Het dilemma van de arts in de topsport

Het systematische gebruik van EPO heeft de wielersport in een crisis gebracht en in het verlengde daarvan de rol van sportartsen ter discussie gesteld....

'Nooit sportarts bij een grote wielerploeg'

Frank Nusse, bondsarts van de schaatsbond.

'Elke keer weer verbaas ik me over de rol van artsen in het wielrennen. In die sport lopen artsen rond die je in het reguliere circuit van sportartsen niet tegenkomt. Die meneer Sanders bijvoorbeeld, die bij PDM zat. Dat was een gewone huisarts uit Limburg, niet een erkend sportarts. In al die jaren heb ik die man nooit op een symposium over sportgeneeskunde gezien.

Ik weet dat in het verleden genoeg huisartsen zich actief met de toediening van doping bezig hebben gehouden. Kennelijk willen ze zich graag koesteren in het zonnetje van bekende sportmensen.

Sportarts is een specialisatie, net zo goed als je je specialiseert als orthopeed of keel, neus en oorarts. Er zijn zestig sportartsen in Nederland en daarvan is er voor zover ik weet maar één verbonden aan de wielerunie. Die zestig sportartsen hebben gezamenlijk een gedragscode opgesteld waarin staat dat ze zich niet in adviserende of begeleidende zin met doping bezig zullen houden.

Ik ben een groot wielerliefhebber, ik vind het een prachtige sport, maar ik zou als sportarts niet verantwoordelijk willen zijn voor zo'n grote wielerploeg. Zo'n ploeg van twintig man telt al gauw renners uit vijf of zes verschillende landen. Die hebben meestal thuis nog hun eigen privé-arts. En vaak hebben ze ook al bij andere ploegen gefietst waar ze een andere arts hebben gehad die misschien wat vrijere gedachten omtrent doping had. Daar houd je geen controle over.

In de ene sport is de verleiding om hulp te zoeken in doping groter dan de andere. Het wielerseizoen loopt van maart tot oktober en de financiële belangen zijn behoorlijk groot. Geld verdienen is voor de meeste renners de voornaamste drijfveer, maar het is fysiek bijna onmogelijk om tien maanden lang topprestaties te leveren. Als je merkt dat je iets wegzakt, is de verleiding groot om iets te nemen.

Wat dat aangaat, kijk ik uiterst bezorgd naar de ontwikkelingen in het schaatsen. Steeds maar meer wedstrijden, meer kampioenschappen, en ondertussen gaat er ook steeds meer geld in de sport om. Al jaren roep ik dat schaatsers selectiever zullen moeten worden bij het samenstellen van hun programma. Maar de praktijk is, dat ze geen wedstrijd willen missen. En elke wedstrijd willen ze in vorm zijn.

In die tien jaar dat ik nu in het schaatsen meeloop heb ik gemerkt dat in die sport een geweldige aversie bestaat tegen doping. Maar je kunt nooit honderd procent garanderen dat er niet gebruikt wordt. Van mijn eigen winkel, de nationale schaatsselecties, durf ik vrij zeker te beweren dat iedereen clean is. Maar wat zich elders afspeelt, kan ik niet controleren. Je hebt allemaal weleens je twijfels bij uitzonderlijke prestaties.

Doping als gespreksonderwerp is voor mij geen taboe. Er gaan in deze wereld zoveel geruchten en wilde verhalen, dat horen en lezen die schaatsers natuurlijk ook. Logisch dat ze nieuwsgierig worden en vragen stellen. Praten mag. Dan kan ik ze ook uitleggen welke grote risico's doping met zich meebrengt. Elk talent dat voor het eerst in Jong Oranje komt, krijgt van ons ook uitgebreide voorlichting over medicijngebruik.

Er wordt in de sportwereld zoveel flauwekul verkocht. Net als nu bij deze rel in het wielrennen. Er wordt zo makkelijk gezegd dat renners hun doping onder strikte medische begeleiding krijgen. Zal best. Het zullen ongetwijfeld heel bekwame arsten zijn geweest, maar een feit is dat het vaak jaren duurt voordat bekend is wat de bijwerkingen zijn van nieuwe medicamenten.

Ik werk op een Sport Medisch Adviescentrum. Ik heb genoeg mensen op bezoek gehad die toegaven dat ze hadden gebruikt. Ik ben best bereid de gezondheid van die mensen te checken, dat is mijn taak als arts. Ik wil ze helpen en adviseren bij het afbouwen. Maar ik weiger ze advies te geven over hoe ze het moeten gebruiken. Dat is manipuleren met het menselijk lichaam en daar weiger ik aan mee te doen.'

