Het betonnen uniform van de Bijlmerbajes

Zes witte torens, een diepe gracht en een hoge muur: de bekendste gevangenis van Nederland. Fotograaf Nico Bick legde de ruimtes vast voor P.I., een boek over de Bijlmergevangenis.

'Het is er warm, klam, bedompt. Benauwd en vervelend. Overal zijn deuren, je voelt je opgesloten. Ik was blij als ik na een dag fotograferen weer naar buiten kon.' Nee, het was de Amsterdamse fotograaf Nico Bick (47) geen onverdeeld genoegen te werken in de Penitentiaire Inrichting Over-Amstel, beter bekend als de Bijlmerbajes. Maar zijn inspanningen van jaren zijn de moeite waard geweest: met zijn boek is de roemruchte gevangenis voor het eerst in beeld gedocumenteerd.


Vreemd eigenlijk, dat een gebouwencomplex dat vrijwel iedere Nederlander van buiten kent - grofweg: zes witte torens met een hoge muur en een gracht eromheen, vlakbij het Amsterdam Amstelstation - niet eerder onderwerp is geweest van een fotodocumentaire. Duizenden verdachten en veroordeelden van misdrijven hebben er sinds de bouw in 1978 weken, maanden en soms jaren achtereen doorgebracht. De bajes is een vat vol geschiedenis. Zeker als het complex over enkele jaren wellicht wordt gesloopt, is het voor de historie maar goed dat Nico Bick het heeft vastgelegd. De ooit als humaan bedachte, nu verouderde gevangenis staat op dure grond, waarmee Amsterdam andere plannen heeft.


Bick voelt zich als documentaire fotograaf aangetrokken tot plekken die, zoals hij het noemt, 'semi-openbaar' zijn: 'Ik vind het spannend plaatsen te onderzoeken die veel mensen misschien wel kennen, maar waar ze nooit binnen komen omdat ze een soort privésfeer ademen.'


Zo documenteerde hij archieven en benzinestations, de gammele optrekjes van hout, karton en plastic van zwervers aan de randen van de stad, de anonieme, afgelegen betonnen wachttorens uit de Koude Oorlog. En nu dus de Bijlmerbajes, met nadruk op de cellen waarin de gedetineerden een groot deel van de dag slijten.


Op de foto's, die Bick maakte tussen 2006 en 2009, is geen mens te zien. 'Dat heeft een heel praktische reden', zegt Bick. 'De gevangenisdirectie verbood het me om herkenbaar gedetineerden of personeel in beeld te brengen. Dat was geen probleem, want ik fotografeer eigenlijk nooit mensen. In mijn werk onderzoek ik ruimte, en hoe die wordt gebruikt. In die zin gaat mijn werk wel over mensen - ze staan alleen niet op mijn foto's.'


Altijd begeleid door een bewaker zwierf Bick door de gangen en klopte aan bij de gedetineerden. 'Ongeveer de helft vond het prima als ik hun cel fotografeerde. De andere helft zag er niks in, of probeerde een dealtje met me te sluiten. Over alles probeerden ze te onderhandelen. Maar ik mocht ze niks geven, ook geen foto, dus ik had niets te bieden.'


Uiteindelijk heeft Bick 24 cellen gefotografeerd. 'Dat aantal is niet toevallig. Een paviljoen, op twee etages, telt 24 cellen. Ik vind het mooi dat het boek ook in dat opzicht een afspiegeling is van het gebouw. Ik ben bijna mathematisch te werk gegaan, omdat ik de uniformiteit van het complex wilde laten zien. Maar toen kwam ik er achter dat de ramen van de cellen aan de ene kant op een andere plek in de buitenmuur zitten dan aan de andere. En ik ontdekte dat er twee kleuren vloeren zijn. Dat heb ik opgelost door ook in dat opzicht de balans van twaalf-twaalf aan te houden. De structuur van het complex vraagt er bijna om dat je een beetje dwangmatig werkt.'


En zo krijgen we dan de treurige kamertjes te zien met een bed, een driehoekig wandtafeltje waarop bijna altijd een televisie en een koffiezetapparaatje prijken, een een geblokte handdoek die als een tafelkleedje fungeert. Een paar boeken en snuisterijen op de plank boven het bed. Een poster of ansichtkaarten aan de muur. Een rek, waar al dan niet iets aan hangt.


'De foto's moeten het hebben van de details', zegt Bick. 'Vandaar dat ik met statief en met de technische camera heb gefotografeerd.' Wat die details onthullen? 'Bijvoorbeeld dat je aan de cellen, aan de mate van inrichting, toch wel kunt aflezen hoelang iemand er al verblijft.' Zijn foto's laten niets los over wat Bick zelf vindt van de manier waarop de samenleving criminelen in detentie behandelt. 'Ik ben geen fotojournalist, ik documenteer, juist met het idee dat mensen zelf maar moeten bedenken hoe het is om daar te zitten, en zelf een oordeel moeten vormen.'


Het valt Bick overigens wel op dat het oordeel van degenen die zijn foto's bekijken nogal eens wijzigt. 'Als ze de eerste foto bekijken, zeggen ze: valt nogal mee, zo'n cel. Maar als ze ze allemaal hebben gezien, zijn ze minder positief: helemaal niet zo prettig, zeggen ze dan. En iedereen zegt: als je deze foto's een keer hebt gezien, kun je nooit meer op dezelfde manier naar de Bijlmerbajes kijken.'


Behalve de cellen, die Bick allemaal op staand formaat fotografeerde, heeft hij ook de isoleercellen, de bezoekersruimtes, de luchtplaatsen, de hoofdgangen en de bewakingsruimte vol monitors vastgelegd. De gemeenschappelijke en bewakingsruimte op liggend formaat, met één uitzondering: die van de controlekamer vanwaar uit het hele complex met camera's wordt bewaakt.


'Op de een of andere manier klopt dat wel. Want, net als de gedetineerden in hun cel, zijn de bewakers daar eigenlijk ook gevangen.'


Wel en geen boek


P.I. heet het boek over de Penitentiaire Inrichting Over-Amstel, die in de volksmond de Bijlmerbajes wordt genoemd. Eigenlijk is het geen boek: het is een verzameling losse dikke papiervellen met fotoafdrukken, samengehouden door een omslag. P.I. kost 35 euro, is te koop bij een beperkt aantal (betere) boekhandels en via nicobick.nl. ISBN 9789081428217


In het Stadsarchief Amsterdam is een kleine expositie gewijd aan P.I. Tot en met 15 januari in de lichthal van Gebouw De Bazel.


Meer over