpen als hervormer, ontleenden sommigen dehoop dat Iran zijn koers zou bijstellen. Van regeringswege werd de tooninderdaad gematigd.

Maar de hardliners zagen geen enkele reden tot matiging en zorgden dathet anti-Israëlische sentiment op peil bleef. In veel moskeeën werd (enwordt) het vrijdagse gebed steevast afgesloten met het scanderen van deleuze 'Dood aan Israël'. Geestverwante buitenlandse groepen, zoalsHezbollah, werden (en worden) volop gesteund. Als hij het al had gewild,was Khatami niet bij machte hieraan paal en perk te stellen.

Zijn opvolger, de radicaal-conservatieve Mahmoud Ahmadinejad, blijktnu ook ex cathedra terug te grijpen op de verbale salvo's van weleer. Opeen conferentie in Teheran typeerde hij woensdag Israël (waarvan de naamnaar beproefd antizionistisch gebruik zo min mogelijk werd uitgesproken)als voorpost van de 'Arrogante Wereld', die erop uit is de islamitischewereld aan zich te onderwerpen. Deze voorpost 'moet van de kaart wordengeveegd', zoals Khomeini al verkondigde.

'In zijn veldtocht tegen de Arrogante Wereld heeft onze dierbare imamhet commandocentrum van de vijand tot eerste doel uitgeroepen, namelijk debezettingsmacht in Jeruzalem. Ik twijfel er niet aan dat een nieuwe golfvan aanslagen deze bron van schaamte voor de islamitische wereld spoedigzal vernietigen', aldus Ahmadinejad. De president noemde de ontruiming vanGaza een 'schijnbeweging', die slechts bedoeld is om moslimlanden zand inde ogen te strooien. 'Ik bid tot God dat de Palestijnen zich hierdoor nietvan de wijs laten brengen.' Het einddoel van hun strijd moet blijven: heelPalestina onder onbegrensd Palestijns gezag.

De titel van de conferentie, 'De wereld zonder zionisme', roeptherinneringen op aan de jaren zeventig toen de hele Palestijnse bewegingnog de totale confrontatie met Israël predikte en Arabische landen het enena het andere congres organiseerden om het zionisme als een historischonrecht aan de schandpaal te nagelen.

Kennelijk voelt het Iraanse bewind zich sterk genoeg om, zelfs op hetmoment dat zijn nucleaire programma veel internationale argwaan wekt,ostentatief de vlag van de onvoorwaardelijke strijd tegen de zionistischevijand te hijsen.

Meer over