'EPO is een prima middel, maar niet voor gezonde renners'

Ignace van Meerwijk, chirurg in het Amersfoortse Eemland-ziekenhuis en controlerend arts van de Rabo-ploeg.

'Het is eeuwig zonde wat er gebeurt, maar ik hoop dat deze ramp louterend werkt. Dit is een probleem wat niet alleen de wielersport betreft. Je moet het groter zien. Als het olympisch comité en de internationale wielrenunie er echt iets aan willen doen, moet het nu gebeuren.

De tennisser Jimmy Connors ging destijds ook aan het infuus. Wat moet je ook anders? Moet je dan zijn nieren naar de knoppen laten gaan.

Renners die een bergetappe hebben afgelegd, kampen met zware uitdrogingsverschijnselen. Die hebben een enorme opdoffer gehad. Is het dan zo erg dat je er alles aan doet die mensen een beetje op te lappen?

Iedereen die bij het wielrennen betrokken is, weet natuurlijk al langer wat er zo'n beetje speelt. Het is dus niet echt verassend dat de bom nu is gebarsten. Maar ik heb toch een beetje te doen met mensen als Priem en zelfs Ryckaert. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik er niet zo diep meer in zit, dus ik kan niet zo goed beoordelen of die Ryckaert zich gediskwalificeerd heeft.

Het wordt nu ook wel hoog gespeeld door justitie die dankzij de Tour de France de aandacht op zich gericht weet. Die affaire met TVM speelt al maanden en nu wordt er opeens actie ondernomen. Ze willen misschien een graantje van de publiciteit meepikken.

Daardoor wordt het nu ook allemaal nogal zwaar aangezet. Iedereen die erbij betrokken is, wordt als een crimineel behandeld. Het mag misschien niet wat is gebeurd, maar zo erg is het toch ook weer niet.

Doping is een vuilnisvat, alles wordt op een grote hoop gegooid. In een hoestdrankje zit codeïne? Moet dat doping heten? Toch niet zeker. Het ligt natuurlijk anders bij dingen die medisch nog in onwikkeling zijn.

Waarom er zo weinig sportartsen in het professionele wielrennen rondlopen? Geert Leinders bij Rabo is wel sportarts. In mijn tijd was dat nog niet zo aan de orde. Ik ben ploegarts geweest bij Superconfex, Buckler en Wordperfect, de eerste ploegen van Jan Raas. Trainingsschema's zijn pas later in zwang gekomen. Het is nu allemaal veel ingewikkelder geworden. Daarom is het goed dat Leinders nu die functie heeft.

Het Rabo wielerplan heeft daarnaast een contract met het Eemland-ziekenhuis. Een cardioloog, een klinisch chemicus, een orthopeed en ik als chirurg staan beschikbaar voor de wielrenners. Mensen die beseffen dat sporters haast hebben bij hun herstel. Ik heb woensdag nog Erik Dekker, die in de Tour is uitgevallen, behandeld. In overleg met Leinders wordt dan een nieuw trainingsschema opgesteld.

Raas is altijd een strikt tegenstander van doping geweest. Als Jan destijds een spuitje moest krijgen tegen de pijn, dan had hij liever de pijn. Hij wil zo weinig mogelijk gerotzooi aan wielrenners en ik denk er net zo over. Natuurlijk stel je jezelf weleens de vraag: zou ik meedoen aan dingen die tegen mijn medische ethiek indruisen? Nee, ik zou het niet over mijn hart kunnen verkrijgen en ik kan iedere coureur nog recht in de ogen kijken.

Maar het moet niet zo overdreven worden. In het wielrennen gebeuren geen dingen die niet in een ziekenhuis zouden gebeuren. Renners zijn geen medische proefkonijnen. Er wordt alleen van bepaalde medicijnen oneigenlijk gebruik gemaakt. EPO is op zich een prima middel. Maar niet voor gezonde renners bij wie alles normaal moet functioneren. Het gebruik van groeihormoon? Daar geloof ik niet in.

Gezonheidscontroles zijn fantastisch, maar het is slechts een begin. Wat ik wel raar vind, is dat er niet of nauwelijks contact is tussen de internationale wielrenunie en ploegartsen. We geven elkaar de hand en dat is alles. Het zou goed zijn als de UCI wat beter wist wat er op dat gebied allemaal speelt in het peloton.'

