ACHTERGRONDDe Oranjes en het volk

Het contract met het volk kan ook door de Oranjes worden opgezegd

1979: koningin Beatrix en prins Claus poseren met hun zonen, Willem-Alexander, Johan Friso en Constantijn.Beeld Benelux Press

Het leerstuk van de ministeriële verantwoordelijkheid stamt uit de negentiende eeuw, en is nauwelijks meer uit te leggen aan twitterende onderdanen die zichzelf als opdrachtgevers van de koning beschouwen.

‘Was de natie van de koning of was de koning van de natie?’ Zo vatte historicus Jeroen Koch in zijn boek Oranje in revolutie en oorlog de inzet samen van het debat dat in de negentiende eeuw overal in Europa woedde. Uit de overhaaste terugkeer van koning Willem-Alexander en zijn gezin uit Griekenland, het afgelopen weekend, kan ten overvloede worden opgemaakt wat de uitkomst was van dat debat: de koning is van de natie. Vorsten die aan het autocratische model bleven vasthouden, hebben dit met een gedwongen troonsafstand of, in het geval van de Russische tsaar Nicolaas II, met de dood moeten bekopen.

Het volk bepaalt dus de spelregels van de constitutionele monarchie, waarin de koning slechts het recht geniet om ‘te worden geïnformeerd, aan te moedigen en te waarschuwen’. Het volk mort dus als de begroting van het Koninklijk Huis op de rol staat van de Tweede Kamer. En het volk maakte zijn ongenoegen kenbaar over de Griekse herfstvakantie van de koninklijke familie – nog voor het regeringsvliegtuig zijn bestemming had bereikt. 

Het volk bepaalde dus waar de koning het restant van zijn vakantie doorbrengt. Zoals het Franse volk in 1789 bepaalde dat koning Lodewijk XVI van Versailles naar Parijs verhuisde. En zoals het Britse volk in september 1997 bepaalde dat koningin Elizabeth van haar Schotse zomerverblijf Balmoral terugkeerde naar Londen om met haar onderdanen te rouwen om de dood van prinses Diana.

Speelruimte

In de negentiende eeuw konden de ‘gekroonde hoofden’ van Europa hun mondige onderdanen slechts kalmeren door de ministeriële verantwoordelijkheid te aanvaarden: het beginsel dat niet de koning maar de ministers verantwoordelijk zijn voor diens handelen. Dit impliceert niet alleen dat de minister-president de klappen opvangt voor het staatshoofd, maar ook dat het kabinet bepaalt hoeveel speelruimte het ‘bovenpolitieke’ staatshoofd geniet.

Koning Willem II, die na zijn aantreden in 1840 de bui van een staatkundige hervorming al zag hangen, had er helemaal geen zin in om onder die condities koning te zijn. Als koning zonder constitutionele restricties zat hij weliswaar dagelijks tot diep in de nacht aan zijn bureau (‘Het komt mij voor dat een galeislaaf gelukkiger moet zijn dan een koning’), maar als hij ook nog eens afstand moest doen van zijn feitelijke macht, zou de lol er voor hem helemaal af gaan. 

‘Ik offer de prerogatieven der Kroon niet op’, zei hij in 1844 tegen de liberalen die nu juist dát van hem verlangden. ‘Als men het schavot voor mijne oogen oprigt, zal ik het schavot beklimmen en mijn hoofd geven, liever dan te onderteekenen.’

Om een revolutie af te wenden, stemde Willem II vier jaar later alsnog in met een nieuwe Grondwet – waarvan de essentie sindsdien behouden is gebleven – en mocht hij zich zelfs even in een grote populariteit verheugen. De koning besefte echter terdege dat die populariteit afhankelijk was van zijn bereidheid om zich op de Haagse Kneuterdijk door een roerige meute te laten toejuichen.

‘De koning van de natie’ en diens gezin ontwikkelde zich tot een rolmodel van de opkomende middenklasse. ‘Een paradoxale constructie’, schreef Jeroen Koch. ‘De monarchie was nu eenmaal niet goed te verenigen met een burgerlijk-liberaal credo dat zich liet samenvatten als eigen meester, eigen knecht.’ 

