'Het blijft het topje van de ijsberg'

Douwe de Boer was hoofd van het dopinginstituut in Utrecht, dat zijn IOC-accreditatie verspeelde. Hij verhuisde naar Lissabon, waar hij in dezelfde functie werkzaam is....

EEN TWEEDE GLAS rode wijn slaat hij af. Dr. Douwe de Boer wil later deze avond nog enkele flesjes urine onderzoeken. De WK atletiek vinden plaats in Lissabon en het dopinglaboratorium waaraan hij leiding geeft, moet dit weekeinde meer dan honderd monsters verwerken.

'We draaien 24-uursdiensten, de resultaten van de testen behoren binnen een etmaal terug zijn bij de IAAF.' Een nerveuze tijd is het. 'We zijn zenuwachtig. Doen we het wel goed, glipt er niks tussendoor? Werkt de apparatuur wel adequaat?'

Het lab waar hij werkt, het Laboratório de Análisas de Dopage e Bioquímica, verwacht ter controle tussen de honderd en honderdvijftig plasjes. 'Exact kun je dat op voorhand nooit zeggen', zegt De Boer. 'Alle medaillewinnaars worden gecontroleerd, maar ook atleten die nationale records vestigen, zullen worden gecontroleerd. Het totaal hangt van die records af.'

Statistisch zou een op de honderd urinemonsters verboden middelen moeten bevatten. Als zijn acht laboranten één besmet plasje vinden, dan kan de klant, in dit geval de IAAF, tevreden zijn.

De Boer lacht: 'Zeker weten doe je het nooit, maar een positief monster zal er bijna altijd zijn. De IAAF stuurt namelijk vaak een positief controlemonster mee. Wij weten dan niet dat het om een test gaat. Mochten we het missen, dan hebben we ons werk slecht gedaan.'

Het dopinglab wordt dus ook zelf gecontroleerd? 'Ja, dat is gebruikelijk bij grote sportevenementen.' Tijdens de controle weten laboranten uiteraard niet dat het om een blind-control gaat. 'Alle monsters zijn anoniem, namen horen we nooit, pas later krijgen wij ook te horen dat plas nummer zoveel een zogenoemd testmonster was. Op dat moment gaat dat positieve geval onmiddellijk bij ons uit de statistieken.'

Heeft een bond hiermee geen troefkaart achter de hand? Wat als de IAAF bij grote evenementen geen testmonsters verstuurt? Kan dan de positieve en voor de controleurs anonieme plas van een grote wereldster achteraf alsnog tot testmonster worden benoemd?

De Boer: 'Die cynische gedachte is nooit bij me opgekomen. Maar het zou in theorie kunnen. Daarmee zouden ze inderdaad een grote zaak onder het tapijt kunnen vegen. Dat ze achteraf zeggen: dat positieve plasje met dat nummer was een controlemonster.'

Hij denkt na, en zegt dan: 'Ik geloof er eigenlijk niet in, maar misschien ben ik te naïef. Vroeger had het zeker gekund, met de komst van het World Anti-Doping Agency (WADA) is de dopingpolitiek transparanter geworden. Neem het geval van die positieve Finse langlaufers. Die werden niet betrapt door hun eigen bond, maar door het WADA.'

Nogmaals, vroeger, toen kon je frauderen. 'Je had in de jaren tachtig drie labs in België. In Gent had je twee laboratoria, A en B. Sporters, wielrenners vooral, wisten dat ze voor de contra-expertise naar lab B moesten. Het resultaat daar was altijd negatief.'

Hij spreekt uit ervaring. 'Ik begeleidde in 1988 een atleet, namen noem ik niet, die bij een ander lab positief was bevonden. We komen in Gent voor de contra-expertise vragen ze aan mij, een broekie nog, hoe de procedure precies werkt.'

De Boer grijnst: 'Ik heb ze het keurig uitgelegd. Maar toen ik het daarna mis zag gaan, heb ik niets gezegd.' Speelde hij op dat moment geen advocaat van de duivel? 'Mijn rol was om die atleet bij te staan, om te kijken of de juiste procedures werden gevolgd. Ik was er niet om hem aan de schandpaal te nagelen.' Voor de goede orde: Lab B in Gent is inmiddels gesloten.