'We verheerlijken het lijden, maar accepteren de gevolgen niet'

Els Stolk, sportarts van de Nederlandse atletiekunie:

'Woensdag op mijn vrije dag heb ik een tijdje naar de Tour de France zitten kijken. In lyrische bewoordingen wordt het afzien van die renners beschreven, maar tegelijkertijd wordt er schande van gesproken als het gebruik van EPO wordt aangetoond. We verheerlijken het lijden, maar de consequenties accepteren we niet.

Misschien moet de maatschappij zich eens afvragen of we dat soort excessen niet in de hand werken. Het publiek wil dat die renners vandaag tweehonderd kilometer over de bergen fietsen en morgen weer. Dat is bijna bovenmenselijk. Dat is niet meer aan te eten.

Dat die renners aan het infuus liggen om hun normale voedingsstoffen aan te vullen, begrijp ik. In het verlengde daarvan begrijp ik ook dat ploegleiders en renners zich afvragen wat ze nog meer zouden kunnen doen.

Ik heb dezelfde gedragscode ondertekend als Frank Nusse. Nog nooit is iemand bij mij gekomen met het verzoek te helpen bij de toediening van doping, maar in dat hypothetische geval zeg ik dus nee. Dat past ook niet bij de richtlijnen die mijn werkgever hanteert. Maar er zijn artsen die andere afwegingen maken. Een arts kan soms ver meegaan in de belevingswereld van een topsporter.

Die Haarlemse arts Michiel Karsten adviseerde ook topsporters inzake doping onder het mom dat het dan tenminste onder kundig medisch toezicht gebeurt. Ik zou het niet doen, maar ik erken dat het een lastig ethisch vraagstuk is. Een huisarts ontraadt zijn patiënten ook te veel roken en te veel drinken, maar toch gebeurt dat ook. En ook die mensen worden geholpen.

Iemand als Karsten of die arts van de Festina-ploeg is in mijn ogen niet meteen zijn geloofwaardigheid als huisarts verloren. Het feit dat iemand topsporters van advies heeft gediend over doping, wil natuurlijk nog niet zeggen dat hij een slecht huisarts is. Het gaat me te ver om iemand na zo'n affaire uit zijn ambt te zetten. Het strafrecht voorziet trouwens wel in die mogelijkheid, maar dat is wel de zwaarst denkbare straf.

Elk jaar schrijf ik een artikel waarin ik alle facetten van doping belicht: de controles, de stoffen die op de lijst staan, en de gevaren. Dat artikel stuur ik naar alle bij de KNAU aangesloten verenigingen. Iedere atleet kan ervan op de hoogte zijn. Voorlichting lijkt me heel belangrijk. En uit mijn eigen ervaring als atlete kan ik op de gevaren wijzen.

Ik stond ook wel eens bij wedstrijden naar andere meisjes te kijken, dat ik dacht nou, nou, is dat wel helemaal normaal? Het vreemdste wat ik heb meegemaakt was bij de Europa Cup in 1976 in Lille. Daar werd de hele DDR vrouwenploeg zomaar teruggetrokken. Later hoorde ik dat al die meiden met leverproblemen in het ziekenhuis lagen.

Ik ben nooit in de verleiding geweest. Ik ben ooit eens elfde geweest op een EK, ik was geen supertalent. Hooguit had ik een keer zevende kunnen worden. En mijn gezondheid heeft altijd voorop gestaan. Maar als je jong bent en je hebt een trainer die erg ambitieus is, de sponsor pusht je, en je wordt begeleid door een arts die nogal liberaal is, dan wordt de stap misschien makkelijker gezet.

Legalisering zou als voordeel kunnen hebben dat dopingpreparaten uit het criminele circuit worden gehaald. Nu zijn veel illegaal geproduceerde producten op de markt. Wat op de bijsluiter staat, zit niet altijd in het flesje. Dat is dus levensgevaarlijk.

Het grote risico als je doping gaat legaliseren, is dat de topsport dan misschien nog verder op hol slaat. Omdat het legaal is, is het veilig denken ze dan. En voor je het weet slikken ze 500 milligram in plaats van 50. Tien keer zo veel, tien keer zo sterk, denken ze.

Nee, het vrijgeven van doping is wat mij betreft ook niet de oplossing.'

Meer over