Het complot is overal

In Frankrijk hebben extreem-rechts en radicaal linkse antimondialisten elkaar gevonden als bondgenoten in het complotdenken. Zij richten zich tegen Bush jr., Sharon en de joden....

Door Martin Sommer

Van oudsher heeft Nederland weinig op met samenzweringen, intriges, opgepoetste façades waarachter zich rottende kelders ophouden. Hier bleven de gordijnen altijd open. Niets te verbergen, onze protestantse God zag ons toch wel. Maar klopt dat zelfbeeld van een doorzichtige, schoongeschrobde, goedburgerlijke samenleving nog wel? Wantrouwen is vandaag de dag ook in de Nederlandse politiek het sleutelwoord.

En wantrouwen is het petrischaaltje waarin het complotdenken floreert.

Het begon met Oude Pekela en de Witte Mannen die rondspookten na de Bijlmerramp. Het alomvattende geheim kwam tot volle wasdom bij Tomas Ross, die het script leverde voor Theo van Goghs 0605, een achttien karaats complotfilm over de moord op Pim Fortuyn. Dader Volkert van der G. werd aangestuurd door de AIVD om ervoor te zorgen dat de regering de Amerikaanse Joint Striker Fighter zou bestellen. Ross kwam op televisie uitleggen dat het geen toeval kon zijn dat de politie na de moord zo snel ter plaatse was. Het kan geen toeval zijn - hét cruciale zinnetje dat wijst op samenzweringsdenken waarin de waarheid een verborgen leven leidt en niets is wat het voorgeeft te zijn.

In eerste aanleg haal je je schouders over dit soort faction op. Lezing van Les nouveaux imposteurs - de nieuwe bedriegers - van de Franse journalist Antoine Vitkine draagt de twijfel aan. Het complot hoort bij Frankrijk als de croissant en de alpino, het is al eeuwenlang pasmunt in een van argwaan doordrenkte samenleving. Volk en elite hebben elkaar er altijd beloerd, de gangen van de macht waren ondoorgrondelijk, en joden en vrijmetselaars dienden zich aan om onaangename gebeurlijkheden van een verklaring te voorzien. Dat klinkt allemaal enorm on-Nederlands. Maar, schrijft Vitkine, het complot heeft een florissante toekomst, en niet alleen binnen de Franse grenzen.

Aanleiding voor zijn bespiegelingen waren twee televisiedocumentaires die Vitkine maakte over de zogenoemde affaire-Meysson, vernoemd naar de man die een succesvol boek schreef over 11 september. In l'Effroyable imposture - het verschrikkelijke bedrog - beweert Thierry Meysson dat er helemaal geen vliegtuig op het Pentagon is gestort. Die dag was er in werkelijkheid een fascistische coup gaande van de Amerikaanse legertop. President Bush deed een greep naar de wereldmacht en zette als voorwendsel de aanslagen in scène. '11 september is de Rijksdagbrand', zei Meysson op televisie, met een knipoog naar de brandstichting in het Duitse parlement die Hitler in 1933 met succes de communisten in de schoenen wist te schuiven.

Echo's van dit soort ideeën over 11 september hebben Nederland wel bereikt, maar we zijn ons er hier nauwelijks van bewust dat dit in Frankrijk, Duitsland en zeker in de Arabische wereld courante gedachten zijn. Een populaire variant is dat onder de aanslagen niet de handtekening van Al Qa'ida stond, maar die van de Israëlische veiligheidsdienst Mossad. Thierry Meysson verkocht honderdduizenden boeken, zijn werk werd in 28 talen vertaald (niet in het Nederlands). Hij is tussen Rabat en de Perzische golf na Chirac de bekendste Fransman. Het verontrustende is dat je Meysson niet als een fantast kunt wegzetten. Hij is de partijsecretaris van de fatsoenlijk linkse Parti Radical de Gauche, die in de persoon van Bernard Kouchner nog onlangs deel uitmaakte van de Franse regering.