Hij stond in het verleden vaker sporters bij die de dupe waren geworden van het falen van de regels. Want: 'Het systeem ging en gaat ook wel eens in de fout.' In zijn Nederlandse tijd werd hij voor deze visie vaak op de vingers getikt, door dopingvorser Manfred Donike uit Keulen bijvoorbeeld. 'Hier in Lissabon sta ik atleten in moeilijkheden nauwelijks nog bij, mijn rol is toch een andere.'

Drie jaar geleden vertrok De Boer van Utrecht naar Portugal. In Utrecht leidde hij het Nederlands Instituut voor Drugs- en Doping Research (NIDDR), een universitaire instelling die in 1995 de benodigde IOC-accreditatie niet wist te verwerven. In Lissabon kon hij directeur worden van een wel volwaardig instituut.

De overgang is hem niet tegengevallen, zegt hij in een restaurant in de uitgaanswijk Baixa van Lissabon. 'Al malen de bureaucratische molens hier trager. Als ik iemand wil aannemen, dan gaan daar vele maanden, soms zelfs een heel jaar, overheen. Een aanstelling is pas legitiem, als zij in de staatscourant is gepubliceerd.'

Drieduizend Portugese, maar ook Braziliaanse en Cubaanse plasjes controleert zijn laboratorium jaarlijks. Zo'n 2 procent blijkt positief. Bij de overtredingen zitten voetballers uit de lagere divisies die efedrine of verboden genotmiddelen hebben gebruikt, zoals cocaïne en cannabis.

Ook zijn er voetballers die betrapt zijn op het gebruik van amfetamines, stimulantia die volgens hem in het Spaanse voetbal trouwens regelmatiger worden aangetroffen. 'Zinloos. Als voetballer heb je er weinig aan. Wat heeft het voor zin om enthousiast met de bal voorbij de cornervlag te draven?'

En dan is er in Portugal nog marathonloper Luis Jésus, die betrapt werd op het gebruik van nandrolon, het omstreden middel waarbij De Boer ook z'n twijfels heeft. 'Het lichaam maakt het zelf ook aan. En er bestaan wetenschappelijke onderzoeken waaruit blijkt dat sporters het spul door vervuilde voedingssupplementen binnen hebben gekregen. Diverse labs in de wereld zijn met vervolgonderzoeken bezig.'

Hij spoort naar verboden middelen in sportplasjes, maar vindt niet dat hij als 'dopingjager' betiteld mag worden. Want het wetenschappelijk onderzoek vindt hij veel interessanter. Zo slikte hij zelf doping, om maar positieve plasjes te krijgen voor onderzoek. De voormalige korfballer uit Groningen ging er trouwens niet beter door sporten. 'Ja, van stanozolol, het spul dat Ben Johnson gebruikte, kreeg ik acne.'

Hij benadrukt de waarde van het wetenschappelijk speurwerk. 'We moeten bij de WK atletiek hier minimaal acht procedures afwerken. Voor elke grote dopingsoort een anabolica, een amfetamine, noem maar op. Ik heb er negen procedures van gemaakt, op persoonlijk initiatief zoeken we ook naar HES.'

Een jaar geleden maakte hij al een stagiaire vrij die zich mocht verdiepen in het middel dat bij het meten van de hematocrietwaarde het gebruik van EPO weet te maskeren. 'Toen die Finse langlaufers bij de WK op HES werden betrapt, hebben we besloten de test versneld in te voeren.'

Opmerkelijk, het ene laboratorium speurt wel naar HES, het andere niet. De Boer: 'Je volgt als lab standaard een aantal procedures, maar daarnaast staat het je vrij om extra testen uit te voeren. Sporters mogen er overigens van uitgaan dat de héle lijst wordt gecontroleerd. Maar ja, de lijst is lang.'

Nu is er dan eindelijk een EPO-test, maar er zullen altijd nieuwe middelen zijn die lastig te traceren zijn. 'Momenteel zijn dat groeihormonen, straks, rond 2004, wordt het genetische doping.'

Hij wordt er niet moedeloos van: 'Welnee, we gaan het nog beleven dat van sporters DNA-profielen zullen worden aangelegd, om dat te kunnen aantonen. Interessant toch?'

Opgewekt: 'We zullen altijd alleen het topje van de ijsberg zien. We hebben er geen idee van hoe groot die berg werkelijk is. Er huist veel meer onder water.'

Meer over