Beter leven

Het bijenseizoen is begonnen: zo voelt de bij zich welkom in jouw tuin

Het bijenseizoen is begonnen. Afgelopen weekend was de Nationale Bijentelling en vandaag is het Nationale Zaaidag voor Bijen. Door de juiste bloem of plant te zaaien, help je de bij. Wat kun je nog meer doen in je tuin of op het balkon? En wat kun je beter laten?

null Beeld Najib Nafid
Beeld Najib Nafid

Bloemzaad voor bijen: rode klaver, rolklaver en slangenkruid

Bijen hebben bloemen nodig. Ze drinken de nectar en gebruiken het stuifmeel om het nageslacht te voeden. Wie bijen een plezier wil doen, zaait dus bloemen.

Maar welke? Volgens David Kleijn, hoogleraar plantenecologie en natuurbeheer aan de Wageningen Universiteit, is de top-3 van planten die je moeten zaaien: rode klaver, rolklaver en slangenkruid. Hij adviseert om bijenzaad te kopen bij zaadtelers die gespecialiseerd zijn in inheemse plantensoorten, omdat zij weten welke bijensoorten een duwtje in de rug verdienen en welke planten in Nederland aanslaan. Dat die zaden duurder zijn, is onvermijdelijk. Kleijn: ‘Voor kwaliteit moet je wat betalen.’

Het tuincentrum verkoopt voor bijen een speciale zadenmix. De honingbij is een generalist en zal zich voeden met alle bloemen uit de mix. Maar juist de bijensoorten waarmee het slecht gaat, zijn een stuk kieskeuriger. Deze kwetsbare soorten hebben niet zoveel aan deze zaden, helaas. Dan zijn wilde planten zoals dovenetel of akelei bijvoorbeeld beter. Die bevatten veel nectar, maar zijn voor de gedomesticeerde honingbijen te diep, terwijl hommels er wel bij kunnen.

Linde Slikboer, een enthousiaste bijenkenner van het EIS, het Kenniscentrum Insecten, waarschuwt voor plantjes die behandeld zijn met insecticiden. ‘Wilde bijen eten er wel van, maar raken vervolgens verzwakt.’ Biologisch en echt wild blijft dus het devies.

Hoe maak je van je tuin een groen paradijs?
Begin klein. Hang een insectenhotel op, trek een paar tegels uit de grond en zet er planten in, poot inheemse struiken of bloemen die vogels en insecten aantrekken, laat onkruid staan, graaf een vijvertje voor libellen, maak hoopjes van je snoeiafval zodat beestjes kunnen schuilen. Maar vooral: ‘Doe wat je leuk vindt en laat je verrassen.’

In zijn eigen stadstuintje in Utrecht heeft boswachter Tim van den Broek drie insectenhotels aan de schutting hangen, daaronder heeft hij hop aangeplant. ‘De hop trekt luizen aan die op hun beurt weer lieveheersbeestjes lokken.’ Hommels zijn gek op de wilde kaardenbol die met zijn zaadbol in de winter voedsel oplevert voor vogeltjes. Lees hier meer.

Het bijenhotel: heel leuk, maar vooral voor de bewustwording

Te koop in vrijwel elk tuincentrum voor ongeveer 10 euro. Een bijenhotel is een kastje waarin bamboe en riet liggen opgestapeld of een houten blok waarin gaten zijn geboord.

Heeft het eigenlijk zin om zo’n hotel te kopen en waar moet je op letten? Ga niet voor een exemplaar met kamers die gemaakt zijn van holle bamboestengels. ‘Als je er doorheen kunt kijken, dan hebben bijen er niks aan. De bijen maken een nestje in een holletje, maar aan de achterkant moet de holte wel gesloten zijn. Ze vertikken het om zelf een achterwand te maken’, aldus Kleijn.

De hotelgasten hebben nog een tweede verzoek, dat zelden wordt ingewilligd. Ze willen gladde holtes, niet van die rafelige stengels, want de scherpe rafels beschadigen hun vleugels.

Van de wilde bijensoorten zijn er maar ongeveer 30 die in bestaande holtes nestelen. De overige soorten leven in de grond. Kleijn vindt bijenhotels dan ook ‘hartstikke leuk, maar vooral voor de bewustwording.’

Ook Volkskrant-journalist Caspar Janssen heeft een bijenhotel op zijn balkon staan. Hij vroeg aan Linde Slikboer waarom zijn bijenhotel nog geen gasten heeft. ‘Zelfs niet nadat ik er een bord met leem naast heb gezet, om het metselwerk van de bijen te faciliteren. Linde vermoedt dat het te maken heeft met de scheuren die inmiddels in het hout zitten, dat maakt veel holletjes waardeloos.’

Boeken over de bij
Wie graag mooie, meeslepende boeken leest en ook alles wil begrijpen van het leven van hommels en andere wilde bijen, en hun interactie met planten kan niet heen om het werk van de Britse hommeldeskundige Dave Goulson. Hij schreef er vier: Een verhaal met een angel, Geroezemoes in het gras, De vlucht van de hommel en De tuinjungle (uitgeverij Atlas Contact).

Een geweldig naslagwerk over (het leven van) wilde bijen in Nederland is Gasten van bijenhotels van Pieter van Breugel. Inclusief alle mogelijkheden voor nesthulp en het creëren van een voedselrijke omgeving (uitgegeven door EIS Kenniscentrum Insecten en Naturalis).

Een goede herkenningsgids: Veldgids Bijen voor Nederland en Vlaanderen. Van: Stefan Falk.

Bij EIS verscheen ook een Basisgids Hommels.

Lang leve het verwaarloosde gazon

De grondnestelende bijen kun je op een andere manier helpen, bijvoorbeeld met een verwaarloosd gazon.

Kleijn: ‘Ik heb zelf een niet al te groen gazon waar de buren van zullen zeggen: moet je daar niet eens wat aan doen?’ Maar kale plekken in het gras zijn voor bijen juist heel fijn om te nestelen. En de paardebloemen die overal de kop opsteken? Lekker laten staan, want de bloem is een belangrijke voedselbron voor vlinders, bijen en andere insecten.

Wie geen tuin heeft of het gazon niet wil offeren, kan met leem een broedplek voor bijen maken. Je vult bijvoorbeeld een groentenkistje met leem en zet dat op zijn kant of hangt het tegen de muur. Zo creëer je als het ware een bijencamping. Kleijn: ‘Dat werkt vaak heel goed. De bijen graven zelf hun holletje daarin uit.’

Zelf imkeren is niet de oplossing

Het aantal imkers in Nederland is de laatste jaren snel gegroeid. Daarmee neemt ook het aantal honingbijen toe. Wetenschappers zijn bezorgd over de gevolgen van die opmars. Ze vrezen dat wilde bijen verdrongen worden door hun gedomesticeerde familieleden. En ook wilde planten lijden daaronder.

Meer over