Traditioneel zijn de Franse liefhebbers van het duistere denken te vinden bij extreem-rechts. Jean-Marie Le Pen, voor het boek geïnterviewd, kijkt helemaal niet op van Meyssons these. Hij haalt ouderwets uit tegen Amerika, de wereldmacht van de media, het IMF en de VN en 'de financiële machten' - en kenners weten dat daarmee de joden worden bedoeld. Vitkine wijst op de merkwaardige dwarsverbanden in Frankrijk tussen extreem-rechts en met name linkse antimondialisten. Een ouderwetse extreem-rechtse specialiteit waren de 'Protocollen van de wijzen van Zion', een gefingeerd joods wereldcomplot uit het begin van de vorige eeuw. Aanhangers daarvan vinden we nu terug bij de linkse beweging 'Non à la guerre', terwijl de Asterix van het antimondialisme, José Bové, suggereert dat recente aanslagen op Parijse synagoges door de Mossad georkestreerd zijn.

De vertaling van Meyssons boek in Duitsland verscheen bij een dubieuze uitgever die eerder een roman van Saddam Hussein in de aanbieding had. Voorts wijst Vitkine erop dat de ideeën van Le Pen bijna letterlijk terug te vinden zijn in het beginselprogramma van de radicale Palestijnse beweging Hamas. Bij elkaar een merkwaardige coalitie van extreem-rechts, radicaal links en pro-Palestijnse activisten; zij zijn het met elkaar eens over de slogan die tijdens een Parijse manifestatie te horen was: 'Bush, Sharon, Hitler, waar is het verschil?'

Ik geloof niet dat er in de doorsnee-criticus van de Amerikaanse Midden-Oostenpolitiek een antisemiet hoeft te schuilen. Vitkine erkent zelf dat Amerika met het gelieg en gedraai over de massavernietigingswapens krachtig heeft bijgedragen aan het verzieken van de atmosfeer. Maar, meent hij, daarover is al meer dan genoeg geschreven, en bovendien gaat het hem niet om de staatsraison, die van alle tijden is. Interessanter is dat Vitkine laat zien hoe het idee van de wereld als schaduwtheater zich snel aan het verspreiden is. Complotdenkers kunnen moeilijk aanvaarden dat Bush Irak werkelijk is binnengevallen om de status quo in het Midden-Oosten een ander aanzien te geven. Het móet de olie zijn, in dienst van Halliburton en andere multinationals, zoals bijvoorbeeld Michael Moore betoogt in zijn film Fahrenheit 911, door Vitkine 'complot soft' genoemd.

De centrale vraag van de samenzweringsgelovigen is: wie heeft hier voordeel bij? Die moet dan ook de slechterik zijn. In de complottistische logica bestaan geen losse feiten, geen historisch proces of belangenstrijd en zeker geen onbedoelde gevolgen. Er bestaat alleen het grote geconstrueerde geheim. Alles hangt met alles samen, en waar rook is, moet het branden. Wat later gebeurde, is zeker een gevolg van het voorafgaande. Details, volkomen zijdelingse informatie of anekdotes worden beschouwd als kernstukken, als bewijzen. Dat maakt het zo moeilijk het complot te bestrijden.

Waarom kon er volgens Meysson nooit een vliegtuig op het Pentagon zijn gestort? Omdat er op het grasveld voor het ministerie helemaal geen verbrande resten van het toestel te zien waren, en omdat het gat in het gebouw veel te smal was voor de vleugelwijdte van het betrokken vliegtuig. Experts haalden hun schouders op over zoveel onbenul. Maar dan volgt de volgende fase van het samenzweringsdenken: de ware toedracht wordt voor ons achtergehouden, subsidiair de media doen hun werk niet goed.

