Het bonte leven onder de grond

De uitklapbare foto toont een gezin in een onderaardse schuilkelder. Tegen de wand een kast met voedsel in blik en een flinke stapel toiletpapier, op de grond tomatensap in grootverpakking....

De foto is gemaakt in 1955 en stamt uit een Amerikaanse brochure die voorschrijft hoe te handelen bij een atoomaanval. Met die wetenschap in het achterhoofd vertoont de foto een aantal ongewone details. Zo ziet de hooggehakte moeder eruit of ze zojuist een beauty-salon heeft verlaten. Oma heeft blijkbaar nog alle tijd gehad haar juwelen te verzamelen. Het ventje grijnst voluit in de camera en de eveneens keurig in het pak zittende vader - boven woedt een vuurzee die de lucht in de longen in brand zet - heeft zojuist een sigaret opgestoken. Alsof ze zeggen willen: het is hier beneden even behelpen, maar straks gaan we met z'n allen naar het restaurant op de hoek.

De vergelijking met de foto van een thuisloze in een metrotunnel in New York is niet te weerstaan. De man woont in de tunnel, bezit een haveloos keukenkastje met daarop pakjes en blikjes voedsel, en beschikt - evenals de bewoners van de schuilkelder - over een radio, het enige contact met de bovenwereld. Hij warmt zich aan een open vuur en steekt op het moment dat de fotograaf afdrukt, een sigaret op. De foto is aangrijpend - in tegenstelling tot de foto van de schuilkelder, die uitsluitend was bedoeld om de macabere realiteit te verbloemen.

Beide foto's staan afgedrukt in het Kerstnummer Grafisch Nederland (Koninklijk Verbond van Grafische Ondernemingen; ¿ 89,-), dat dit jaar verschijnt onder de titel Onder de grond, opnieuw een thema dat zich leent voor een visuele aanpak - vanouds de kracht van het Kerstnummer. De ondergrondse wereld passeert in diverse bijdragen de revue: het intensieve dierenleven in de bodem, bunkers en verdedigingswerken, archeologische vondsten, de Kanaaltunnel, het in de Bijlmer begraven kunstwerk van Pieter Engels.

Marlou Wijsman doet verslag van een bezoek aan het blijkbaar door veel Nederlanders gefrequenteerde Riolenmuseum in Brussel, en Murk Salverda daalt af in de literaire onderwereld van Dante en Vergilius. Verder leren we dat het niet verstandig is zomaar een kuil te graven, omdat grote kans bestaat dat we stuiten op een riool, water-, gas-, electiciteits- of telefoonleiding; in totaal zit er circa 150 miljoen kilometer leiding in de Nederlandse grond.

In het hart van het Kerstnummer - sfeervol en leesbaar vormgegeven door Theo Peters en Leo Verhallen van Comma-S ontwerpers - is een interview met Friso Kramer afgedrukt. Kramer is een industrieel vormgever die onder meer brievenbussen, straatlantaarns en stoelen op zijn naam heeft staan. Daarnaast verkondigt hij sinds jaar en dag een filosofie die wonderwel past bij het thema van het Kerstnummer, ware het niet dat de stokpaardjes van een zeloot op den duur irriteren.

Voor de zoveelste keer bepleit hij ('Het is zo eenvoudig als een bos uien') dat we met z'n allen een flink deel van de ons op aarde gegeven tijd onder de grond moeten doorbrengen. Volgens de ontwerper is ons lichamelijk heil in de toekomst afhankelijk van een intercontinentaal netwerk van tunnels voor personen- en goederenvervoer, die een einde moeten maken aan de bovengrondse verkeersstromen van auto's en treinen. Vliegtuigen en vrachtschepen dienen tot schroot vermalen en ook fabrieken moeten in de grond.

Zijn pleidooi is hartstochtelijk en nu en dan vermakeljik om te lezen, maar inhoudelijk is het onbedaarlijke onzin in een wereld waar, om iets te noemen, de premier van Nederland met de pet in de hand in Brussel moet gaan vragen of hij de BTW voor schoenreparaties mag verlagen, laat staan dat hij vanaf Den Helder een tunnel kan doortrekken richting St. Job in 't Goor.

Hub. Hubben

Meer over