Het Blauwe Licht

In de Duitse krant 'Die Zeit' woedt de laatste weken een felle discussie, met de filosoof Peter Sloterdijk als middelpunt van kritiek....

Het VPRO-programma Het Blauwe Licht (woensdag, Nederland 3, 19.55 uur) gaat over deze verdingelijking van de persoon. Anil Ramdas en Stefan Sanders spreken met twee gasten over televisiefragmenten en analyseren 'wat er gebeurt met mensen als ze voortdurend worden blootgesteld aan de camera'. Maar het rare van de gesprekken in Het Blauwe Licht is, dat ze de verdingelijking niet opheffen. Integendeel. Het verlies van de persoonlijkheid wordt er alleen maar ingrijpender door.

Op woensdag 22 september zijn de gasten ambtenaar/schrijver Maarten Asscher en filosoof/schrijver Joke Hermsen. Het panel kijkt naar Katja Schuurman, die door Martin Símek rechtop voor de camera is gezet en nogal lichamelijk wordt geïnterviewd. Het panel ziet zonder verdere omhaal dit kunstmatige portret aan voor een afbeelding van Schuurmans diepste wezen. Men velt op basis van tweëenhalve minuut televisie een genadeloos eindoordeel: Schuurman is 'een lege huls', haar 'zelf is helemaal niets', ze speelt een 'hysterisch-narcistisch spel', al is ze 'professioneler in haar stoornis dan Símek'. Een ding? 'Een beestje bijna.'

De gesprekspartners komen geen moment op de gedachte dat de persoon die ze bespreken gevoelens heeft, een 'schmerzempfindliches Es' is, in de woorden van Sloterdijk. Ik zie het met grote schaamte aan. Wat als het ding Schuurman op de gedachte kwam, een eer te bezitten?

Twee weken eerder wordt aan Annemarie Prins en Hoos Blotkamp een fragment getoond waarin een moeder pijnlijk van mening verschilt met haar puberdochter. 'Ik vind dat dit niet op televisie moet,' zegt Prins. 'Er moet geen camera bij?' vraagt Sanders. 'Nee, ik denk dat dat de toestand niet beter maakt.' Inmiddels is door de bespreking in Het Blauwe Licht de scène al voor de tweede keer op de televisie geweest, en is het gedrag van de moeder tot in de intiemste details beoordeeld. Van haar interieur ('Biedermeier') tot aan de manier waarop ze zit ('keurig').

Het verbaast me dat programmamakers die geïnteresseerd zijn in de positie van andere programmamakers, niet de minste aandacht besteden aan hun eigen positie. Niet aan de legitimatie van hun oordeel. Niet aan de gevolgen van hun commentaar.

Hier spreken toch mensen die in staat zijn tot enige reflectie. Waarom worden ze dan, gevangen in het blauwe licht, plotseling zo zelfgenoegzaam en zo meedogenloos? Waarom doorzien ze niet dat de aanwezigheid van de camera ook hun eigen meningen manipuleert en vervormt? En waarom richten ze al dat dodelijke intellect op het uiterlijk van Katja Schuurman?

De gesprekspartners beseffen uiteindelijk niet meer dat ze zelf een rol spelen in de werkelijkheid die ze bespreken. Zo kan de commandant van een asielzoekerscentrum door Asscher worden omschreven als 'Eichmann in Ter Apel' zonder dat iemand protesteert. De discussianten zijn judge and jury en voelen geen enkele verantwoordelijkheid voor het asielbeleid: ze kijken immers alleen maar naar het asielbeleid, via de televisie.

Het wordt misschien eens tijd dat Sanders en Ramdas fragmenten uit hun eigen programma selecteren, om die aan een even kritisch oordeel te onderwerpen als de fragmenten uit programma's van anderen.

En Katja Schuurman? Die maakt zich volgens het interview met Símek 'geen zorgen meer of ze me nog wel aardig of leuk vinden'. Gelijk heeft ze.

Meer over