Daar kwam nog eens bij dat koning Willem III, die aantrad na de dood van Willem II in 1849, met ‘een disfunctioneel huwelijk’ en een autocratisch temperament slecht was toegerust voor de rol die hem door de liberale burgerij was toegedacht.

Spelregels

Nog meer dan de liberale burgers van de negentiende eeuw, kost het de ontwortelde Nederlanders van de eenentwintigste eeuw moeite om de spelregels van de constitutionele monarchie te begrijpen. Zelfs de ervaren verslaggevers die premier Mark Rutte zondag bij het Catshuis opwachtten om tekst en uitleg te vragen over de reis van de koning, hadden daar moeite mee. En dat geldt in nog sterkere mate voor de opgewonden twitteraars die de uitleg van de premier helemaal niet nodig hadden om tot een oordeel over het gedrag van de koning te komen.

In staatsrechtelijke zin staat de ministeriële verantwoordelijkheid nog fier overeind, maar in de samenleving van ongedurige burgers lijkt ze haar betekenis te hebben verloren. De finesses van een regeling waarbij de minister-president verantwoordelijk is voor de handel en wandel van het staatshoofd, zijn aan hen niet meer besteed. Als het staatshoofd iets doet dat hun niet bevalt, willen zij daar het staatshoofd op aanspreken. 

De overhaaste terugkeer van koning Willem-Alexander en zijn gezin uit Griekenland.Beeld ANP

In het verleden werden constitutionele crises, zoals de Greet Hofmans- en Lockheed-affaires, als het ware nog buiten het staatshoofd om afgehandeld. Maar de laatste decennia deed elke kwestie, groot of klein, waarbij leden van het Koninklijk Huis waren betrokken (meestal tijdelijk) afbreuk aan het draagvlak voor de monarchie.

Geruchten over de bemoeienis van koningin Beatrix met de benoeming van de ambassadeur, de aanwezigheid van een lid van de familie bij een jachtpartij, 180 rijden op de snelweg, een liaison van de toenmalige kroonprins met de dochter van een Argentijn met een dubieus verleden, een onhandige reactie van de kroonprins op de commotie die daarop ontstond, ontboezemingen van een nichtje van de koningin over de kracht van haar opvattingen, de aanschaf van een vakantiehuis in Mozambique of van een prijzige speedboot: bij elke rel vragen de onderdanen – die zichzelf als opdrachtgevers van de koning beschouwen – of zij dat allemaal nog wel willen.

Zij kunnen zich troosten met de gedachte dat diezelfde vraag wellicht ook geregeld in Huis ten Bosch zal worden gesteld. Het contract tussen de Oranjes en het volk van Nederland kan tenslotte door beide partijen worden opgezegd.

Lees ook

De premier is gewaarschuwd: hij kan de koning niet uit het oog verliezen
Koning Willem-Alexander was de waarschuwingen van zijn ouders vergeten bij zijn Griekse vakantie. Voor premier Rutte is het een signaal dat hij niet blind kan vertrouwen op de koninklijke antenne.

De geboren koning en de gekozen premier: het ongemak gaat al generaties terug
Premier Rutte nam afgelopen weekend royaal de ministeriële verantwoordelijkheid voor de vakantie van het koninklijke gezin, die hij naar eigen zeggen had moeten ‘heroverwegen’.  Waarom hij niet anders kon, leest u hier.

Koninklijke jetset-proleten met schijt aan de wereld
Columnist Bert Wagendorp is er klaar mee: maak van Nederland weer een trotse republiek, schrijft hij in deze column.

Versober de koning en nog drie aanbevelingen voor een ‘moderne’ monarchie (en een voor afschaffing)
Europese monarchieën overleven doordat het koningschap een ceremoniële, symbolische functie is geworden. In Nederland moet die ontwikkeling veel duidelijker in wet- en regelgeving worden vastgelegd, vindt hoogleraar Paul Bovend’Eert.

Meer over