NIEUWSIndië-herdenking

Het ‘donkere hoekje’ van de vader van Mark Rutte

‘Indië was altijd aanwezig in ons gezin’, zei Mark Rutte zaterdag voor een danig afgeslankt gehoor van niet meer dan 75 mensen bij het Indisch Monument in Den Haag. Rutte was niet uitgenodigd als premier, maar als vertegenwoordiger van de Indische naoorlogse generatie.

Premier Mark Rutte houdt een toespraak bij het Indisch Monument tijdens de nationale herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog in voormalig Nederlands-Indië.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

‘We werden thuis omringd door herinneringen aan het leven in Indië’, vertelde Rutte. Hij noemde de geuren die in het ouderlijk huis hingen, de nasi goreng op zaterdagavond, de Indische woorden – soebatten, mataglap – die hij onbewust nog vaak gebruikt. Zelden kon hij voor een herdenkingstoespraak zo uit eigen ervaringen putten als hier bij de herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië, nu 75 jaar geleden.

Rutte vertelde hoe hij later op de knie van zijn vader, die op Java bij een handelsonderneming werkte, de verhalen uit Indië te horen kreeg. Maar hoe er een ‘donker hoekje’ was dat doorgaans werd overgeslagen. De vader van Rutte werd in de oorlog in een Jappenkamp voor krijgsgevangenen geplaatst, ook diens vrouw werd met haar drie kinderen geïnterneerd. Ze zou kort voor de bevrijding van uitputting sterven; de vader zou na de oorlog hertrouwen en nog vier kinderen krijgen, onder wie Mark.

Hollywoodfilm

In 1983 kwam de speelfilm Merry Christmas Mr. Lawrence uit, waarin hoofdrolspeler David Bowie in een Jappenkamp belandt. Rutte vertelde dat hij zijn vader vroeg er met hem heen te gaan. Die wilde niet. ‘Zijn eigen woorden waren hem dierbaarder dan een Hollywoodfilm. Die verhalen behoren nu tot mijn bagage. Ik heb daar veel van geleerd.’

Die gedeelde bagage, en dan vooral de vraag of dat delen wel zorgvuldig genoeg gebeurt, vormde het onuitgesproken thema van de herdenking van dit jaar. Al jaren dringen Indische Nederlanders aan op meer aandacht voor het leed van de Indische bevolking, van wie er honderdduizenden om het leven kwamen. Een roep die dit jaar onder invloed van de Black Lives Matter-beweging nog luider klinkt.

Twee maanden geleden werd het Monument Indië-Nederland aan het Olympiaplein in Amsterdam beklad. Datzelfde lot onderging kort voor de herdenking het Haagse monument. De groepering die de schending opeiste, Aliansi Merah Putih, is dezelfde die eerder kreten schilderde op het standbeeld van Johan van Oldenbarnevelt, oprichter van de VOC, aan de Haagse Hofvijver.

Afgezien van de coronabeperkingen was de Haagse herdenking niet wezenlijk afwijkend van andere jaren. Net als anders vormden leden van het regiment-Van Heutsz de erewacht. Daar was eerder protest tegen gerezen. Is dat wel passend, gezien de bloedige wijze waarop gouverneur-generaal Van Heutsz, naamgever van het regiment, de opstand in Atjeh had neergeslagen? John Sijmonsbergen van de Stichting Nationale Herdenking 15 augustus 1945 vindt van wel. ‘Dit regiment staat voor veel meer. Het is een actief onderdeel van onze krijgsmacht.’ De beschadiging van het monument noemde hij ‘respectloos en kwetsend voor de slachtoffers’.

Erkenning

Deze herdenking moet ook een vorm van erkenning zijn, benadrukte Rutte, dat de trauma’s en verhalen van Indische Nederlanders ertoe doen en deel zijn van de gezamenlijke geschiedenis. De bevrijding van het Koninkrijk is meer dan één verhaal.

Van veel kanten klinkt de roep dat die veelheid aan stemmen meer moet doorklinken. Zo vindt volgens een peiling van EenVandaag een meerderheid van de twee miljoen Indische Nederlanders dat de Koning elk jaar bij de herdenking aanwezig moet zijn, net als op 5 mei op de Dam. Nu komt de Koning alleen bij een lustrum, zoals dit jaar. San Fu Maltha, filmproducent en hoofdredacteur van het Nederlands-Indische tijdschrift Pindah, riep dit weekeinde koning Willem-Alexander nog eens op excuses te maken voor de naoorlogse behandeling van alle geledingen van de Nederlands-Indische gemeenschap.

Een paar uur voordat de herdenking in Den Haag begon, werd in Tokio, ook in klein gezelschap, de Japanse capitulatie herdacht. Daar zei keizer Naruhito ‘diepe wroeging’ te hebben over de Tweede Wereldoorlog.

LEES OOK:

Hoe de Nederlanders werden ‘bevrijd uit de jappenkampen’

Voor de bewoners van de ‘jappenkampen’ in Nederlands-Indië luidde de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 een periode in van nieuwe ontberingen. De vader van Elisabeth Visser werd op straat door opstandelingen onthoofd. In het bijzijn van zijn zoon.

Meer over