Daar komt de informatiechaos dankzij het internet nog eens bij. Op het web is de waarheid relatief geworden. Iedereen heeft er evenveel recht van spreken. En wie niet wil geloven wat hem wordt verteld, gelooft graag wat wordt ontkend. 'Omdat de doorsnee-media er niet over berichten, moet het wel waar zijn', is op het internet een vaak gehoorde beginselverklaring.

Een prachtig voorbeeld is de duizendvoudig herhaalde opmerking van de Israëlische premier Sharon tegenover Shimon Peres, 'dat wij, het joodse volk, de Amerikanen aan een touwtje hebben'. Die uitspraak zou afkomstig zijn uit het Israëlische dagblad Ha'aretz. Daarin was evenwel niets te vinden. Vitkine vlooide het heel precies na: het was een obscure Islamitische Associatie voor Palestina die de boodschap het net opstuurde, met als bron de Israëlische krant. De informatiesamenleving, sombert Vitkine, brengt meer schemering en halve duisternis dan verlichting.

In essentie is het complot het zieke kindje van de mondialisering, schrijft Vitkine. Vandaar de aantrekkingskracht op tegenstanders daarvan. Men wil geloven dat Amerika het grootste gevaar op aarde is, en niet de terroristen. Dat is een comfortabel, overzichtelijk idee. De echte wereld is te ingewikkeld geworden, steeds moeilijker te bevatten. Complotdenken biedt een aantrekkelijk, want eenvoudig schema voor een moeilijke werkelijkheid. De machtige móet de zwakke wel onderdrukken. Zodoende wordt Al-Qai'da het gevolg van de Amerikaanse overmacht, en de vrucht van de vernedering van de islamitische wereld.

Wat valt hier voor Nederland van op te steken? Complotdenken hoort zoals gezegd niet bij de Nederlandse canon. King Kong, de Velser affaire, de stadhoudersbrief - dat zijn samenzweringen van Hollands allooi, allemaal liefhebberij voor een ouwelijk publiek. Wat zegt het dat een klassieke samenzweringsroman als De Da Vinci Code in heel Europa, en dus ook in Nederland, een bestseller werd? Of dat Michael Moore in Amsterdam even enthousiast werd bekeken als in Cannes?

Het zegt in ieder geval dat zich een Europese smaak aan het ontwikkelen is. Daar hoort vooralsnog niet het uitgesproken en confronterende Franse debat bij - in Nederland hebben we nog geen schim van de Franse virulente antisemitische traditie. Maar ook hier neemt het antisemitisme ontegenzeglijk toe, niet in de laatste plaats onder invloed van de Arabische televisiezenders.

Ook op het Nederlandse internet steken de bloemen van het samenzweringsdenken hun knopjes boven de grond. Tot deze week kon je kijken op De gestopte roker, de voortzetting van de site van Theo van Gogh. Daar mailden de columnisten die het in de krant niet gered hebben, met elkaar over hoe de linkse kerk overal zijn linkse deken overheen gooit. Misschien was het allemaal in de marge, net als Theo van Gogh dat zelf was toen hij bij leven halfgemeend waarschuwde voor de 'vijfde colonne van de geitenneukers'.

Zorgelijker, want minder marginaal, zijn de weldenkende columnisten die na 2 november schreven over de op handen zijnde staatsgreep. Welk vermoeden van hooibroei in de nationale volksgeest ging daarachter schuil? Anderen - zeker niet minder invloedrijk - schreven in alle ernst over 'handelaren in angst', politici die na de moord op Van Gogh het volk ophitsten om er zelf beter van te worden of om harde maatregelen door te drukken. Daar werd direct geput uit de gereedschapskist van de intrigant.

Vitkine schreef het al: het complot is overal. Wat valt er tegen te beginnen? De meest wijze woorden komen van alweer een Franse schrijver, Pascal Bruckner: een democratie kan alleen maar bloeien als iedereen bereid is wantrouwen te koesteren tegen zijn eigen wantrouwen.

Meer over