Het botert niet tussen het Kremlin en Kiev

Het Russische dreigement om de gaskraan voor Oekraïne dicht te draaien, lijkt meer op een wraakactie dan op een zakelijk conflict....

Sinds de Oranje Revolutie is de relatie tussen Kiev en Moskou gebaseerd op achterdocht. De overwinning van de pro-westerse econoom Viktor Joesjenko op ex-premier Viktor Janoekovitsj was een gevoelige afgang voor de Russische president Vladimir Poetin, die actief aan de campagne van Janoekovitsj had meegewerkt. Poetin is een trotse man die zeer hecht aan zijn imago. Zijn reactie is als volgt: als de Oekraïners zo graag bij de Europese Unie en de NAVO willen horen, dan moeten ze ook de westerse prijzen voor het gas betalen.

Dat klinkt niet onredelijk. Maar om de energieprijzen vervolgens in één klap te verviervoudigen en te dreigen met het acuut dichtdraaien van de gaskraan, getuigt van weinig fijngevoeligheid. Dat lijkt meer op een wraakactie. Zeker omdat de meeste andere voormalige Sovjet-republieken een gasprijs blijven betalen die ver onder de marktwaarde ligt. Oekraïne wil best de marktwaarde gaan betalen, maar vraagt om een overgangstermijn van vijf jaar.

Ruslands emotionele verbondenheid met Oekraïne is eeuwenoud. De eerste Russische staat was gecentreerd rond Kiev, de huidige hoofdstad van Oekraïne. In de dertiende eeuw vernietigden de Mongolen deze staat. Het Russische rijk verschoof naar het noordoosten, naar het bosrijke gebied rond Moskou.

Vanaf de veertiende eeuw viel Oekraïne (wat grensgebied betekent) vier eeuwen lang onder Pools gezag. Deze Poolse overheersing verklaart veel van de culturele verschillen tussen Oekraïne en Rusland. Het tsaristische Rusland was autocratisch, terwijl Polen een constitutionele monarchie kende met een parlement en burgerlijke vrijheden. Via Polen kreeg het katholicisme een stevige voet aan de grond, en kwamen intellectuele Oekraïners in contact met het Westen.

Begin zeventiende eeuw won het Russische imperium langzaam terrein in Oekraïne. Het gebied kreeg de naam 'Klein Rusland'. Nationalisme werd bestreden, in 1876 verbood de tsaar het schriftelijke gebruik van het Oekraïens. Het centrum van het Oekraïense nationalisme verhuisde naar Galicië in het Westen, dat met de hoofdstad Lemberg (nu Lviv) deel uitmaakte van het Habsburgse Rijk.

Lenin verleende Oekraïne de status van Sovjet-republiek: formeel soeverein maar in werkelijkheid onder controle van de Communistische Partij. De Sovjet-overheersing over Oekraïne werd pas midden twintigste eeuw volledig. In 1945 annexeerde het Rode Leger het toen weer Poolse Galicië. Stalin dwong de Oekraïense onderdanigheid af met onder meer een hongersnood. Daarbij kwamen zeker 7 miljoen Oekraïners om.

Toen de Sovjet-Unie in 1991 uiteenviel riep Oekraïne de onafhankelijkheid uit. Om de scheiding van de Sovjet-republieken minder pijnlijk te maken, richtte een meerderheid van die landen het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) op - onder aanvoering van Moskou. Een van de belangrijkste afspraken was dat Rusland energie zou verschaffen tegen een lage prijs, in ruil voor 'begrip en vriendschap' voor de oudere broer.

Sinds de Oranje Revolutie probeert Oekraïne zich wat meer van die oudere broer te distantiëren, zoekend naar grotere onafhankelijkheid en een eigen toekomst. Aan die nieuwe politieke ambities blijkt een prijskaartje te hangen.

Onder president Poetin heeft het Kremlin ontdekt wat een machtig en manipulatief instrument energie kan zijn. Met behulp van de staatsenergiegigant Gazprom toont Poetin Joesjenko wie de sterkste is. Joesjenko kan niet anders dan erkennen dat hij van Rusland afhankelijk is. Want de EU staat nog niet met open armen klaar om Oekraïne als kandidaat-lid te verwelkomen.

Meer over