rekenmeesters

Het CPB voorziet met deze verkiezingsplannen een fors hogere staatsschuld voor toekomstige generaties

Het Centraal Planbureau rekende de economische effecten door van verkiezingsprogramma’s en is kritisch over wat het aantrof.

Nederlanders die nu jong zijn krijgen bij verwezenlijking van de plannen in de verkiezingsprogramma’s op lange termijn met fors hogere lasten te maken, voorziet het CPB. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Nederlanders die nu jong zijn krijgen bij verwezenlijking van de plannen in de verkiezingsprogramma’s op lange termijn met fors hogere lasten te maken, voorziet het CPB.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

In hun plannen verhogen de politieke partijen de koopkracht voor bijna iedereen in de komende kabinetsperiode, maar dit gaat ten koste van toekomstige generaties, waarschuwt het Centraal Planbureau (CPB). Door structurele begrotingstekorten zal de staatsschuld door het voorgestelde beleid van alle partijen, met uitzondering van de SGP, na 2025 fors hoger liggen dan bij ongewijzigd beleid.

Het CPB concludeert dit in Keuzes in Kaart, de vierjaarlijkse berekening van de economische effecten van de verkiezingsprogramma's. Bij ongewijzigd beleid zou de staatsschuld in 2060 uitkomen op 47,4 procent van het bbp, becijfert het CPB. Als de politieke partijen hun zin krijgen zal dat over veertig jaar tussen de 49,5 (ChristenUnie) en 119 procent (SP) liggen.

Alleen de altijd zuinige SGP weet het zogenoemde ‘basispad’ te verslaan met een geprojecteerd schuldniveau van circa 43 procent. Vrijwel alle partijen, Denk en de SGP uitgezonderd, realiseren de komende kabinetsperiode dan ook hogere begrotingstekorten dan als het huidige regeringsbeleid zou worden voortgezet.

Nederlanders die nu jong zijn krijgen hierdoor op lange termijn met hogere lasten te maken. Het CPB merkt wel op dat daar, als het goed is, ook iets tegenover staat. ‘Voor toekomstige generaties zijn uiteraard niet alleen de financiële lasten van belang, maar ook bijvoorbeeld de kwaliteit van het klimaat en milieu en de publieke voorzieningen.’

Overheidsuitgaven

Vrijwel alle partijen willen de overheidsuitgaven in de volgende kabinetsperiode flink verhogen om daarmee de economie te stimuleren. Opvallend is dat alle partijen, ook de VVD, de lasten voor het bedrijfsleven willen verhogen. In de mate waarin dat zou moeten verschillen de partijen wel sterk van elkaar: de VVD en SGP laten de lasten voor bedrijven met ‘slechts’ 3,5 miljard euro stijgen tot 2025 en de PvdA met bijna 42 miljard euro. Bijna alle verkiezingsprogramma's zijn nivellerend; alleen bij de VVD groeien de inkomensverschillen de komende vier jaar. Bij de SGP blijft de inkomensongelijkheid hetzelfde.

Een aantal, vooral linkse partijen, kiest voor ingrijpende wijzigingen van het toeslagenstelsel. Dit leidt tot grote verschuivingen in financieringsstromen. Het CPB vraagt zich openlijk af of deze ingrijpende wijzigingen, zoals het invoeren van gratis kinderopvang in combinatie met een aantal nieuwe aftrekposten in de inkomstenbelasting, wel haalbaar zijn in de komende vier jaar. Zeker wanneer er sprake is van een stapeling van beleidswijzigingen is het niet zeker dat de voorstellen voor een andere financiering van de kinderopvang uitvoerbaar zijn, aldus het CPB.

Tien partijen hebben hun verkiezingsprogramma's laten doorrekenen, één minder dan vier jaar geleden. 50Plus deed dit voor het eerst. PVV, Forum voor Democratie en de Partij voor de Dieren hebben ervoor gekozen het oordeel van de rekenmeesters te ontlopen.

Dit keer heeft ook het Planbureau voor de Leefomgeving meegerekend; het milieuplanbureau heeft zich gebogen over de effecten van de klimaat- en woningmarktplannen van de partijen. De VVD heeft zijn programma wel aan het CPB, maar niet aan het PBL voorgelegd. Het PBL concludeert dat geen van de partijen erin zal slagen het woningtekort in vier jaar op te lossen, hoewel zij allemaal flink in de woningbouw willen investeren.

Meer over